Ode aan het lezen

Vandaag verschijnt het boekje Topstukken uit de collectie van het Privaat Leesmuseum, onder redactie van Ewoud Sanders (uitgever: Antiquariaat Digitalis, Amsterdam <bestelinformatie>), waarin 50 schrijvers en 2 illustratoren verslag doen van hun leesplezier. Hieronder staat het voorwoord, bij wijze van voorpublicatie.

Door Ewoud Sanders

Hoe het is begonnen, kan ik me niet precies herinneren. Ik kom graag in kringloopwinkels. Lang liep ik daar rechtstreeks naar de boekenafdeling, zonder op of om te kijken. Maar een paar jaar geleden zag ik in een van die winkels een leesbeeldje staan.

Of dit eerste beeldje meteen mijn hart heeft gestolen, weet ik niet meer. Sommige beeldjes zijn echt ongelooflijk lelijk of tuttig. Maar iets kan mooi van lelijkheid zijn. Bovendien: naarmate mijn verzameling groeide, begon ik de culturele waarde van die beeldjes in te zien – ik kom daar op terug.

Mijn eerste leesbeeldjes stonden een tijd in de keuken, maar dat bleek niet erg praktisch. Vervolgens verhuisden ze naar een van mijn boekenkasten, waar ik toch al met de ruimte moet woekeren dus dat was ook een slecht idee.

Uiteindelijk verplaatste ik ze naar de eregalerij: het kleinste kamertje in mijn huis, de bestekamer.

Tegen die tijd was ik echt van die beeldjes gaan houden, dus om ze te eren heb ik een bordje op de deur geschroefd: Privaat Leesmuseum. Ook de verlichting moest worden aangepast, want een museumcollectie vraagt om andere belichting dan een privaat.

Verzamelen is een ziekte, zeker bij mensen die, zoals ik, graag ordenen en rubriceren.

Leesbeeldjes hebben niet allemaal dezelfde functie. De meeste dienen ter decoratie. Sommige hebben daarnaast nog een praktische keerzijde; beeldjes met een sleuf in hun rug fungeren als spaarpot en de grotere, zware beelden met een rechte rug of achterwand zijn als boekensteun bedoeld. Vooral in de laatste categorie zijn prachtige beelden gemaakt, van aardewerk, hout of gips.

Bovendien zijn sommige leesbeeldjes als promotiemateriaal gebruikt, met name bij acties voor goede doelen. Terre des Hommes, een internationale charitatieve instelling die zich richt op de rechten van het kind, heeft donateurs weleens bedankt met een beeldje van een lezende jonge vrouw die peinzend opkijkt uit haar boek; op de achterzijde staat de tekst ‘Laat ze leren’. Het Reumaverpleeghuis in Rotterdam bedankte donateurs in 2000 met een mooi bronzen beeldje van een meisje met paardenstaart dat aandachtig zit te lezen in een boek getiteld Sophie. Zo zijn er meer dankleesbeeldjes gemaakt, meestal door erkende kunstenaars.1

Pas na verloop van tijd drong tot mij door dat alle leesbeeldjes bij elkaar een cultuurhistorische functie hebben: je kunt ze zien als vertegenwoordigers van een leescultuur die in hoog tempo aan het veranderen is.

Waarschijnlijk lezen er nu meer mensen dan ooit tevoren, zeker in openbare ruimtes. Stap in een bus, tram of trein en je ziet overal mensen die lezen: op hun mobiele telefoon. Vroeger zag je slechts bij uitzondering lopende lezers: ik herinner me oude mannen die lezend het treinstation uit wandelden. Dankzij de smartphone is lopend lezen een algemeen verschijnsel geworden. Je ziet zelfs mensen lezend fietsen, autorijden, fitnessen, een winkelwagentje of kinderwagen voortduwen – smartphonelezen is een pandemie.

Of er momenteel nog veel leesbeeldjes worden gemaakt weet ik niet, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk. Zeker is dat er in de loop van de tijd honderden zijn gemaakt.2 Alles bij elkaar tonen ze een oudere fase in het leesgedrag van de mens: de tijd waarin wij ons nog verdiepten in kranten, tijdschriften en boeken van papier.

Volgens de beeldjesmakers las men ook toen vaak in de openbare ruimte, vooral in de natuur. Tot de topstukken van het Privaat Leesmuseum behoort bijvoorbeeld een beeldje van een man met hoed, pijp en witte baard die op een begroeid buitenmuurtje de krant zit te lezen. Bij zijn rechterhand, op de hoek van de krant, zit een vogel en bij zijn voeten scharrelt een kip. Dit alles leidt de man niet af: hij leest in perfecte harmonie met de natuur, de pijp losjes in zijn mond.

Een ander beeldje toont ons een jongen met stropdas en alpinopet die leunt tegen een begroeid tuinhekje; een vogel en een hondje kijken toe. De knul, hooguit tien jaar oud, is niet geconcentreerd aan het lezen, maar zit ontspannen en kijkt guitig de wereld in: hij lijkt hardop te lezen.

Niet alle buitenlezers hebben overigens zo’n ontspannen leeshouding. Weer een ander beeldje toont een jongeman uit de hogere klasse – hij draagt schoeisel en herenkleding uit de 18de eeuw – zittend op een piëdestal die lijkt op een reuzepaddenstoel. Met zijn linkerhand houdt hij een klein boekje voor zich (een dichtbundel?), rechts laat hij vier grotere boeken op zijn hand en onderarm balanceren. Hij kijkt peinzend en dat is te begrijpen, want de ervaring leert dat het geen pretje is om te lezen terwijl je een stapeltje zware boeken vasthoudt. Wie zo leest krijgt kramp – we zien hier een poseur, geen levensechte lezer.

De peinzende poseur behoort duidelijk tot de elite, de man met hoed en pijp en de knul met stropdas en alpinopet zijn overduidelijk representanten van de burgerij of het lagere volk: je ziet dit klassenonderscheid bij veel beeldjes. De honderden beeldjes die ik inmiddels heb gezien, zijn grofweg te verdelen in de volgende categorieën: chique en aristocratische lezers (deftige dames en heren, al dan niet in elkaars gezelschap); sjofele, volkse lezers; vrome lezers (meestal lezende monniken, soms een lezende non); lezende stripfiguren; lezers met een migratieachtergrond (onder meer uit China en Afrika); blote lezers (waaronder veel engeltjes); en lezende dieren (waaronder veel beren).

In het Privaat Leesmuseum zijn de beeldjes thematisch gerangschikt. Zo staan alle rokende lezers bij elkaar – allemaal mannen, ze roken een pijp of sigaar en zitten graag op een boomstam of kruk. In de catalogus is deze thematische indeling losgelaten; ik heb steeds naar een topstuk gezocht dat (enigszins) aansluit bij het verhaal.3

Over de geschiedenis van leesbeeldjes is weinig bekend. Er is bij mijn weten nooit onderzoek naar gedaan. De meeste zijn ongedateerd maar lijken te zijn gemaakt tussen grofweg 1935 en 1975. Mijn vermoeden is dat het succes van de zogenoemde Hummels of Hummeltjes veel invloed heeft gehad. De Duitse porseleinbakker Franz Goebel begon in 1935 beeldjes te maken naar de tekeningen van zuster Maria Innocentia (Berta) Hummel (1909-1946). Die porseleinen, handbeschilderde beeldjes waren en zijn behoorlijk duur4; ik denk dat veel van de Hummelachtige beeldjes van aardewerk, waaronder de leesbeeldjes, als goedkopere concurrenten van de echte Hummels op de markt zijn gebracht. Ze zijn afkomstig uit onder meer Duitsland, Engeland, Frankijk, Nederland en Spanje. Overigens zijn ook deze concurrenten met de hand beschilderd, wat zichtbaar wordt als je twee exemplaren van hetzelfde beeldje met elkaar vergelijkt.

Cultuurhistorisch gezien is het ironisch dat de meeste leesbeeldjes naar alle waarschijnlijkheid zijn gefabriceerd in een periode dat lezen bij kinderen niet als vanzelfsprekend werd aangemoedigd. Dat komt in deze catalogus bij verschillende auteurs aan bod. Een kind dat veel las kreeg – vooral in de jaren vijftig en zestig van de 20ste eeuw – te horen dat het ongezellig was. Dat je je verstand verlas. Een oproep in NRC Handelsblad leverde een hele reeks van dit soort leesontmoedigingen op.5 Hier een greep:

  • Als je zo doorgaat word je een boekenwurm en kunnen wij je in een luciferdoosje stoppen.
  • Altijd met je neus in de boeken, ga iets nuttigs doen!
  • Dat boek loopt niet weg.
  • Denk aan Prediker 12:12 (‘Van vele boeken te maken is geen einde, en veel lezen is vermoeiing des vleses’ (Statenvertaling). In de Nieuwe Bijbelvertaling: ‘Er komt geen einde aan het aantal boeken dat geschreven wordt, en veel lezen mat het lichaam af.’
  • Ga buiten spelen, verstandmuseum!
  • Je kunt nog lang genoeg lezen in je leven!
  • Je leest nog eens hemel en aarde aan elkaar vast.
  • Je verleest je hele verstand, leesmuseum.
  • Je krijgt nog ’s een hoofd als een almanak.
  • Boeken? Zonde van het geld, als je ze uit hebt, heb je er niks meer aan!
  • Wil je professor worden of zo?
  • Ga nu eens buiten spelen. Je verleest je ziel en zaligheid.

Ik kan daar nu enkele citaten uit deze catalogus tegenover zetten, sommige van auteurs die in hun jeugd op deze manier zijn bejegend.

  • Lezen is ook een vorm van verdwijnen (Frits Abrahams).
  • Lezen is voeding voor mijn hart, geest en ziel (Tamarah Benima).
  • Die overgave aan leeslust op vrijdagavond, veel gelukkiger ben ik niet meer geworden (Birgit Donker).
  • Lezen is een vorm van ernstige verslaving (Maarten ’t Hart).
  • Hoe meer je leest hoe kritischer je wordt (Lisa Kuitert).
  • Alleen op papier ben je echt verlost (Joris Luyendijk).
  • Alleen op de wereld ben je nooit met een boek (Marita Mathijsen).
  • Lezend vind je woorden voor gedachten waarvan je niet wist dat je ze had (Aad Meinderts).
  • Ik las en lees in bed, bad en bij brood (Erik van Muiswinkel).
  • Al lezend ben ik onsterfelijk en alomtegenwoordig (Nelleke Noordervliet).
  • Dankzij lezen verzamel je ervaringen, je plukt uit de kennis die de mensheid in de loop van de tijd heeft geaccumuleerd (Nicoline van der Sijs).
  • Wie leest is in een andere wereld (René van Stipriaan).

Overigens komen deze citaten pas volledig tot hun recht als je het hele stukje leest, dus hopelijk zetten ze daartoe aan.

1 Van slechts heel weinig beeldjes is de maker bekend. Als die bekend is, wordt dit in deze catalogus vermeld in het bijschrift. Voor leesbeeldjes van beeldend kunstenaars zie o.a. http://leesbeelden.blogspot.nl.

2 Voor zover mij bekend is de grootste collectie, van honderden verschillende beeldjes, te zien in de etalage van antiquariaat Kok in de Oude Hoogstraat in Amsterdam.

Sommige topstukken zijn voor deze gelegenheid geleend uit de collecties van Jacqueline Lensink en Miranda van Roosmalen.

4 Collecties van (duizenden) Hummeltjes zijn te zien in diverse musea wereldwijd. Zie o.a. het Museum of Hummels in Rosemont, Illinois (www.rosemont.com/community/museum-of-hummels) en Das Hummelhaus in Massing, Beieren (www.hummelmuseum.de). In 2008 staakte het bedrijf van Goebel de productie van Hummeltjes.

 ‘Je verstand verlezen’, NRC Handelsblad, 7-2-2018.

Dit bericht is geplaatst in voorpublicatie met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter