Wat ik geleerd heb van tweedegraadsgate

Door Marc van Oostendorp

Soms raak ik hier in dit kleine maar doorgaans o zo gezellige hoekje van het wereldwijde netwerk van computers dat wel ‘Internet’ wordt genoemd ineens een gevoelige snaar. Dat gebeurde nu met de kwestie rond de tweedegraadsleraren: moeten zij verplicht worden iets te weten over de literatuurgeschiedenis van voor 1880?

Wat ik jammer vind: als je over zo’n kwestie iets zegt, trap je bijna onvermijdelijk bij mensen op hun ziel. En wel bij mensen met goede zielen.

Wanneer er een maatregel wordt genomen in het onderwijs die veel mensen niet bevalt, ontstaan er automatisch twee groepen: die van de de mensen die er het beste van proberen te maken en die van de mensen die kritiek uiten op de nieuwe situatie. De eerste kan zich dan gemakkelijk aangevallen voelen door de tweede: hoezo deugt er niets van het onderwijst, zij doen toch hun best?Aan hun kant

In dit geval zijn er op tal van hogescholen tal van docenten die zich met hart en ziel inzetten voor het onderwijs in de oudere letterkunde. Wanneer ik nu zeg dat het erg is dat tweedegraadsleraren binnenkort geen oudere letterkunde meer te hoeven hebben gelezen, voelen zij zich in hun eer aangetast.

Dat vind ik op mijn beurt vervelend.

Maar het is wel waar. Je kunt binnenkort leraar Nederlands te worden zonder ooit van Multatuli of Vondel te hebben gehoord. Niet op alle hogescholen van Nederland, maar wel op sommige. Op de andere zal daardoor onherroepelijk op zeker moment die literatuur onder druk komen te staan: waarom moet dat eigenlijk? Elders besteden ze er toch ook geen aandacht aan, en hun studenten komen toch ook goed terecht?

Een paar leraren wrijven me in dezen arrogantie aan, en dat kan ik begrijpen: waarom zou ik beter moeten weten dan zij hoe met zulke rampspoed om te gaan? Maar ik weet het ook niet minder goed, en denk dat ik uiteindelijk aan hun kant sta.

Belangrijk

De overige reacties vond ik ook instructief. Ze vielen in precies twee categorieën uiteen. Er is een groep mensen die enorme frustratie voelt over hun eigen leraar Nederlands van veertig jaar geleden en die deze dan met mij willen delen: waarom moeten wij neerlandici met zoveel geweld onze particuliere hobby’s, zoals correcte spelling, Bredero, signaalwoorden en Jacques Hamelink aan andere mensen opleggen? Is het niet veel nuttiger om computers te leren programmeren? Dat is op zich best een aardige discussie, maar hij is in dit geval buiten de orde, omdat het gaat om de opleiding van docenten, dat wil zeggen specialisten. Die mag je best met spelling en Hamelink lastigvallen.

De tweede groep waren mensen die soms met heel lange e-mails hun adhesie kwamen betuigen: eindelijk iemand die het opnam voor Betje Wolff en Aagje Deken! Op dat soort reactie vind ik het altijd lastig reageren, want het lijkt me toch nauwelijks een verzetsdaad van belang om zoiets te zeggen. Als mensen het zo gewichtig vinden om zoiets te zeggen, waarom zeggen ze het dan zelf niet? Maar ik weet ook wel: er zijn mensen die zulke dingen niet kunnen zeggen omdat ze dan op het matje worden geroepen.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter