Voornamen knutselen

Voornamendrift (21) 

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Ewoud Sanders schreef op 4 april in de NRC over het combineren van de beginletters van de voornamen van ouders tot een voornaam voor hun kind. Hij dacht dat de keuze voor Robin als combinatie van de beginletters van vader Robertus  en moeder Ingrid  allang zijn tijd zou hebben gehad. Maar een oproep op twitter  leidde tot 13 reacties, waarvan verschillende met opmerkelijke naamcombinaties. Die ook niet allemaal in de Nederlandse voornamenbank te vinden waren. Reden om eens uit te zoeken hoe het zit met dit geknutsel met voornamen.

Roepnamen staan niet in de voornamenbank en dat is waarschijnlijk de reden dat Der-nic en Ger-hans niet gevonden zijn, want die bank is compleet wat betreft officiële voornamen. (We zetten overal een koppelteken in een naam om de samenstelling te verduidelijken, het hoort niet bij de naam zelf). Uit de gegevens die aan de voornamenbank ten grondslag liggen kan afgeleid worden of de naam van een kind uit de beginletters van de namen van de ouders is samengesteld. Maar dat is wel een beetje lastig, want welk deel  van de voornaam van vader en moeder neem je mee?  De voorbeelden die Ewoud Sanders geeft, zoals Il-di, De-sy, El-jo, Ja-ri, Ka-j en Mi-ka zijn kort. We kozen ervoor dat er minstens twee beginletter van de ene en minstens drie van de andere ouderlijke voornaam in de naam van het kind terug moeten komen. Dan komen de voornoemde korte namen niet door de selectie, maar we hebben iets meer zekerheid dat het om een bedoelde combinatie van de ouderlijke voornamen gaat.

Figuur 1. Percentage samengestelde voornamen na 1945. 0,01% zijn ongeveer 20 namen.

We noteerden na 1945 6.579 kinderen met zo’n naam. Maar de eerlijkheid gebied wel te zeggen dat er zeker twijfelgevallen bij zitten. Herm-an van Herm-ina en An-dries kan ook direct van de moedernaam zijn afgeleid. Met die onzekerheid geeft figuur 1 het aantal samengestelde voornamen dat er jaarlijks te traceren zijn.  Het schommelt zo tussen de 40 en 120 kinderen per jaar  met een top rond 1980. Het heeft dus niet veel om het lijf. De topcombinaties zijn traditioneel en ook niet bijster spannend.

Mar-jan                                Mar-ia                    Jan                           162
Mar-co                                  Mar-ia                    Co-rnelis                 140
Jo-ann-es                             Jo-hannes              Ann-a                        95
Mar-jo-lein                          Mar-ia                    Jo-hannes                84
Wil-ma                                 Wil-lem                   Ma-ria                      69
Jo-anna                                Jo-hannes              Anna                         64
Pieter-ne-lla                        Pieter                      Ne-eltje                     53
Mar-ja                                  Mar-ia                    Ja-n                          48
Mar-jan                                Mar-garetha         Jan                           48
Mar-co                                  Mar-inus                Co-rnelia                 36

Recentere vondsten zijn Ing-mar uit Inge/Ingeborg/Ingrid en Marcel/Martijn/Marco, Jac-co uit vormen van Jacob en Cornelia, Ja-mar uit Jacob/Jan en Mar-namen, J-a-rno uit Jan- en Arnold-namen, Je-roen uit Je-namen en Roelof.

En bedenk zelf het onderliggend geknutsel voor Al-fred, Al-mar, Am-ber, Ar-nic, Bar-co, Bjo-na, Bry-dan, Car-yvo, Cha-ron, Co-lin, Da-jan, Dan-ja, Den-rik, Di-mar, Dir-ma, Don-rose, Ed-mar, Eli-si, Eri-an, Fer-in, Fok-ko, Ga-rein, Ge-cel, Ger-van, Gil-mar, Har-ro, Hug-ma, Iz-anne, Ja-son, Ji-milla, Jo-pie, Jo-sti, Ke-maro, Len-si, Lo-mar, Ma-lou, Man-ro, Mar-ed, Mar-fri, Mar-le, Mar-ron, Mar-wil, Mil-ta, Mon-jo, My-ron, Nico-le,  Os-mar, Pie-be, Ra-cli, Rai-la, Ray-mir, Ren-ca, Rig-mar, Ri-mon, Ro-channe, Ro-ëlle, Ro-ing, Ro-ver, Ru-anne, Sa-cha, Sandr-ed, Sie-pie, Ste-vin, Wil-ana.

Wat zeker ook zal voorkomen is dat de naam van het kind uit die van twee grootouders wordt geassembleerd. Zeker in de tijd dat het kindertal drastisch omlaag ging werd de kans steeds groter dat de vier grootouders niet allemaal voor vernoeming aan de beurt kwamen. Dan maar combineren. Dat is dan vooral in de jaren vijftig en zestig te verwachten, als de overgangstijd tussen vernoemen en het onafhankelijk kiezen van een naam voor je kind.

  • De daling in figuur 1 voor 1960 zet zich ook voor 1945 voort, maar dat kan deels komen omdat we dan steeds minder ouders kennen in het bestand. Na 1945 zijn wel de meeste ouders en hun namen bekend.
  • Zoals Ewoud Sanders terecht opmerkt is het voor naamkundigen zonder nadere kennis van motivaties van ouders ondoenlijk om geassembleerde namen goed te duiden. Bovendien kan het met zeldzame namen, wat het vaak zijn, op gespannen voet staan met privacy.
Dit bericht is geplaatst in column, Naamkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.