oh grote adem laat de stenen nog niet opstaan

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (170)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

nazomer

ik heb in het gras mijn wapens gelegd
en mijn wapens gaan geuren als gras
ik heb in het gras mijn lichaam gelegd
mijn lichaam is geurig als hout bitter en zoet

dit liggen dit nietige luchtige liggen
als een gele foto liggend in het water
glimmend gekruld op de golven
of bij het bos stoffig van lichaam en schaduw

oh grote adem laat de stenen nog niet opstaan
maak nog niet zwaar hun wangen hun ogen
kleiner gebrilder en grijzer

laat ook de minnaars nog liggen en stilte
zwart tussen hun zilveren oren en ach
laat de meisjes hun veertjes nog schikken en glimlachen

(Lucebert, 9000 jakhalzen zwemmen naar Boston)

Lucebert had een gecompliceerde relatie met het sonnet. Hij was de dichter van het kortste sonnet uit de geschiedenis van de Nederlandse literatuur: ‘Ik/ Mij/ Ik/ Mij// Mij/ Ik/ Mij/ Ik// Ik/ Ik/ Mijn// Mijn/ Mijn/ Ik’.  Dat wordt doorgaans beschouwd als een parodie, als een afrekening met het sonnet.

Maar daar staat tegenover dat we uit het werk van Anja de Feijter weten dat Lucebert een grote bewondering had van Rilke, een van de grootste sonnettenschrijvers uit de wereldliteratuur. Biograaf Wim Hazeu citeert een interview dat Lucebert gaf aan Willem M. Roggeman:

[De Feijter] heeft citaten uit het werk van Rilke vergeleken met mijn werken en dan treft de overeenkomst heel erg. Die invloed geldt ook op mijn filosofie en wereldbeschouwing. Maar er is nog iemand, die dat gesignaleerd heeft, onafhankelijk van mevrouw De Feijter, en dat is Cornets de Groot.

Duidelijk is mijn benadrukken van het lichamelijke en dat had Rilke ook in hoge mate, waar hij probeerde het ding te redden, omdat hij vond dat het ding ons ontglipt is, dat wij de dingen niet meer zuiver zien. Hij legde er ook de nadruk op dat de appel niet meer zo gezien wordt als hij gezien moet worden. Dat heeft hij in sterke mate in zijn ‘Sonnette an Orpheus’ behandeld.

Ik denk dat je dit gedicht dan ook als een eerbetoon aan Rilke kunt lezen.  Dat is waarom het een sonnet is, en dat is waarom in de eerste acht regels het lichaam een ding wordt, terwijl in de regels 9-11 stenen juist een lichaam worden, en de meisjes vogeltjes in de laatste regel.

BewarenBewaren

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter