Klaarkomen met Hugo Claus

Door Marc van Oostendorp

Paul Claes. Foto: Michiel Hendryckx (Wikipedia)

Ieder jaar neemt mijn bewondering voor Paul Claes toe. Er verschijnen dan ook voortdurend boeken van hem: romans, vertalingen, essays en wat niet al.  Allemaal zijn ze geschreven met een grote vaardigheid, allemaal getuigen ze van spitsvondigheid en verbluffende eruditie. Hij gaat tegen de keer in, dat maakt hem ook interessant, zelfs als je denkt, zoals ik, dat die keer de goede kant op gaat.

Zijn nieuwste boek heet Het teken van de hamster, en bevat een nieuwe editie van het gelijknamige lange gedicht van Hugo Claus, met een gedetailleerd commentaar, “vers voor vers”, zoals het achterplat zegt: het gedicht neemt in dit boekje 30 pagina’s in beslag, het commentaar 110. Dat levert een heel fijne leeservaring: aan de hand van Claus trek je van Gent naar Brugge en terug. Aan de hand van Claes zie je de soms wat obscure verwijzingen naar de jeugd van Claus, naar de literatuur, naar het stadsplan van de Vlaamse steden. De geleerdheid en volhardendheid van Claes raakt de lezer, raakt mij, even veel als de levensdrift van Claus.

Dwarsverband

Claes is een heel goede close reader, maar hij heeft een wonderlijke reden om zo close te readen. Hij gaat er altijd vanuit dat de schrijver een op zich volkomen begrijpelijke boodschap heeft, die hij om de een of andere reden ‘versleuteld’, verstopt achter allerlei beeldspraak en verwijzingen. De lezer moet de tekst daarom weer ‘ontsleutelen’ om bij de boodschap terug te keren. Dat sommige dichters soms dingen te zeggen hebben die vreemd zijn en vreemd blijven, hoeveel je eraan blijft sleutelen, komt niet in Claes’ wereldbeeld voor, net zo min als dat ze duistere passages schrijven om heel andere redenen dan om hun boodschap te ‘versleutelen’.

Aan de ene kant brengt deze overtuiging Claes heel ver. Alleen door zo rotsvast te blijven geloven dat er een rationele verklaring móét zijn, kun je voorkomen dat je op zeker moment opgeeft en alles maar over je heen laat komen. En zie, door te blijven zoeken, duikt Claes menige referentie op, menig dwarsverband op.

Levensbiecht

Tegelijkertijd suggereert hij in zijn inleiding dat Claus de duistere passages in zijn tekst nodig had omdat het de enige manier was waarop hij zich zo bloot kon geven. Dat overtuigt niet. Het teken van de hamster beschrijft inderdaad Claus’ worsteling met het leven, met seksualiteit, met het geloof, en dat op een persoonlijke manier, maar het wordt nergens duidelijk dat hij geheimen beschrijft en ook niet waarom de dichter die geheimen alleen zou willen openbaren aan wie het gymnasium heeft afgemaakt. (Daar komt nog bij dat Claus bepaalde ‘pikante’ geheimen blijkens Claes speurwerk waarschijnlijk verzonnen had: het meisje met wie hij volgens het gedicht naar bed ging, woonde in een internaat en kon dus naar eigen zeggen onmogelijk de nacht met Claus hebben doorgebracht. Het was bij een wandeling gebleven, verklaarde ze decennia later.)

Ik zie niet zoveel in die versleutelingstheorie. Volgens mij is het heel wel mogelijk dat iemand ingewikkelde passages schrijft omdat hij nu eenmaal ingewikkelde, tegenstrijdige gedachten en gevoelens wil uitdrukken. Dat iemand over Agamemnon begint omdat hij het over Agamemnon wil hebben. Dat sommige dingen moeilijk te begrijpen zijn omdat ze moeilijk te begrijpen zijn, niet omdat iemand ze geheim wil houden. Ik denk, kortom, niet dat je per se hoeft te denken dat Claus hier bezig is geweest zijn “levensbiecht in een stijl vol raadsels” te vatten.

Het lezen waard

Soms gaat Claes ook wel echt een beetje ver in zijn ontsleutelingsdrift. Aan het eind van een passage over de morgen na een erotische nacht staat:

(…) zo lomp en zo log
Is mijn lol in jou. Je slinkt niet onder de lakens
en ik stamel in mijn vel
en struikel over de vertelling over de vogel
die je toelaat in je lichtste rimpels.

Dat lol de associatie oproept met lul, net als vogel, dat lijkt me allemaal goed gevonden. Maar volgens Claes betekent de zin over dat slinken onder de lakens dat de vrouw niet klaargekomen is, en het is mij niet duidelijk waarom – er is niets in het gedicht dat erop wijst dat de vrouw niet aan haar trekken is gekomen, en trouwens ook niets dat erop wijst dat de ik dat zelfs maar zou hebben opgemerkt, want hij is verder nogal met zichzelf bezig. Mij lijkt de interpretatie eigenlijk meer voor de hand te liggen dat de man zich in de ochtend nogmaals tot de vrouw bekent.

En tegelijkertijd: zonder Claes was ik waarschijnlijk nooit zo ver doorgedrongen in dit gedicht dat ik dit soort alternatieve interpretaties had kunnen geven. En Het teken van de hamster, dat rare, ingewikkelde, gekwelde, levenslustige gedicht is dat lezen zeker waard.

Paul Claes. Het teken van de hamster. Een close reading van Hugo Claus. Nijmegen: Vantilt, 2018. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, letterkunde, recensies met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Klaarkomen met Hugo Claus

  1. Rob Alberts schreef:

    Een mooie leestip

    Vriendelijke groet,

Reacties zijn gesloten.