Ik ben der dingen liefhebbend berover

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (172)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Ik ben der dingen liefhebbend berover
En steel van hen de smet van hun vergaan,
En zet hen als een kroonluchter in tover
En steek de eeuwge lampen in hen aan.

En zie, zij worden blinkend in mijn handen,
Die hen ontdoen van het bederf der tijd,
En zij beginnen uit zichzelf te branden
En stralen uit het licht der eeuwigheid.

Ik doe met ieder zo: met vogels, beken,
Met rozen en de dingen van de ziel.
Ik zoek een licht in alles te ontsteken.

Zelf houd ik in het donker mijn profiel.
Want het is niet om mij, om mij begonnen;
Het gaat om aller dingen eigen zonnen.

(Bertus Aafjes)

Als er één dichter een overweldigende invloed heeft gehad op de Nederlandse poëzie in de eerste helft van de twintigste eeuw, dan was het waarschijnlijk Rainer Maria Rilke. In aflevering 169 besprak ik het sonnet van Lucebert dat duidelijk naar Rilke verwees; dit gedicht van Bertus Aafjes uit 1951 bewijst hetzelfde: de wens om de dingen te laten spreken, de woordkeus, het “aller dingen eigen zonnen” aan het eind, het klinkt allemaal als een vertaling van de Duitse dichter.

Wat misschien nog fascinerender is: de relatie tussen dit gedicht, of in ieder geval de eerste regel van dit gedicht, en het gedicht school der poëzie van Lucebert:

ik ben geen lieflijke dichter
ik ben de schielijke oplichter
der liefde (…)

Ook verder zijn er wel een paar thematische overeenkomsten: beide stemmen beweren zich in het donker te bevinden (althans, Lucebert snakt naar het riool), maar verder lijkt vooral de bedoeling van Lucebert geweest om zich af te zetten tegen het soort gedichten als dat van Aafjes. Let wel: Luceberts gedicht werd gepubliceerd in 1952, dus een jaar nadat Aafjes sonnet verscheen in De roeping. Ik weet niet hoe waarschijnlijk het is dat Lucebert dat tijdschrift kende. Wel weten we dat Aafjes in 1953 zijn beroemde aanval op Lucebert plaatste in Elsevier.

Rilkeanen onder mekaar.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter