Gedicht: Inge Boulonois – Kleinood

Kleinood

Hoe het als terloops de eigen plaats vond
in een stenen wereld, niemand in de weg,
net tussen macadam en stoeprand.

Kwetsbaarder dan vlees en bloed
bestaande dankzij minder dan één
vingerhoed bijeen gewaaide aarde. 

Uit alle macht de deining van de dag
verdragend, het steeds aanwezige
gevaar van misstappende hakken,
van roekeloos verkerend blik
in de haast van haast te laat.

Door de aardbol net als wij
heel stevig aan zijn boezem
gedrukt terwijl bloot zonlicht
het een grootspraak vanjewelste geeft:
klein hoefblad, karaatgeel bloeiend –

Inge Boulonois (1945)
uit: Idioom van geluk (2016)

———————————-

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter