De Witteweg naar een veelbelovende toekomst voor het literatuuronderwijs

Erwin Mantingh

Er is vóór en na Witte 2008 in het literatuuronderwijs. Zelden heeft een proefschrift in een zo korte tijd een zo grote invloed gehad op de praktijk in het schoolvak Nederlands als dat van Theo Witte. Lezen voor de lijst is in korte tijd een begrip geworden: de twee gelijknamige sites bedienen de leerlingen in het voortgezet onderwijs, en hun docenten. De praktijk op bijna 80% van de middelbare scholen in Nederland wordt inmiddels mede bepaald door Lezen voor de lijst.

Idealiter hebben al die leerlingen inmiddels meer vat gekregen op hun ontwikkeling als literaire lezer en is het boekenleed dat leeslijst heet verleden tijd. Maar we zijn er helaas nog lange niet, want tussen droom en daad… In te veel gevallen wordt de site gebruikt op een manier die niet in overeenstemming is met de doelstellingen ervan en dan blijven beoogde effecten uit. En in het decennium sinds de publicatie van Het oog van de meester zijn er nieuwe beren op de weg verschenen, waarvan ontlezing de allergrootse bedreiging lijkt te vormen voor het literatuuronderwijs.

Toch was de toonzetting op het afscheid van Theo Witte, 16 maart jongstleden in Groningen, niet somber. De scheidende vakdidacticus, lerarenopleider, onderzoeker, projectleider en vakmeester sprak zelf bevlogen over ‘De kunst van het onderwijzen: De veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs in zeven axioma’s.’ Aan welke eisen goed literatuuronderwijs volgens hem moet voldoen, valt binnenkort te lezen in de bundeling van de symposiumteksten. Ik wil ter ere van het afscheid van deze leermeester van velen, kort stilstaan bij zijn grootste succes.

Zes lessen

Bij wijze van les voor de toekomst van het vak ga ik op zoek naar een verklaring voor de ongekende invloed van Het oog van de meester. Welke methode valt af te leiden uit dit succesverhaal? Als literaire leidraad neem ik hierbij wat wel is getypeerd als het meest misbruikte en uit zijn verband gerukte citaat uit de Nederlandse poëzie (vrij naar Maaike Meijer en Ton Anbeek). Hoewel in ‘Het huwelijk’ de gedroomde (mis)daad – een verbitterde oude man zou zijn bejaarde echtgenote het liefst vermoorden – gelukkig wordt belemmerd door een aantal factoren, worden de versregels van Elsschot meestal te onpas geciteerd om de onbereikbaarheid van een zeer nastrevenswaardig ideaal te verbeelden. Theo benutte de versregels echter bijna een kwart eeuw geleden op een constructieve manier in het artikel ‘Tussen droom en daad. Een vakoverstijgende organisatie van het literatuuronderwijs in de bovenbouw havo/vwo’ (1994): hoe kun je rekening houdend met wetten, praktische bezwaren en weemoedigheid geïntegreerd literatuuronderwijs invoeren? Toegegeven: literatuur­didactiek verwezenlijken is geen misdaad, en in die zin voeg ik mij evenals Theo in de deze traditie van gedichtenschending, maar het lijkt ook in dit geval alleszins de moeite waard om na te gaan hoe je wel van dromen tot daden kunt komen als je rekening houdt met belemmerende factoren.

Hoe komt het dat de didactische theorie van Witte zoveel weerklank heeft gevonden in de onderwijspraktijk? Ik peur zes lessen uit Elsschots verzen. Spoiler alert: ze overlappen voor een deel met de zeven axioma’s die Theo formuleerde voor een veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs.

(Maar doodslaan deed hij niet, want) tussen droom en daad
Staan wetten in de weg…

Welke ‘wetten’ zijn nodig om op didactisch vlak succes te boeken?

(1) Baseer een didactische aanpak op onderzoek. In het proefschrift zijn ‘wetmatig­heden’ in de theorie verbonden met de praktijk zodat de vastgestelde noodzaak om te differentiëren naar niveaus van leerlingen een oriënteringsbasis kreeg.

(2) Zorg voor een verbinding met het wettelijk kader. Op het laatste nippertje is de niveau-indeling voor literaire competentie toegevoegd aan het Referentiekader Taal dat in 2009 verscheen en dat inmiddels wet is geworden. Er is zo geen ontkomen aan.

en praktische bezwaren

Hoe voorkom en ondervang je praktische bezwaren?

(3) Werk en ontwikkel samen met mensen uit de praktijk. In de eerste plaats dus met docenten, maar betrek ook vakdidactici, vakwetenschappers, leesbevorderaars en beleidsmakers bij die praktijk. Lezen voor de lijst is niet alleen de verdienste van Theo Witte maar van een heel team van medewerkers dat hij heeft opgezet. Het verbinden en bezielen van betrokkenen is een persoonlijke kwaliteit van Theo die zwaar weegt – die verbondenheid was voelbaar bij de afscheidsreceptie. Bied bovendien structureel scholing aan zodat docenten vertrouwd raken met de theoretische uitgangspunten en voorbereid zijn op bekende praktische problemen.

(4) Vertaal de theorie in een leermiddel dat (vrijwel) zelfstandig in de praktijk kan functioneren: de site is de spil. Ook: veranker het leermiddel bij een instantie die ondersteuning en duurzaamheid kan bieden. Lezen voor de lijst verhuist met het vertrek van Theo naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. We mogen hopen dat het daar in goede handen is.

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren

Onverklaarbare ‘weemoedigheid’ lijkt hier lastig te duiden (en dus te overwinnen) maar als we de versregel niet te nauw nemen, biedt deze ook twee sleutels.

(5) Er is het besef nodig dat er iets misgaat of mis dreigt te gaan wat algemeen herkend wordt door betrokkenen en leidt tot een gevoel van urgentie. Het is tekenend voor de niet aflatende gedrevenheid van Theo dat hij in zijn afscheidslezing zijn zorg om de literaire leesontwikkeling van leerlingen gestalte heeft gegeven in een testament met richtlijnen voor goed literatuuronderwijs. Hij heeft geopereerd als een man met een missie.

(6) Een essentiële taak van (literatuur)onderwijs is een bijdrage te leveren aan de persoonsvorming van leerlingen (naast kwalificatie en socialisatie). Weemoed(igheid) kan ook staan voor – ik rek de betekenis van het woord voor deze gelegenheid zo ver mogelijk op – het bewustzijn van de eigen individuele mogelijkheden en onmogelijk­heden.

De Witteweg

Ziehier, zes aanknopingspunten voor degenen die willen werken aan de veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs. Op het geboorte-eiland van Theo, Texel, wandelde ik begin maart, twee weken voor zijn afscheid, bij ijzige koude over de Witteweg, zo bleek (zie foto). Misschien niet zo verwonderlijk op een eiland waar de naam Witte veel vaker dan elders in Nederland voorkomt. Maar het leek mij een gunstig teken.

Dit bericht is geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas, schoolvak Nederlands met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter