Slowquiz: Wat weten we nog van die neerlandici?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Als je op 30 maart geboren bent (niet toevallig dit jaar Goede Vrijdag), heb je een veel grotere kans om een bekende neerlandicus te worden dan wanneer je verjaardag een dag eerder is. Het is een van de talloze toevalligheden die je opvallen als je de neerlandicikalender aller tijden bekijkt. Je hebt er verder niks aan, maar het is een leuk weetje voor als je nog eens een pubquiz wilt maken.

Het zou mooi zijn als we deze week ook weer eens een anekdote aan onze verzameling konden toevoegen. De vorige week liet ons met een licht gevoel van hunkering achter, maar het spreekwoord indachtig dat wat in het vat zit niet pleegt te verzuren (of het moet zuurkool zijn denk ik dan altijd) is de kans op spannende verhalen nog niet verkeken. Het is bijvoorbeeld heel goed mogelijk om op die Goede Vrijdag, tussen het contempleren door, even een mooie anekdote met de goegemeente te delen. U kunt daartoe in de rechtermarge op het woord ‘Slowquiz’ klikken en zo alle oude afleveringen nog eens rustig bekijken. Aanrader!

zondag 25-03-1870 geboortedag Renaat Despicht
25-03-1941 sterfdag Nicolaas van Wijk
maandag 26-03-1982 sterfdag Henriëtte de Beaufort
26-03-2016 sterfdag Pol Peeters
dinsdag 27-03-1912 geboortedag René Felix Lissens
woensdag 28-03-1880 sterfdag Eelco Verwijs
donderdag 29-03 Geen neerlandici geboren of gestorven
vrijdag 30-03-1857 geboortedag Roeland Kollewijn
30-03-1860 geboortedag Cornelis Kaakebeen
30-03-1931 geboortedag Olga Krijtová
30-03-1944 geboortedag Gerrit Komrij
30-03-1949 geboortedag Jos Hermans
30-03-1951 geboortedag Johan Diepstraten
zaterdag 31-03 Geen neerlandici geboren of gestorven
Dit bericht is geplaatst in quiz met de tags . Bookmark de permalink.

6 reacties op Slowquiz: Wat weten we nog van die neerlandici?

  1. Erik de Smedt schreef:

    René Felix Lissens – Het was in het begin van de jaren 1970 gebruikelijk dat mannelijke studenten in Antwerpen (toen nog Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius) in jasje en met stropdas examen aflegden. De dag van het examen bij professor Lissens was het snikheet. Toch geen reden, vonden we, om bij zo’n gezagvolle, klassieke hoogleraar als hij van dat gebruik af te wijken. Grote verrassing bij het binnenkomen: de hoogleraar zat aan zijn tafel … in hemdsmouwen, blozend als het Aperitivo Rossi-mannetje waar hij een beetje op leek. Meer herinner ik me van het examen niet, behalve dat hij zoals steeds hoffelijk en minzaam in de omgang was.

    Onvergetelijk daarentegen (en precies genoteerd) zijn colleges over Guido Gezelle – meesterlijk van inzicht, brede visie en psychologisch doorzicht. En een opmerking die hij bij het begin over zijn ‘Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden’ maakte: dat het misschien wat literair en essayistisch geschreven leek, ‘uit de mouw geschud’ als het ware, maar dat niets er zomaar stond, dat elk woord goed overdacht was en iets mee te delen had. Een les voor al wat je in je leven zou schrijven.

    Enkele jaren later kwamen we in de trein Antwerpen-Brussel eens tegenover elkaar te zitten. Hij had veel studenten, dus ik geloof niet dat hij me herkende en mijn ontzag was te groot om het woord tot hem te richten. Het bleef wederzijds bij een vage hoofdknik. Toen ik het boek bovenhaalde dat ik pas bij De Slegte had gekocht, zag ik hem nieuwsgierig naar het omslag kijken: Willy Roggeman, ‘Het zomers nihil’. Een lichte beweging van zijn toegeknepen lippen werd gevolgd door een kort snuivend uitademen. Hij dacht er, zonder in zijn kaarten te laten kijken, duidelijk het zijne van.

  2. DirkJan schreef:

    Vandaag is de geboortedag van Gerrit Komrij. De samensteller van deze rubriek Peter-Arno Coppen legt de lat – terecht – laag voor opname in deze eregalerij, maar toch even opgemerkt dat Gerrit Komrij geen neerlandicus was, maar tussen 1963 en 1965 in Amsterdam algemene literatuurwetenschap heeft gestudeerd.

    • Mient Adema schreef:

      “Die lectoren kunnen van mij nog wel wat leren”, placht hij te zeggen, toen hij ophield met zijn studie aan de universiteit. En daar had hij nog wel gelijk in ook. Hij had toen al veel kritiek op de destijds bekende schrijvers van die tijd. Literator stond er in zijn paspoort toen hij zelf alleen nog kon dromen van de publicaties van zijn werken. “De lange oren van Midas” dat recentelijk het licht zag, posthuum, ontstond op Kreta. Een staaltje vakmanschap van Arie Pos die op een knappe manier de wederwaardigheden rondom zijn tijd op Kreta heeft belicht. Het schrijverschap van Komrij ontlook in die periode.
      We kenden in die tijd dus vooral de mens Komrij, die voor ons in de loop der tijd van gedaante wisselde in de schrijver: zijn alter ego.
      En als er iemand een neerlandicus is of was, dan hij.

    • Peter-Arno Coppen schreef:

      Waarvan akte! Je kunt echter denk ik wel zeggen dat hij een zekere betekenis voor de neerlandistiek heeft gehad, niet alleen omdat hij schrijver was, maar ook omdat hij neerlandistisch werk heeft gepubliceerd.

Laat een reactie achter