Hoe gaat Zuid-Afrika om met meertaligheid?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek voor de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Zuid-Afrika is taalkundig gezien een ontzettend interessant land. Niet alleen omdat er Afrikaans wordt gesproken, een zustertaal van het Nederlands waarin veel woorden net even anders zijn. Ook omdat er een ingewikkelde en boeiende taalpolitiek wordt bedreven. In een recent overzichtsartikel legt een Zuid-Afrikaanse onderzoeker uit hoe de stand van zaken is, en waarom de situatie in de realiteit natuurlijk complexer is dan in de wet geregeld is.

Geschiedenis en apartheid

In het gebied dat later het land Zuid-Afrika zou worden, spreken mensen van oudsher een heleboel talen. Voorbeelden zijn onder andere Xhosa (de taal die ook in de Marvelfilm Black Panther wordt gebruikt), isiZulu en Noord- en Zuid-Sotho. Vanaf de zestiende eeuw kwamen er Europese handelaren in het gebied: eerst vooral in het uiterste zuiden, maar later ook steeds meer in het binnenland. Deze groeiende stroom van eerst Portugezen en later Engelsen en Nederlanders had aanvankelijk weinig invloed op de taalsituatie. Vanaf de achttiende eeuw veranderde dit. Met de toenemende Nederlandse aanwezigheid nam ook de taalinvloed toe. En dat leidde uiteindelijk tot een nieuwe taal: het Afrikaans.

Er is nog steeds discussie over hoe het Afrikaans precies ontstond. Sommigen zeggen dat het ontstond uit de taal van vaak half-Nederlandse kinderen, die imperfect Nederlands leerden en die taal doorspekten met andere talen. Anderen denken dat de noodzaak om te handelen ervoor zorgde dat er een mengtaal ontstond. Hoe dan ook werd de taal in 1925 erkend als officiële taal van het land. Eerder hadden Nederlands en Engels die status al gekregen. Die talen bleven de enige met status, tot 1994.

Taal in de wet

In 1994 veranderde er veel in Zuid-Afrika. Het jarenlange systeem van apartheid, waarin racisme en discriminatie normale politiek waren, werd officieel beëindigd. Een van de manieren waarop er meer gelijkheid kwam was door meer officiële talen vast te leggen in de grondwet. Dat werden er maar liefst elf. Al die talen hebben in principe dezelfde rechten. Dat is in Nederland wel anders. Hier staat niks over over taal in de grondwet, en heeft een aantal talen een beperkte status, bijvoorbeeld regionaal.

De bedoeling is in Zuid-Afrika dus om alle talen gelijk te behandelen. Dat zou een aantal gevolgen moeten hebben. Talen die al ambtelijke talen waren (die dus in rechtsspraak en dergelijke worden gebruikt) mogen dat blijven, en de andere talen moeten worden ontwikkeld, en het gebruik ervan moet worden bevorderd. Dat allemaal om, zoals onderzoeker Wannie Carstens het stelt, de kernwaarde te blijven uitdrukken dat ‘meertaligheid gekoester, uitgebrei en ’n nasionale meertaligheidskultuur gevestig moet word‘. 

Status en gebruik

Dat is dus het uitgangspunt. Maar hoe zit het nou in de praktijk? Daar schreef onderzoeker Wannie Carstens een overzichtsartikel over. Het probleem, zo stelt hij, is dat er eigenlijk drie verschillende situaties zijn. Aan de ene kant heb je de grondwet, waarin staat dat alle talen dezelfde status hebben. Dan heb je de talen die mensen spreken van huis uit. En ten derde heb je de realiteit op bijvoorbeeld universiteiten. Die drie situaties sluiten niet per se goed op elkaar aan. De wet is in ieder geval duidelijk: alle talen zijn gelijk. Maar niet alle officiële talen worden evenveel gebruikt. De grootste talen zijn Zoeloe en Xhosa, dan volgt Afrikaans en daarna Engels. De andere talen worden minder gebruikt, percentueel gezien. Maar je moet bedenken dat de kleinste gesproken taal, isiNdebele, nog steeds door meer dan een miljoen mensen wordt gesproken als moedertaal.

Tot zoverre de situatie qua beheersing. Hoe zit het met het gebruik in politiek en universiteiten? Daar blijkt dat de situatie helemaal geen afspiegeling is van de wet. Engels is in heel veel gevallen de voertaal geworden. Dat is op een bepaalde manier niet zo vreemd: Engels is internationaal een taal met veel prestige, en bovendien beheersen veel mensen in Zuid-Afrika Engels als tweede of derde taal. Maar zeker 33% van de mensen verstaat geen Engels. Die lijken nu dus toch buiten de boot te vallen. Ook worden mensen die pleiten voor het gebruik van de andere Afrikaanse talen weggezet als ‘conservatief’, en wordt Afrikaans steeds minder gebruik vanwege de associatie met apartheid.

Nu kun je je afvragen of dat erg is, als Engels de positie van voertaal inneemt. Het is toch handig als mensen elkaar begrijpen? Ja, dat is het. Maar niet iedereen heeft nu dezelfde mogelijkheden. Als je geen Engels beheerst kom je moeilijker uit de voeten op de universiteit en in de politiek. En door talen te negeren veronachtzaam je ook de identiteit van veel mensen, en dat is nou precies waar de grondwet tegen wilde waken. Kortom, er lijkt nog genoeg te doen in de taalkundige politiek van Zuid-Afrika.

Bronnen

Mogelijke opdrachten

  1. Lees het bijbehorende artikel. Dat is in het Afrikaans: kun je toch begrijpen wat er staat? Welke elementen vallen je op in de taal, of welke taal begrijp je echt niet?
  2. Wat vind jij: is het gebruik van Engels een goede oplossing voor Zuid-Afrika? Zou overgaan op Engels eigenlijk een goed idee zijn voor Nederland? Waarom wel/niet?
Dit bericht is geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter