Gedicht: Gust Gils – Wijlen de lente

Wijlen de lente

ha      HA
hoera vreugdekreten
de lEnte

de bomen botten er op los
alle horloges vallen stil
de natuur is platzak

lopenlopen springen jiven werkwoorden vervoegen
vreugdekreten slaken hoe hokkoe hokkoewee hibbi heebiooh

nimfen spelen tingeltangel hebben tersluik een bordeel geopend
weinig bezocht trouwens zal hen leren

lopen struikelen jiven springen opgetogen zijn maar beeheebiooh
hoerageroep stenigt de winter van bazalt

met katapulten knikkers schieten naar de azijnzon
of naar vliegtuigen raté nom de dieu

pleenk bohioe wabbab
HA      ha
alle mogelijkheden gelijk met de grond

met een lente in elke broekzak
komt men gemakkelijk elke lente door

woo aahhaa bie
heeeeeeeeeE- p

Gust Gils (1924-2002)
uit: Partituur voor vlinderbloemigen (1953)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.