Gedicht: G.A. Bredero – Sonnet

• Op 23 augustus is het 400 jaar geleden dat Bredero overleed, en daarom is 2018 Bredero-jaar. Zie Bredero2018.nl.

Sonnet

Het heylich vat, der Goon* waar in dat sijn gesloten
De plagen, en de straf van ’t menschelijck geslacht:
Is laas! voor mijn ontdeckt*, geopent, onverwacht,
Want ‘k hebber al bereets* veel smarten af genoten.

Mijn sinnen* met geweldt* die sijnder af gesloten,
Mijn leden af geknaaght* tot op het kaele been,
Mijn Hert dat is vol viers*, en ’t sendt sijn suchtjens heen,
Met laster en met lof* gestrengelt en doorschoten.

Helaas! mijn hert meent* u Pandora* schóón en wit*,
U! die het dient, en smeeckt, en viert ende aenbidt,
Om eens van u getróóst* in al mijn pyn te wesen.

O schoone! doet dan op*, doet op het tweede vat*,
Dat my verdrinckt en brant; doet op de waarde* schat,
Daar al de Heyl* in is, die my stracx* kan genesen.

G.A. Bredero (1585-1618)

Het heylich vat, der Goon: in de griekse mythologie de door de goden aan Pandora meegegeven doos, waaruit, toen zij deze op aarde opende, alle rampen ontsnapten en waarin alleen de hoop overbleef
ontdeckt: ontsloten
al bereets: alreeds; af: van, door
sinnen: zintuigen
geweldt: kracht
af geknaaght: (zijn er door) vermagerd
vol viers: vol vurigheid, vol hartstocht
met laster en met lof: met afkeuring en met eerbetoon; de tegenstelling is karakteristiek voor de onbeantwoorde liefde
meent u: bedoelt u
Pandora: zie vers 1, hier echter tevens aanduiding van het geliefde maar nog afkerige meisje
wit: blank
getróóst: dit werkwoord duidt op de volledig geschonken wederliefde
doet dan op: open dan
het tweede vat: nl. uw hart; van een tweede doos is in de griekse mythologie geen sprake, wel van de in de eerste doos achtergebleven hoop
waarde: kostbare
de Heyl: de genezende kracht
stracx: aanstonds, dadelijk

 

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter