Gedicht: Elma van Haren – Dorst

Uit Zuurstofconfetti, de nieuwe bundel van Elma van Haren.
Dorst

Over de drempel, de haspel de klos,
nooit gekocht, nooit gevonden,
maar vergaard met een vals hart,
een klosje wit garen voor witte gordijnen.

Door de kamer, de kelder de koelte
van het gezicht gewist, achter de bries,
onder ons gebleven en gezwegen dit grijze,
dit klosje grijs garen voor je zondagse pak.

Onder de grond, de gondel de grendel,
weggeschoven voor de kus van de Judas,
das om de nek ongebreidelde heisa, met een
rood klosje garen je mond gestopt als een sok.

Binnen de touwen, de tong en de tranen,
gedroogde zilvervisjes onder de rots,
rollen de klos rond. zout in je wonde,
warmte een hittebestendige grap —

Alles onderweg de pas afgesneden,
aanplant vertrapt, broedsel het nest uit,
karrenspoor hard, een korst op de aarde.
Oranje tegen de felblauwe hemel en
van duister gesponnen
garen het zwart,
bivakmuts,
woedende bloedklos,

de klok slaat, het hart slaat,
één houw
en het hoofd ligt eraf.

Elma van Haren (1954)
uit: Zuurstofconfetti (2018)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , . Bookmark de permalink.