Kon ik ze thuis ontslaan van mijn bestaan!

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (163)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Werkloosheid

Drie jaar nu al. Ik kom nog in ‘t gesticht.
Kon ik ze thuis ontslaan van mijn bestaan!
Mijn kleine zusje ziet me nauwelijks aan.
‘t Is of de meid het woord niet tot mij richt.

Ieder leeft op, als ik mijn hielen licht.
Het beste kon ik bij Van Nelle gaan.
Alleen: dan is het met m’n vak gedaan.
Voor leraar krijg ik een te oud gezicht.

Vanmorgen ben ik naar de kerk geweest.
‘God zal u, als op adelaarsvleugelen dragen.’
Maar ik heb zitten zweten als een beest.

Want steeds zag ik, toen de gemeente zong,
die werkeloze, die het raam uitsprong
en, van vier hoog, te pletter is geslagen.

Rotterdam, 1933, 1934, 1935

(Ida Gerhardt, Sonnetten van een leraar)

Er zijn weinig gedichten in de Nederlandse poëzie die de martelende ellende van de werkeloosheid zo indringend beschrijven als dit sonnet van een leraar. Het wordt zelfs nog indringender door wat achtergrondkennis. Uit Mieke Koenens biografie weten we dat Ida Gerhardt de Sonnetten van een leraar schreef toen een collega van haar aan het gymnasium van Kampen zich van het leven had beroofd. En bovendien dat Gerhardt inderdaad zelf in de genoemde jaren niet aan de bak had kunnen komen, maar dat ze ook een vrouw was.  Haar vader had haar altijd gesteund, maar haar moeder vond het toch al niets dat haar dochter was gaan studeren. En dan nu lerares willen worden, en niet trouwen, en dan ook nog werkeloos zijn.

En in de kerk allerlei opbeurende teksten aanhoren over hoe arenden hun jongen op hun vleugels dragen.

Er zitten allerlei tegenstellingen in het gedicht. Koenen wijst op die tussen die adelaarsvleugels en het zwetende beest, maar die adelaarsvleugels contrasteren natuurlijk ook met het te pletter slaan. En er zit, denk ik, iets dreigends in dat ‘vier hoog’. Waarom ‘vier’? Ik denk: omdat het één meer is dan drie. De drie jaar die onder het gedicht allemaal worden genoemd hadden niet gevolgd moeten worden door nog zo’n jaar – dan was de spreekster de mensen thuis waarschijnlijk echt gaan ontslaan van haar bestaan.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.