Database Geschiedenis Nederlandse Taalkunde (DAGENTA) gelanceerd

Door Nicoline van der Sijs

Tijdens de Grote Taaldag, gisteren, is de Database Geschiedenis Nederlandse Taalkunde (DAGENTA) gelanceerd. DAGENTA is een database in opbouw. De nu gelanceerde collectie is gebaseerd op het papieren archief van oude taalkundige werken dat Geert Dibbets, bijzonder hoogleraar Geschiedenis van de Nederlandse grammatica in West-Europese context, had achtergelaten aan de Nijmeegse universiteit. Student-assistent Bo Grisel heeft, onder leiding van Marten van der Meulen en Nicoline van der Sijs, de bibliografische gegevens van dit archief ingevoerd in een database, en bij de meeste titels de tekst van het complete werk als doorzoekbare pdf toegevoegd. Daarvoor is ze nagegaan of er inmiddels een digitale versie van het werk voorhanden is, bijvoorbeeld bij Googlebooks; was dat niet het geval, dan is de papieren versie uit het archief gescand. De website is ontwikkeld door het Humanities Lab van de Nijmeegse letterenfaculteit.

In figuur 1 staat hoe de werken over de tijd zijn verspreid. Het grootste aantal van de werken blijkt afkomstig uit de tweede helft van de 18e eeuw. 

Figuur 1. Spreiding over de tijd

Uit figuur 2 blijkt wat de onderwerpen van de werken zijn en in welke taal ze zijn gesteld. De meeste werken gaan over het Nederlands en zijn geschreven in het Nederlands, maar met name een aantal oudere werken is geschreven in het Latijn of Frans.

Figuur 2. Een overzicht van de onderwerpen en de taal van de werken

Het doel van de Database Geschiedenis Nederlandse Taalkunde is om historische werken over de Nederlandse taal te ontsluiten en daarmee het historisch taalonderzoek te stimuleren en vergemakkelijken, zowel voor de neerlandici in de Lage Landen als voor de neerlandici extra muros. DAGENTA maakt het mogelijk oude taalkundige werken en grammatica’s niet alleen kwalitatief inhoudelijk te bestuderen maar ook kwantitatief, zoals blijkt uit de bovenstaande figuren. Zo kan onder andere worden bekeken hoe en wanneer regels opkwamen, hoe die zich verspreidden, en welke argumenten werden gebruikt om regels te ondersteunen. Bovendien kan de zogenaamde ‘quantitative grammaticography’ (in de terminologie van Anderwald 2014) ook inzicht geven in de relatie tussen voorschrift en gebruik.

DAGENTA is nog lang niet af. We hebben nog allerlei toekomstplannen. Bovenaan de agenda staat de toevoeging van zoveel mogelijk andere oude taalkundige werken. Zo ontbreken belangrijke vroegmoderne grammatica’s zoals die van Christiaen van Heule, omdat daarvan een moderne uitgave bestaat die in de bibliotheken geraadpleegd kan worden. In de digitale wereld mag die editie, of de originele tekst uit 1625/1633, echter niet ontbreken. Ook andere recente tekstedities van taalkundige werken verdienen een plaatsje in DAGENTA.

Een tweede toekomstplan is de ontsluiting van de werken te verbeteren: momenteel kunnen de werken alleen pdf voor pdf worden doorzocht en niet gezamenlijk als één groot corpus. Dat laatste is wel het einddoel. Er wordt momenteel overlegd of dit wellicht in samenwerking met DBNL kan worden gerealiseerd. In dat geval zou DAGENTA een onderdeel kunnen worden van deze digitale bibliotheek. Momenteel bevat DBNL slechts een beperkt aantal oude taalkundige werken, dus DAGENTA vormt hierop een mooie aanvulling. DBNL kan dan ook de kwaliteit van de optische tekenherkenning verbeteren.

Hulp gevraagd

Zoals gezegd is DAGENTA slechts een beginpunt en willen we hieraan zoveel mogelijk werken toevoegen. Wellicht kunt en wilt u ons daarbij helpen. Suggesties zijn zeer welkom. En mocht u of uw instituut beschikken over oude(re) papieren taalkundige werken of digitale tekstedities die toegevoegd kunnen worden aan DAGENTA, neem dan even contact op met Nicoline van der Sijs: post@nicolinevdsijs.nl.

Dit bericht is geplaatst in naslagwerk(en), taalkunde, websites met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Database Geschiedenis Nederlandse Taalkunde (DAGENTA) gelanceerd

  1. Anton schreef:

    “Als het nu kan dan moet het gisteren.”

    Grappig dat ik vorige week in een gesprek met een docente Cultuur van Zuid- en Zuid-oost-Azzië dezelfde insteek tegenkwam van studenten die erover klaagden dat ze geen pdf hadden van de werken die ze na een uurtje bibliografisch zoeken hadden bewaard. Moesten ze naar de UB, pfff, omslachtig.

Reacties zijn gesloten.