Let’s talk about Nederlands

Door Marc van Oostendorp 

Goed zo! riepen allerlei eerzame en geleerde lieden toen de Groningse dichter Jan Pieter Rawie meldde dat hij zich niet zou laten ‘dwingen’ om een lezing over zijn werk te geven in het Engels. In deze video probeer ik uit te leggen waarom een dergelijke houding volgens mij uiteindelijk schadelijk is voor het Nederlands.

(Deze video bekijken op YouTube.)

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in video, vlog met de tags , , . Bookmark de permalink.

5 reacties op Let’s talk about Nederlands

  1. Lucas Seuren schreef:

    Een probleem is dat die studenten die nu uit het buitenland komen om hier onderwijs te volgen ook helemaal niet zo goed Engels spreken. Ik heb onderwijs gegeven aan studenten uit Spanje, Duitsland, Italië, en keer op keer is duidelijk dat de kwaliteit van het Engels de kwaliteit van het onderwijs in de weg staat. Sommige spreken acceptabel Engels, maar het is verre van vloeiend. En dat geldt net zo voor voor studenten Nederlands.

    Er zijn genoeg studenten die wel in het Engels onderwijs kunnen volgen, en docenten die in het Engels onderwijs kunnen geven, maar over het algemeen zie ik de kwaliteit van het onderwijs gewoon achteruit gaan. Studenten leren minder omdat zij en de docent converseren in een taal die ze niet vloeiend beheersen. Ik heb bijna een jaar tijdens mijn promotie in het buitenland gewoon en gestudeerd, eerst in York en later in Los Angeles. Ik schrijf in het Engels en geef mijn presentaties veelal in het Engels. Maar als ik studenten optimaal wil begeleiden, dan praten we in het Nederlands. Want uiteindelijk ben ik beter in het Nederlands; rijkere en creatievere woordenschat en communicatieve vaardigheden.

    Voor studenten die enorm gebrekkig Engels praten en schrijven, die zo ongeveer op niveau B1 zitten, is de afnemende keuzevrijheid dan ook een enorme horde. Ze zijn de afgelopen 18 niet voorbereid op Engelstalig onderwijs, maar plots moeten ze wel, want er is amper een universiteit over waar ze in het Nederlands onderwijs kunnen volgen. En zelfs al is de opleiding officieel Nederlandstalig, dan zijn de hoorcolleges, literatuur, en tentamens nog steeds in het Engels. Alleen de werkgroepen zijn Nederlands. Als ze vanuit het HBO doorstromen is die horde des te groter.

    Daarmee wil ik niet zeggen dat we geen Engelstalig onderwijs moeten aanbieden voor buitenlandse studenten, maar we zijn niet langer bezig met goed onderwijs geven. Centraal staat het aantrekken van veel studenten, want dat levert meer geld op. Dat dat deels een gevolg is van een verkeerd beeld onder studenten in spe en hun ouders doet daar weinig aan af, en is alleen nog maar een extra probleem.

    • De problemen die je noemt zijn reëel en moeten serieus besproken worden. Het feit dat jij je na het noemen van die problemen genoodzaakt voelt te melden dat je heus niet tegen Engelstalig onderwijs bent, en ik dat ik me bij het verdedigen van het Engelstalig onderwijs genoodzaakt voel erop te wijzen dat dit heus niet betekent dat je de problemen moet negeren, dát is het probleem, geloof ik. Er zijn teveel twee kampen, die allebei eentaligheid als uitgangspunt nemen; de discussie komt daarmee niet verder.

      Overigens is het probleem dat universiteiten gedwongen worden studenten te trekken en af te laten studeren een breder probleem dan alleen voor buitenlandse studenten. Iedereen weet dat het daardoor ook, minstens bij sommige opleidingen, gebeurt dat er mensen afstuderen die eigenlijk niet voldoende kwaliteit hebben.

  2. Rob van Essen schreef:

    Na zes minuten verscheen bij mij een pop-up in beeld met de tekst “Help mee deze video te vertalen.”

  3. Jos Van Hecke schreef:

    Uit de ervaring geboren, goed onderbouwd, recht voor de raap en uit het hart, dat verdient mijns inziens (naar mijn persoonlijke mening, voor alle duidelijkheid) meer dan één pluim!
    Laten we aannemen dat het Engels wereldwijd dé universele taal van de hogere kennis en dus van wetenschap, onderzoek en technologie is en meteen dus ook wereldwijd van alle universiteiten en hogescholen (waarom dat zo is of zou moeten zijn, laat ik hier even terzijde). Het kan dan moeilijk worden ontkend dat hierdoor wereldwijd (communicatieve én maatschappelijke) breuken dreigen te ontstaan met de diverse anderstalige leefwerelden (anderstalige bevolkingen) die de wereld nog rijk is. Een deel van het probleem zou allicht kunnen worden opgelost door overal, aan iedereen en op alle niveaus – van laag tot hoog – verplicht onderwijs in het Engels te verstrekken. Dat hierdoor wereldwijd nog grotere maatschappelijke én culturele breuken en ontwrichtingen dreigen te ontstaan, kan geen verwondering baren. Ik las ergens op een Zuid-Afrikaanse webstek dat men aan de ééntalig Engelstalige universiteit van Kwazulu-Natal de noodzaak voelde en voelt om aan de studenten wier moedertaal het isiZulu is, bijzondere bijkomende cursussen in het isiZulu verplicht op te leggen, onder meer om wetenschap ook in deze taal te kunnen brengen en toe te passen en nog meer om het contact met de isiZulu sprekende gemeenschap niet te verliezen, m.a.w. om maatschappelijke en culturele breuken te vermijden. Als Nederland en – zij het in iets mindere mate – ook Vlaanderen hun taalbeleid inzake hoger onderwijs niet bijsturen, zie ik gelijkaardige problemen ontstaan. Taal en talenkennis zie ik ook als een vorm van ‘kwaliteit’ die eveneens van toepassing is op anderstalige buitenlandse studenten die aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten willen komen studeren maar uiteraard(?) geen Nederlands noch behoorlijk Engels blijken te kennen of te beheersen. Dit lost men niet op door kortzichtig de oogjes dicht te knijpen en de centjes (voor wat, voor wie?) binnen te rijven. Over ‘meertaligheid’ kan verder ook wel één en ander worden gezegd of uitgelegd. In elk geval is het een term die door menigeen makkelijker in de mond wordt genomen dan dat hij in de praktijk door menigeen met vrucht en voldoening wordt ingevuld.
    Hoe het ook zij, Nederland noch Vlaanderen zijn op dit vlak – met een onmiskenbaar schizofreen karakter waar het de beleidsverschillen betreft tussen de onderwijstaal in het hoger onderwijs enerzijds en de onderwijstaal in het hieraan voorafgaand onderwijs anderzijds – inderdaad niet goed doende, althans – en ik wil het onderstrepen – volgens mijn persoonlijke mening die uiteraard ‘gekleurd’ is. Hoe zou het anders?.

Laat een reactie achter