Kleine sociologie van het vragenrondje

Door Marc van Oostendorp

We zaten in een stoffig zaaltje in Londen, want we hadden een congres. Iemand hield een lezing, maar toen kwam het: de vragenronde! De meest irrationele vorm van communicatie tussen wetenschappers die er is. Want de theorie is simpel: een beleefde uitwisseling van ideeën over het zojuist gebodene. Aanvullingen. Correcties. Maar de praktijk is anders. Niks ratio: apenrots!

De vragenstellers zijn vrijwel alleen de machtigen in het vakgebied, of degenen die op weg zijn het te worden. Er staat iemand op om een uitvoerig betoog te houden over haar eigen theorieën over een heel ander verschijnsel dan het zojuist behandelde. Een promovendus vraagt naar eigen tevredenheid waarom de allernieuwste statistische technieken niet zijn toegepast. Het hoofd van de afdeling heeft de hele tijd zitten slapen en vraagt iets wat twee slides voor het einde letterlijk aan de orde is geweest. “Wat een wonder,” mompelen zijn medewerkers. “De hele tijd slapen en dan zó’n scherpe vraag stellen.”Maar de vragenstellers zijn niet alleen maar naarlingen. Naast de vraag uit ijdelheid is er ook de genadevraag. Niets is vervelender dan een lezing geven waarop geen vragen komen, en dus móét er na de onbegrijpelijkste lezing (iemand is het Engels niet machtig en leest daarom de hele tekst van de voordracht toonloos voor, begeleid met onleesbaar kleine dia’s) minstens een vraag stellen of een opmerking te maken. Degene die dan zijn hand opsteekt en, enkel op basis van de titel van het betoog, een vraag weet te stellen is een held. Dat het antwoord vervolgens ook weer onbegrijpelijk is, interesseert niemand.

Waarom is precies het vragenrondje de apenrots van het wetenschapsbedrijf? Ik denk: omdat het van alle communicatie in de onderzoekspraktijk de meest geïmproviseerde is. Vraag noch antwoord kunnen worden voorbereid. Het vereist dus enige moed om een vraag te stellen, maar ook tact en inlevingsvermogen. En het is een kans om aan het woord te komen terwijl iedereen moet luisteren.

Dat is te verleidelijk. De wetenschapper is ook maar een rotsaap.

Dit stukje verscheen gisteren op Voxweb.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.