Gedicht: Max de Jong – Bedenkingen uit Voorschoten

Bedenkingen uit Voorschoten

Er likt vannacht een ijsbeer aan de maan –
weg is het vizioen! Er zitten slakken
tegen de glazen van de broeikas aan,
die hard naar de begane grond afzakken.

Over het dorp welft zich de regenboog;
de wegen zijn gevoerd met blauwe modder,
en wijzen in hun bomen recht omhoog,
naar wolken slechts en hun verwaaid geflodder.

Het hágelt. Veld en beemden worden koel.
De schapen staan te schudden op hun poten.
De vele wegen leiden naar geen doel,
betrouwbaarder is het geheel der sloten.

Diep ergens in het Westland woont een zwaan,
bezwaard door druiven en ronde tomaten –
de droomgezichten vullen elkaar aan,
zonder dat ik op één me durf verlaten.

Maar nú wordt ook begrijpelijk, hoe steeds
wanneer ik naar je zocht je niet gevonden
kon worden. En nú staat ook vast dat reeds
toen jij nog schertste ìk me had gebonden!

Max de Jong (1917-1951)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.