Zeg maar dag tegen de afko 

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof dat kinderen nu al niet meer weten wat er ook weer zo hip is aan alles kort mogelijk opschrijven. Wij allen, van de generatie die het eerst hadden over msn- en daarna over sms- en tenslotte over Twittertaal, wij kunnen beginnen met nostalgisch terugkijken op LOL, op OMFG, op OLM. Aan 20 jaar geklaag over dat jongeren almaar alles zo kort zeggen en ze daardoor geen normale brief meer kunnen schrijven, komt een eind. Nu kan 20 jaar geklaag beginnen over dat de jongeren niet meer precies en nauwkeurig kunnen schrijven en er zomaar van alles en nog wat uitgooien zonder nog te proberen zich een beetje in te perken.

De baas van Twitter, @jack, legde het goed uit, toen hij de maatregel aankondigde om Tweets niet langer te beperken tot 140 lettertekens, maar tot 280. De oorspronkelijke reden voor die 140 was dat je tweets moest kunnen sms’en. Sms-berichten telden maximaal 160 lettertekens, en Twitter had er dan 20 nodig voor administratieve doelen. Zoals gezegd, niemand sms’t nog, er is geen reden om je aan zo’n beperking te houden.

Verlangens

Het is een les die je zou kunnen leren uit de geschiedenis van de communicatie op internet tot nu toe. De techniek stelt allerlei beperkingen en mensen passen zich aan die beperkingen aan. Maar vervolgens worden die aanpassingen gepresenteerd als de toekomst van de communicatie. Dat gaat al dan niet gepaard met gevoelens van rampspoed! Vanaf nu gaan mensen alleen nog maar in korte berichtjes met elkaar communiceren! Terwijl het natuurlijk veel logischer is om te veronderstellen dat die beperkingen ooit zullen worden opgeheven.

Wat dat betreft lijken mij die 280 tekens ook maar een tijdelijke stap. Mensen willen zulke beperkingen natuurlijk helemaal niet; althans zeker niet als zender. Voor de ontvanger is het misschien wel prettig als anderen zich beperken. Maar communicatiemiddelen richten zich nu eenmaal vaak sterker op de verlangens van de mens als zender dan op die van de(zelfde) mens als ontvanger.

Dicteren

Ook dat is volkomen te begrijpen. Wie weleens een groepsgesprek heeft meegemaakt, weet dat de meeste mensen meer gericht zijn op zenden dan op ontvangen. Een geslaagd groepsgesprek is een gesprek waarin iedereen vrolijk aan het praten is, eventueel zelfs een beetje door elkaar. Een gesprek waarin iedereen vooral zwijgt en de oren spitst zodra iemand wat zegt, geldt niet als een fijn gesprek.

En dat is de functie van alle communicatietechniek: ervoor zorgen dat we ook als we niet bij elkaar zitten toch kunnen communiceren op de manier waarop we dat al duizenden jaren prettig vinden. Dat je zoveel mogelijk kunt zeggen. Dat je daarbij niet heel erg op je woorden hoeft te letten. Dat je wel een aandachtig gehoor hebt, maar dat je weet dat dit gehoor jou ook soms als zijn gehoor ziet.

Wat dat betreft kun je ook wel voorspellingen doen over de toekomst. Ik zou bijvoorbeeld verwachten dat het schrijven ooit als vaardigheid verdwijnt. Je hebt daar immers niets aan als je kunt dicteren en je computer het voor je uitschrijft. Lezen zal langer blijven bestaan, omdat er voordelen zijn aan de zaken in één oogopslag zien. Als dat schrijven verdwijnt, zal het ook niet gemerkt worden; want door te dicteren zorg je er toch nog steeds voor dat er letters op het scherm verschijnen?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Zeg maar dag tegen de afko 

  1. Gerard van der Leeuw schreef:

    Volgens mij weet iedereen dat je anders spreekt dan schrijft. Het schrijven zal dus heus niet verdwijnen. Misschien worst het zelfs weer een kunst!

  2. Johan Schipper schreef:

    Ik sms nog.

Reacties zijn gesloten.