Wordt er entree gevraagd?

Door Guusje Jol

Ik vind katten toffe beesten. Zo’n ronkend monster op schoot. Of eentje die ongecoördineerd met z’n hoofd tegen je been aan beukt bij wijze van ‘kopje’. Of jaloersmakend lui in de vensterbank ligt. Of met een sprong waar Epke Zonderland ‘u’ tegen zegt precies op de schutting springt. En dan niet eens aan de andere kant van de schutting af kukelt.

Dus: leve de kattencafé’s die overal opduiken!

Entree of geen entree?

Ik ben niet de enige die dat denkt, dus ik stond in Groningen een keer voor kattencafé waar op de deur waarop stond dat de tent vol zat. De volgende keer checkte ik dus vooraf de FAQ van het kattencafé dat ik op het oog had. Daar kwam ik de volgende tekst tegen:

Wordt er entree gevraagd?
Voor [ons kattencafé] is het belangrijkste doel het welzijn van de katten en dit kost natuurlijk geld! Denk hierbij niet alleen aan de voeding, maar ook aan de medische kosten (sommige katten kunnen medicijnen nodig hebben of onder verhoogd toezicht van een dierenarts staan), de jaarlijkse inentingen en het leefbaar houden van de leefomgeving voor de katten. Het is fijn dat we hier met elkaar voor kunnen zorgen (…)

Ik weet niet hoe het u vergaat bij het lezen van deze tekst, maar ik dacht: zijn ze de prijs vergeten? En hoe enorm hoog is die entree dan wel niet?

Het interessante aan deze vragen is dat ik ervan uit ga dát er entree wordt gevraagd. Maar dat stáát er niet. Waarom trek ik dan toch die conclusie?

Kattenwelzijn

De tekst begint met een doel waar je het als aspirant-bezoeker van een kattencafé moeilijk mee oneens kunt zijn: kattenwelzijn. Het lijkt een beetje op het soort vragen die commerciële wervers voor goede doelen op zaterdag in de winkelstraat stellen: ‘vindt u mensenrechten belangrijk?’ of ‘vindt u ook dat iedereen schoon water zou moeten hebben?’. Nogal wiedes! Of voor de (oudere) jongeren onder ons: duhuh!

Aan dit kattenwelzijn-doel wordt vervolgens een gevolg verbonden: dit kost geld. En niet zomaar,  het kost ‘natuurlijk’ geld! Dat ‘natuurlijk’ presenteert het als: hier is geen twijfel over mogelijk, dit is een vanzelfsprekendheid, en daarom niet voor discussie vatbaar.

Daarna geeft de tekst een aantal voorbeelden die anticiperen op de mogelijke tegenwerping: zo’n kat heeft toch alleen eten nodig? Gelukkig helpt de tekst de lezer uit deze mogelijke droom: er kunnen ook schoonmaakkosten en medische kosten zijn.

Rechtvaardigen

Al met al rechtvaardigt de tekst dat er geld nodig is. Deze rechtvaardigingen doen nóg twee dingen. Ten eerste wordt het directe antwoord op de vraag uitgesteld. En uitstel van een antwoord gaat vaak vooraf aan een antwoord waar de vraag nou net niet naar toe werkte. En dat geldt ook voor rechtvaardigingen. Stel je de volgende dialoog voor:

A: Heb je zin om mee naar de film te gaan?
B: Eeeehm, ik heb die dag afgesproken om X te helpen met verhuizen…

De rechtvaardiging van B stelt een direct antwoord uit, maar toch weten we al dat het antwoord hoogstwaarschijnlijk ‘nee’ gaat worden. Daarom hoeft dit antwoord vaak helemaal niet meer gegeven te worden.

Ten tweede veronderstelt de tekst dat mensen liever geen entree betalen en dat rechtvaardiging dus nodig is. En dit suggereert weer dat er inderdaad toegangsgeld gevraagd wordt. Zonder dat het expliciet gemaakt hoeft te worden.

Optimisme en gezamenlijkheid

Ten slotte wordt er ook een optimistische uitspraak gedaan ‘Het is fijn dat we hier met elkaar voor kunnen zorgen…’. Je zou ‘we’ kunnen opvatten als ‘wij, de medewerkers van het kattencafé’. Maar in deze context is een lezing als ‘u als bezoeker en wij als medewerkers van het kattencafé’ plausibeler. Het spreekt enerzijds waardering uit voor de bezoeker die bijdraagt aan het kattenwelzijn, maar ook het optimistische vertrouwen dat de bezoeker daaraan mee kan en wil werken, samen met de medewerkers van het kattencafé.
En op de achtergrond hoor je dan al aankomen: door entree te betalen.

Klopte mijn lezing?

De grote vraag is natuurlijk: klopte de manier waarop ik de tekst begreep? Dit is hoe de tekst verder ging:

(…) en daarom vragen wij een entree van € 2,50 per persoon. Maar wanneer je een consumptie bestelt (vanaf 1 consumptie p.p.) komt de entree te vervallen.

Ja dus. Maar wel direct gevolgd door een geruststellende mededeling dat je met één kopje koffie van die verplichting af bent. Je betaalt entree, maar alléén als je niks bestelt. Ik heb de tekst wel drie keer moeten lezen voor ik het bedrag zag. Dat verzoop als het ware in de rechtvaardigingen.

Toen ik de regeling eenmaal gevonden had leek het mij alleszins redelijk, dus ik heb uiteindelijk een ochtend in het kattencafé gezeten, met m’n laptop, lekkere cappuccino en een nog betere brownie. Zo af en toe wandelde zat er een kat over m’n toetsenbord of nestelde zich een spinnend beest aan mijn voeten.

En dat alles, vanwege die consumpties, zónder entree te betalen!

Dit bericht is geplaatst in column, taalbeheersing. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter