Linkse praatjes opdringen aan studenten

Door Marc van Oostendorp

Teun Hoekstra (1953-1998). Photo courtesy of Nina Hyams

Vorige week barstte ineens een discussie los rond een curieuze stelling: dat docenten volkomen neutraal zouden moeten zijn in hun onderwijs.

Het begon ermee dat de politicus en beginnend romanschrijver Thierry Baudet bezwaar maakte tegen een opdracht van onze collega-leraar Nederlands Ivar Gierveld. Die had leerlingen gevraagd om een opstel te schrijven over Baudets splinterpartijtje en Baudet kon zich niet vinden in de samenvatting die Gierveld had gegeven van zijn standpunten (die naar mijn indruk door hun gebrek aan logica en coherentie dan ook bijzonder lastig samen te vatten zijn).

Maar al snel breidde de discussie zich uit naar de bredere vraag of docenten op middelbare scholen én het hoger onderwijs niet ‘neutraal’ moesten zijn.

Daardoor moest ik ineens aan Teun Hoekstra denken. Hij is al bijna twintig jaar dood, maar er zijn weinig mensen van wie ik zo veel heb geleerd – juist doordat hij zijn mening niet onder stoelen of banken stak. Doordat hij zijn studenten bleef bestoken met opvattingen en argumenten tot ze niet meer konden. De discussie ging tijdens het college weliswaar alleen over het soort abstracte onderwerpen waarvoor Teun was aangesteld – syntaxis –, maar in de pauze gingen we met zijn allen naar de koffiekamer en daar ging de discussie door over alle andere onderwerpen: de wetenschapsfilosofie, het voetbal en de politiek.

Debattechniek

Daar leerde je van: dat je een échte mening moet hebben, één die je zelf door en door begrijpt en die je kunt verdedigen, geen ironische flodder. Daar leerde je van: dat als je in de botsing van ideeën verloor, je van mening kon veranderen en dan de winnende idee voortaan beter kon verdedigen. Daar leerde je van: het prettig is om zo, serieus, te praten over ideeën. En niet zoals de jongeheer Baudet die van alles roept en dan zegt dat hij het niet zo gemeend heeft; die dus op de keper beschouwd nergens voor staat en wiens debattechniek dan ook op zeer laag peil staat.

We hadden het over de politiek van eind jaren tachtig, maar het was alleen indoctrinatie als je het overdragen van het vuur van de rede zo wilt noemen. Ik weet niet eens meer wat voor politieke meningen Teun Hoekstra had. Ik weet alleen dat hij dat vuur op een aantal studenten overgedragen heeft. Sommigen onder hen hebben het misschien verloren, maar bij anderen leeft het voort.

Eerbied

Wat dat betreft vind ik dat er in het hedendaagse onderwijs eigenlijk juist te weinig standpunten worden ingenomen door docenten. Het discussieklimaat is uitermate slap, ik zie geen Teunen Hoekstra’s meer in de collegezalen of de koffiekamers. Het tegendeel is eerder het geval: in het hoger onderwijs lopen veel brave borsten rond die iedereen zijn eigen mening gunnen en die dus geen échte discussies entameren, hoogstens een aan allerlei vormregels onderhevig ‘debat’ waarbij hooguit op de formele regels van het debat wordt gelet. Het klimaat waarin uiteindelijk iedere mening evenveel waard is, mits hij een beetje lollig is geformuleerd.

Goed onderwijs geef je met je hele wezen, met hart en ziel, met lichaam en geest, met alles wat je hebt. Inclusief je opinies. Nergens leert een leerling meer van dan zich af zetten tegen zijn docent, en dan gedwongen te worden dat op een rationele manier te doen, en zijn argumenten ook nog eens goed te verwoorden. Wat de mening van die docent is, doet er verder niet eens zoveel toe, zolang hij ook de eerbied voor de rede en het debat uitdraagt.

Indoctrinatie

Natuurlijk moet iemand geen onvoldoende krijgen omdat hij op een politiek vlak een ander standpunt heeft dan jij. Natuurlijk moet je je leerlingen of studenten niet onder druk zetten om jouw mening aan te hangen. Natuurlijk zou je willen dat er docenten zijn met verschillende, en liefst tegenovergestelde meningen. Maar allemaal met datzelfde vuur.

Studenten kunnen een afwijkende mening niet alleen aan, ze snakken er zelfs naar. Ik zie in het onderwijs zeker niet te veel indoctrinatie, maar wel te weinig discussie.

Hier is de mening van Michelle van Dijk over het middelbaar onderwijs.

In de decembermaand houdt Neerlandistiek een crowdfunding-actie. Lees je graag Neerlandistiek? Help ons een hartewens van onze hoofdredacteur te verwerkelijken.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

12 reacties op Linkse praatjes opdringen aan studenten

  1. Elisabeth D'Halleweyn schreef:

    Heel fijn over Teun te lezen. En ja, zo was hij!

  2. groninganus schreef:

    Heb zelf, als linkse jongen, de beste herinneringen aan meneer Datema, de aardrijkskundeleraar die dan in onze ogen dan wel heel rechts was, maar die ons toch heel veel leerde over actuele zaken.

  3. Lucas Seuren schreef:

    De keerzijde is dat ik soms zie dat politieke standpunten in het onderwijs sluipen. Docenten in de VS die elk college wel hun materiaal gebruiken om zich kritisch uit te laten over Trump bijvoorbeeld; zeker in een toch al linkse omgeving is dat erg onprettig voor andersdenkenden. Ik zie hier ook bij cursussen dat er wel lesmateriaal gebruikt wordt waarin men kritisch is over bv Wilders, maar nooit over bv Samsom. Dat gaat wel zeker in de richting van indoctrinatie; je hoeft niet neutraal les te geven, maar je politieke opvattingen moeten niet centraal staan in de colleges.

    Daar mag je absoluut kritisch op zijn. Want dan is er weinig tot geen ruimte voor studenten om erover te discussiëren en creëer je een sfeer waarin dat soort discussies zelfs ontmoedigd worden. Het is niet voor niets dat conservatieve studenten in de VS zich veelal in de kast bevinden; hun opinie wordt niet gewaardeerd of getolereerd in het algemeen.

  4. Marc van Oostendorp lijkt hier te zeggen dat het uitgebreid en uitgesproken uiten van de eigen mening door leraren ok is, omdat het een dreverhaveneffect geeft: als jongere zet je je nu eenmaal af tegen de mening van de oudere.

    Dat klopt alleen wanneer de leerling de kans krijgt om zijn tegendraadse opvatting vrij en onbevangen te uiten en daar ook waardering voor krijgt bij toetsen. Ivar Gierveld begint zijn gewraakte 5 VWO-opdracht met een frame met de strekking ‘Baudet wil een blanke eliteregering, wat vind je daarvan?’ Dat is toch een signaal aan de leerling dat ze het niet in haar hoofd moet halen om iets pro Baudet te zeggen?

    In debattraining word je geoefend om vanuit verschillende standpunten een stelling te kunnen verdedigen en te betwisten. In 5 VWO zou dat ook de insteek moeten zijn.

    • Marc van Oostendorp schreef:

      (Dit is ook een reactie op Lucas Seuren.)
      Het lijkt me niet de bedoeling om leerlingen verplicht bij aanvang van de les de Internationale te laten zingen. En ik geloof dat iedereen het erover eens is dat Giervelds samenvatting in die opgave strakker geformuleerd had kunnen worden. Ik lees er echter zeker geen aanmoediging in om het van harte met de docent eens te zijn.

      Het ideaal lijkt mij dat er een sfeer is van maximaal open gedachteuitwisseling. Dat is een fundament voor een goed functionerende democratie. Wat daar niet bij hoort: doen alsof 17-jarigen arme schapen zijn die klakkeloos alles aannemen. Wie dat denkt is zelf nooit 17 geweest.

      Waarbij natuurlijk komt dat de jongeheer Baudet, mogelijk in jeugdige onbezonnenheid, heeft gezegd dat hij Nederland “dominant blank” wil houden. Heel vreemd is dan ook weer niet als iemand debkt dat hij dat meent of dat scholieren door dat idee worden aangetrokken.

      Ik ben zelf niet zo’n liefhebber van de door u beschreven debatdidactiek. Het maakt van het debat naar mijn smaak te veel een techniek die men los van de inhoud kan toepassen en ‘winnen’. Ik heb vanochtend wat tijd besteed aan Twitter-discussies met (vermoedelijk jonge) aanhangers van de jongeheer Baudet over dit stukje. Daarbij viel me op hoe zeer ook zij gericht zijn op ‘winnen’ en hoe weinig op de inhoud if begrip van de ‘tegenstander’.

      Dat ik niet zo’n liefhebber ben betekent overigens ook weer niet dat docenten hem niet succesvol kunnen gebruiken. Op Neerlandistiek staat een video van een gesprek dat ik hierover heb gehad met Erwin Mantingh.

      • Marc van Oostendorp schreef:

        Ik bedacht nog dit. Het lijkt me ook volkomen logisch dat je tijdens een college of in de les je publiek niet voortdurend lastig valt met je lrivé-besognes en wederwaardigheden over pakweg je liefdesleven. Maar daaruit volgt niet dat goed onderwijs vereist dat de docent verbergt dat hij of zij ook een mens is. Ik zou zeggen: integendeel.

      • Lucas Seuren schreef:

        De focus op winnen over begrip heeft niks met Baudet te maken, of met de jeugdigheid. Mensen proberen in discussies anderen te overtuigen van hun eigen standpunt, daarom gaan ze in discussie. Niet om overtuigd te worden. Dat is de essentie van politiek debat. Het is in deze gepolariseerde tijd misschien wat erger, maar dat kan ook omdat we te maken hebben met het internet, waar mensen sowieso niet komen om naar anderen te luisteren.

  5. Marc van Oostrendorp schreef: ‘[debattraining] maakt van het debat naar mijn smaak te veel een techniek die men los van de inhoud kan toepassen en ‘winnen’.’

    Bij een ‘technisch’ gevoerd debat ‘win’ je alleen als je met invoelingsvermogen ingaat op de argumenten en gevoelens van de tegenstander en haar achterban. Dat lijkt mij veel menselijker en minder technisch dan de stropoppen en frames die op internet heen en weer schieten en waar de oude Gierveld niet voor onderdoet.

    Verder helemaal eens: laat leraren voor alles hun intellectuele passies tonen en overbrengen!

  6. Josje Kuenen schreef:

    Belangrijk in deze discussie lijkt me de context waarin je als docent je mening ventileert. Juichen bij een zin die syntactisch niet te ontleden lijkt maar toch betekenis heeft (ik probeer me in te leven in Hoekstra’s enthousiasme) is toch van een andere orde dan een docent die vindt dat sommige nieuwe politici abjecte standpunten innemen. Vakinhoud kun je toch niet vergelijken met politieke voorkeuren?

    Ook maakt het verschil of je in de koffiekamer slap of hartgrondig van je hart geen moordkuil maakt of dat je dat in de collegezaal doet. De context impliceert hoe je de mening van je docent kan duiden: is dit persoonlijk (bij de koffie: dan kan ik het omarmen of deleten) of is dit wat ik moet weten/vinden (collegezaal: dan moet ik het kennelijk nadoen).

    De situatie waarin je een cijfer krijgt voor het schrijven van een betoog dat gekleurd ingeleid wordt (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het voorbeeld over Zwarte Piet in hetzelfde tentamen), is weer een heel andere context. Juist vanwege het ontbreken van objectiviteit -waar je dat bij de andere onderwerpen wel ziet- is het toch niet zo verwonderlijk dat hierover opwinding is ontstaan? We moeten onze leerlingen en studenten kritisch maken, daar ben ik het zeer mee eens. Maar kritische studenten krijg je pas als ze zeker weten dat ze mogen zeggen/schrijven wat ze vinden. Zodra je laat merken, hoe subtiel ook, dat er wenselijker (linksiger) meningen zijn, verdwijnen de kritische competenties als sneeuw voor de zon. De rol van de docent (de autoriteit) is nu eenmaal niet te onderschatten. Er zijn sociaal-psychologische onderzoeken te over die dat onderstrepen (Asch, Milgram, Zimbardo). Helaas. Zorgvuldigheid en objectiviteit tijdens het formuleren van tentamens lijkt me voor alle docenten dus nastrevenswaardig. (En fair reageren op terechte feedback trouwens ook;).

    (Zie hier de link naar het tentamen, teruggaan naar de bron is immers wat academici (zouden moeten) doen: http://marianum.nl/wp-content/uploads/2017/11/stellingentoets.pdf?_sp=15c92594-2af8-4887-967e-2491b52b95f1.1512765768731)

    Dan over de taak van docenten hun mening hartgrondig te delen. Rechtsfilosoof Paul Cliteur deed dat tijdens zijn colleges op het Rapenburg waar Baudet destijds werd geïnspireerd om politicus te worden (in plaats van advocaat of bankier). Het enthousiaste betoog van Cliteur had kennelijk effect op de jonge idealist die -net als veel andere jongeren- zijn kansen in onze democratie grijpt om de wereld te verbeteren. Zwartmakerij, halve waarheden, haatmails vallen deze man nu ten deel (en eerder na de dood van Fortuyn trouwens ook Cliteur, die zich na doodsbedreigingen uit het publieke debat terugtrok). Dat is tegenwoordig de prijs voor hartgrondig anders denken en spreken. Is dat misschien ook de reden waarom aan opleidingen niet meer zulke uitgesproken meningen te horen zijn? Je weet maar nooit hoe een tweet een haas vangt? Of is het gewoon zo dat die opleidingen bevolkt worden door linksige docenten waar iedereen een beetje socialisties babbelt en er eigenlijk geen reden is om in discussie te gaan?

    Of hebben ze het te druk? De dooddoener van de moderne docent. Maar dat is weer een ander chapiter (dat mij trouwens absoluut niet relevant lijkt voor deze casus, evenals andere argumenten in het betoog van Michelle van Dijk dat je aanbeveelt en dat overigens erg goed geschreven is maar inhoudelijk aardig wat planken misslaat. Blij dat ik er geen cijfer voor hoef te geven, want gaat het nu om schrijfstijl en pathos of om relevante argumenten inzake de kwestie? Een literatuurdocent kiest waarschijnlijk voor het eerste, een taalbeheerser voor het tweede. Ik zie een kans voor een nieuwe blog.

    P.S. Nog van harte met je aanstelling bij de RU! Wat een verhaal verleden jaar in Leiden!

    • U snijdt een groot aantal onderwerpen aan. Ik neem er een paar uit.

      Natuurlijk is er verschil tussen wat je in de collegezaal doet en wat je daarbuiten doet. Zoals ik hierboven al schreef lijkt het me vergelijkbaar met andere privé-zaken. Je gaat een syntaxis-college niet uitgebreid vullen met referaten over de toestand in Venezuela, en ook niet met inkijkjes in je privé-leven. Het is ongepast omdat het buiten de orde valt. Maar de zaken lopen ook in elkaar over, zeker als je, zoals in het middelbaar onderwijs, geacht wordt de leerling met opiniërende teksten om te laten gaan.

      Dat de opdracht niet zo goed geformuleerd was, daarover is ook iedereen het geloof ik eens, maar de opwinding die erover is ontstaan vind ik overdreven. Het probleem bij de jongeheer Baudet is dat hij allerlei dingen roept en die vervolgens weer terugtrekt. Dat iemand daarvan in de war raakt is niet zo heel gek, en ik zie weinig redenen om te veronderstellen dat de docent een slechte beoordeling zou hebben gegeven als iemand tegen zijn samenvatting in zou gaan. Verder is hier gewoon op een willekeurige doordeweekse dag iets niet helemaal goed gegaan met de formulering van een opdracht – 1 van de 10! De opwinding suggereert echter dat er sprake is van een groot complot en volgens mij is er geen reden om te veronderstellen dat dit klopt.

  7. Marcel Plaatsman schreef:

    Discussie lijkt mij een wezenlijk onderdeel van goed onderwijs. Daarbij mag een leraar ook best een eigen mening hebben. Maar dan moet die discussie wel gevoerd kunnen worden. Ik kan me goed voorstellen dat in dit geval leerlingen met sympathie voor Baudet nou juist het gevoel gekregen hebben dat ze die sympathieën maar beter níet konden uitspreken. Dan bereik je dus net het tegendeel van wat jij hier bepleit.

Laat een reactie achter