Klagen over gangpadzitters

Door Guusje Jol

Een vriendin vertelde mij ooit eens dat ze mij niet belt als ze wil klagen en als ze wil dat de ander haar dan zonder meer gelijk geeft. Ik heb kennelijk de neiging om onder de aandacht te brengen wat het perspectief van de ander zou kunnen zijn. Ik kan het ook niet helpen: ik ben een weegschaal….

Legitieme klacht

Maar mensen verzetten sowieso een hoop werk om klachten als legitiem te presenteren en een sympathiserende reactie uit te lokken. Ook als het publiek minder moeilijk is dan ondergetekende. Neem de WhatsApp dialoog tussen A (die ik Anne m/v heb genoemd) en B (die ik Bo m/v heb gedoopt).

1   A (9u 12min):  →          net in de trein, ik zat bij het raam met iemand naast me. Ik pak m’n tas, zo van: hint, ik moet hier uit

2   B (9u 12min):               Mensen die in de trein instappen als je er nog niet uit bent?

3   A (9u 12min):  →          Die guy blijft nog ff rustig zitten. Ik nou ja laat maar gaan, ik red m’n bus nog wel

4   A (9u 12min):  →          Staat ie op, ik erachter aan, laat ie de deur in m’n gezicht vallen

5   B (9u 13min):               NO WAY

6   B (9u 13min):               OMGGGGGGGG

(Metro, vrijdag 16 juni 2017 (p.15))

Voor de oplettende lezer: ik heb inderdaad vorige keer ook geschreven over dit WhatsApp gesprekje. Toen ging het erover dat mensen op verschillende manieren de hulp van anderen kunnen verwerven.  Maar de dialoog is ook een mooie illustratie hoe je een klacht als legitiem kunt presenteren. En daarmee een sympathiserende reactie kunt uitlokken.

Ontbrekende redenen

Het valt op dat Anne met geen woord rept over mogelijke redenen waardoor ‘guy’ niet meteen opsprong voor Anne. Eén mogelijkheid is dat hij niet opstond omdat hij óók uit moest stappen. In dat geval heeft hij misschien wel gezien dat Anne de tas pakte en heeft hij dat ook begrepen als een hint, maar ‘guy’ wist dat hij toch ook zo uit zou stappen.

Zelf uit moeten stappen werkt gemiddeld genomen ook een geldig excuus. Denk aan de dialoog:

raamzitter:         Mag ik er even langs?
gangpadzitter:   Ik moet er ook zo uit.

Dat laatste is een mooie manier om te zeggen: ‘Nee, je wacht maar even’. Voor de raamzitter is het meestal voldoende reden om nog maar even berustend te wachten tot het de gangpadzitter belieft om op te staan. In het geval van Anne en ‘guy’ zou het kunnen zijn dat ‘guy’ bleef zitten met de gedachte ‘je wacht maar even’, maar dan zonder een mondelinge toelichting. Het feit dat hij uiteindelijk toch opstaat, ondersteunt deze mogelijkheid.
Een andere gedachte die zich opdringt, is dat een tas pakken niet altijd even duidelijk een teken is dat iemand uit wil stappen. Als ik alleen maar naga waarom ik zelf soms zomaar m’n tas pak: soms ben ik bang m’n tas te vergeten, of bedenk ik me dat de vloer niet al te schoon is, of wil ik een kauwgumpje pakken, of lijkt het me een goed idee een dutje te doen met m’n hoofd op m’n rugzak. Om maar eens wat te noemen. Dus wat Anne als ‘hint’ betitelt, hoeft misschien niet per se zo opgevat te worden.
En het kan natuurlijk zijn dat ‘guy’ dat hij een beetje zat te dromen en domweg de tas van Anne niet had opgemerkt. Een beetje zoals je soms ongemerkt bekenden voorbij loopt omdat je in gedachten bent.
En er zijn vast nog allerlei andere oorzaken denkbaar, maar geen daarvan haalt het WhatsApp bericht van Anne.

Verdiende sympathie

Wat is het effect van dit alles? Anne verplaatst de mogelijkheid dat ‘guy’ misschien wel een goede reden had – of in elk geval een excuus – om niet op te staan naar de achtergrond. En zo schetst Anne een beeld waarin ‘guy’ op z’n best een onattent en on oplettend figuur is, en op z’n slechts een ongemanierde hork die Anne expres dwars zit.
En dat laatste lijkt het punt te zijn dat Anne probeert te maken: ‘guy’ is een flapdrol en Anne  verdient sympathie.

De hork en de redelijke persoon

Maar Anne doet meer om ‘guy’ de Piet toe te spelen en zichzelf redelijkheid toe te dichten.

  1. Bericht 1: ‘zo van: hint, ik moet er hier uit’. De term ‘hint’ alleen al suggereert een opzettelijke poging om iemand iets duidelijk te maken. Daarmee komt er ook verantwoordelijkheid bij ‘guy’ te liggen: die had de opzettelijke en duidelijke hint moeten snappen én ernaar moeten handelen. Ook dit werkt mee aan het beeld van ‘guy’ als onattent of ongemanierd.
  2. Anne presenteert zichzelf als de uiterst redelijke persoon in het verhaal met de woorden: ‘nou ja laat maar gaan, ik red m’n bus nog wel’ (bericht 3). Met andere woorden: ik –Anne- veroorzaak geen gedoe als dat niet nodig is.
    Laten we even aannemen dat Anne dat inderdaad op dat moment, in de trein, gedacht heeft. En dat hij/zij het niet alleen achteraf invoegt in de presentatie van de klacht. Dan nóg is het waarschijnlijk een selectieve weergave van wat Anne dacht.
    ‘Laat maar gaan’ duidt er namelijk op (net als de rest van het bericht) dat Anne op z’n minst óók iets gedacht heeft in de trant van: eikel, lul, hork, aso, flapdrol, of (om met Doutzen K. en de reclamemakers bij Rivella te spreken) oelewapper. Maar uitgerekend die minder serene gedachte haalt de WhatsApp niet.
  3. In bericht 4 hád Anne ook kunnen zeggen dat ‘guy’ de deur niet open hield of achter zich dicht liet vallen. De formulering ‘In mn gezicht vallen’ roept meteen beelden op van bloedneuzen, blauwe ogen en verloren voortanden.
    Toch mogen we aannemen dat Anne er geen fysieke schade aan over heeft gehouden, anders had dat wel in de App gestaan. Maar het beeld is er lekker toch maar.
  4. De klacht wordt opgebouwd. Eerst was er het niet-opstaan. Anne liet het toen gaan (maar vermeldt het dus wél in de App). Maar die deur is de druppel die de emmer deed overlopen. Door deze opbouw van minder erg naar erg laat Anne zien dat hij/zij heus niet overal over zeurt. Maar nu Anne dat dus uiteindelijk wel doet, is de klacht geloofwaardiger: uitgerekend deze persoon die niet zomaar zeurt, klaagt nu wel!

Wat wel en niet een versie van een verhaal ‘haalt’, maakt dus nogal uit. En ook hoe je dat dan verwoordt. Zoals Ronny Boogaart schrijft in ‘Een sprinter is een stoptrein zonder wc’: ‘Taal gebruiken is kiezen. En kiezen is sturen.’ Anne stuurt duidelijk in de richting van sympathie.

Goedmaken

Met succes. Alleen niet meteen helaas. Bo is een beetje te vroeg in regel 2, en zit ook niet helemaal op het goede spoor. Maar met de ‘NO WAY’ en ‘OMGGGGGGGG’ in regel 5-6 wordt dat helemaal goedgemaakt. Misschien moet ik toch eens bij die Bo gaan buurten voor advies. Zodat mensen me blijven bellen…

Dit bericht is geplaatst in column, taalbeheersing met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter