daarentegen

Door Michiel de Vaan

daarentegen vw. ‘echter’

Samenstelling van daar en het grotendeels Middelnederlandse voorzetsel entegen ‘tegen’: dar entgegen ‘daartegen’ (1220–1240), daerentieghen (1451–1500), Nieuwnl. daerenteghen (1560), daarenteghen (1604), daarenteegen (1642) ‘echter’, zelden nog als bw. daarentegen ‘daartegen’ (1598, Zuid-Limburg).

Voor het voorzetsel: Mnl. entgegen ‘tegemoet’ (1240), entegen (1478), integhen (1451–1500). Voor 1500 is het beperkt tot de oostelijke dialecten van Groningen tot Limburg, in de 16e eeuw vinden we het sporadisch ook elders.

De oudste MNl. vorm entgegen is ontstaan uit Oudnederlands angegin ‘tegen, adversus’ (zo in de Wachtendonckse Psalmen, Zuidoostnederlands, 10e eeuw), een combinatie van aan en gegen ‘tegen’, waarin de klemtoon op -gé- lag zodat de eerste lettergreep verzwakte, eerst tot in- in Oudnederlands ingegan, ingegin (Leidse Willeram, ca. 1100) en toen tot en- vanaf 1200.

Het voorzetsel gegen bestond daarnaast ook in de combinatie met te: VroegMnl. tegegen, waaruit tgegen en tjegen ontstonden, en uiteindelijk, met vereenvoudiging van tj- tot t-, het moderne woord tegen. Vanaf de dertiende eeuw werd en-gegen vervangen door en-tgegen omdat tgegen nu de gangbare vorm van ‘tegen’ was geworden; het ontwikkelde zich daarna in de loop van de dertiende en veertiende eeuw tot tjegen en uiteindelijk tegen.

Het Hoogduitse entgegen ‘tegemoet’ lijkt dezelfde vorm te zijn als in het Nederlands, maar in het Duits hoort de t historisch bij het eerste deel van het woord: Middelhoogduits en-gegen werd door ent-gegen vervangen naar voorbeeld van ent- ‘ont-, weg’.

Verwante vormen van Oudnl. angegin zijn Oudsaksisch  angegin, Oudhoogduits ingagan, ingegin, Middelhoogduits engegen, engegin, Oudengels ongegn, Oudfries ajēn, alle uit een combinatie van het voorzetsel *ana en een bn. *gagina-. Gezien Oudnoors bn. gegn ‘recht, rechtstreeks, geschikt’ (*gagina-) en o. gagn ‘voordeel, hulp’ (*gagana-) moet Westgermaans *ana *gagina- ‘gericht op’, ‘recht op af’ betekend hebben (vgl. Latijn ad-versus).

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter