Als een meisje ja zegt … Een antwoord aan Remco Sleiderink

Door Ludo Jongen

In een recente column legt Remco Sleiderink omstandig uit dat Sanderijn, de vrouwelijke protagonist uit het Middelnederlandse abelspel Lanseloet van Denemerken, door de titelheld zou zijn verkracht. Terecht gaat de auteur ervan uit dat men van verkrachting moet spreken indien dit tegen de wil van een van de deelnemers plaatsvindt. Immers als een meisje nee zegt, bedoelt ze dat ook. Maar gaat Sanderijn wel tegen haar wil met Lanseloet naar bed?

In de eerste scène van dit abelspel probeert een smoorverliefde Lanseloet Sanderijn tot drie keer toe in bed te krijgen. Sanderijn is echter niet op d’r achterhoofd gevallen en weigert even zo vaak op zijn avances in te gaan. Ongetwijfeld is ook zij verliefd, maar ze wil de zekerheid dat Lanseloet met haar in het huwelijk zal treden, ook na een vrijpartij. Dat betwijfelt ze.

Na een monoloog waarin Lanseloet zijn lot beklaagt, vindt een gesprek tussen Lanseloet en zijn moeder plaats. Moeder keurt een huwelijk met Sanderijn zonder meer af: zij is van te lage geboorte; hij moet een vrouw van hogere komaf zoeken. Moeder verzint een list: zij zal ervoor zorgen dat Lanseloet in het geheim met Sanderijn het bed kan delen, mits hij haar plechtig belooft dat hij Sanderijn onmiddellijk na het moment suprème zal afpoeieren met de woorden “Ic hebben uus genoech” (Lanseloet van Denemerken 240: Ik heb genoeg van jou). [1]

Een monoloog van de moeder vormt de overgang naar de derde scène. Naar mijn mening de sleutelscène: een gesprek tussen Sanderijn en de moeder. De moeder vertelt Sanderijn dat Lanseloet zwaar ziek is:

Hier es mijn lieve sone Lanseloet,
Es met siecheden sere bevaen;
Hi wert ghisternavont alsoe bestaen,
Dat hi noit sint woort en sprac.
Ic en weet niet wat hem gebrac
Ochte wat hem deren mach.
Maer heden merghen, doent was dach,
Gaf hi enen swaren sucht.
Sanderijn, ic hebbe sijns levens ducht;
Dies doeght mijn herte grote pijn.
Nu biddic u, scone maget Sanderijn,
Dat ghi wilt gaen te Lanseloet,
Want hi leghet in groter noet;
Dies doeght mijn herte swaer verdriet.

(Lanseloet van Denemerken 296-308)

[Mijn lieve zoon Lanseloet is ziek geworden. Hij werd gisteravond zo plotseling overvallen door een ziekte dat hij sindsdien geen woord meer heeft uitgebracht. Ik weet niet wat hij mankeerde of wat hem deerde. Maar vanochtend bij zonsopkomst slaakte hij een zware zucht. Sanderijn, ik vrees voor zijn leven; daaronder lijd ik ontzettend. Ik verzoek u, mooie juffrouw Sanderijn, om Lanseloet op te zoeken: hij verkeert immers in grote ellende. Daarover is mijn hart zeer verdrietig.]

Wat mankeerde Lanseloet plotseling? Waarom lag hij doodziek op bed? Lanseloet lijdt aan een hevig liefdesverdriet. Volgens middeleeuwse opvattingen kan deze amor hereos de dood tot gevolg hebben. [2]  Om die af te wenden is slechts één remedie afdoende: namelijk dat de patiënt met zijn geliefde de liefde bedrijft. Sanderijn doorziet de list van de moeder niet en denkt dat Lanseloet echt ziek is. Daarom gaat ze naar zijn kamer:

Want mi ware leet, mesquame hem iet

(Lanseloet van Denemerken 313)

[Het zou me verdriet doen als hem iets overkwam]

Na een monoloog van de moeder waarin ze zichzelf gelukwenst met haar succes, volgt in het handschrift na vers 321 een regieaanwijzing:

Nu heeft si gheweest met hem in die camere

[Nu is (Sanderijn) bij (Lanseloet) in de (slaap)kamer geweest]

Vervolgens beklaagt Sanderijn zich in een monoloog over de listigheid van de moeder:

Si stont mi ene sterke logene en las,
Dat hi met siecheiden ware bestaen,
Ende brachte mi inden stric ghevaen
Ende heeft mi loghene voer waer getelt
Ende bracht mi in Lanseloets gewelt,
Dat mi ewelic rouwen sal.
Nochtan deert mi boven al
Die woorde, die hi sprac, die ridder vri,
Ende keerde sijn anschijn omme van mi,
Al haddic gheweest een stinckende hont.

(Lanseloet van Denemerken 326-335)

[Zij stond onbeschaamd te liegen dat hij door een ziekte was overvallen. Ze lokte mij in de val door een leugen voor waarheid uit te geven en mij in Lanseloets macht te brengen. Dat zal ik eeuwig betreuren. Maar wat me vooral steekt zijn de woorden die deze edele ridder tegen me sprak en zich vervolgens omdraaide, alsof ik een stinkende hond was.]

Met geen woord heeft ze het over een verkrachting. Weliswaar zegt ze dat de moeder haar “in Lanseloet gewelt” heeft gebracht, maar Sanderijn meldt niet dat Lanseloet haar overweldigd heeft. [3] Sanderijn is naar Lanseloets (slaap)kamer gegaan en met hem naar bed gegaan omdat ze uit de woorden van de moeder meende te moeten opmaken dat Lanseloet leed aan amor hereos. Om iemand die daaraan leed, te genezen en van een zekere dood te redden moest hij gemeenschap hebben met het object van zijn begeerte. Met andere woorden: Sanderijn kruipt bij Lanseloet in bed teneinde hem te redden van een gewisse dood. Daarbij meende ze dat de moeder impliciet instemde met een huwelijk, ten onrechte. Sanderijn heeft zich laten verneuken door de moeder. Lanseloet is natuurlijk een slappe lul: hij volgt klakkeloos de adviezen van zijn moeder op, in de hoop dat hij zijn gedrag en woorden later zal kunnen vergoelijken. Volkomen terecht verliest hij door dit laffe gedrag zijn liefste.
Kortom, Sanderijn gaat vrijwillig naar Lanseloets kamer. Zij verzet zich niet. Dit in tegenstelling tot het begin waarin ze tot drie keer toe nee zegt. En drie keer respecteert Lanseloet die afwijzing: hij doet geen enkele poging haar te overweldigen. Sanderijn wordt op het verkeerde been gezet door de moeder. Zij speldt haar op de mouw dat Lanseloet aan een ernstige ziekte lijdt. Sanderijn concludeert daaruit dat Lanseloet lijdt aan amor hereos. Dat maakt dat ze ja zegt, met alle gevolgen vandien.

Amersfoort, Maria-Tenhemelopneming MMXVII

Noten

Deze reactie verscheen oorspronkelijk in Madoc. Tijdschrift over de Middeleeuwen 31/3 (december 2017), pp. 180-182.

[1] De tekst wordt geciteerd naar Lanseloet van Denemerken. Een abel spel. Bezorgd door Hans van Dijk. Amsterdam, 1995. (Alfa. Literaire teksten uit de Nederlanden). De vertalingen zijn van mijn hand.

[2] Over amor hereos zie H.H. Beek, Waanzin in de Middeleeuwen. Beeld van de gestoorde en bemoeienis met de zieke. Haarlem, 1969, 108-109 en Dirc Potter, Der minnen loep. Boek 3. Uitgegeven door een werkgroep van Utrechtse neerlandici. Utrecht, 1983, (Ruygh-bewerp 13), 35-37. In 1994 heeft Bart Besamusca (“Amor Hereos in Middle Dutch Literature: the Case of Lancelot of Denmark”. In Donald Maddox & Sara Sturm Maddox (eds.), Literary Aspects of Courtly Culture […]. Cambridge: D.S. Brewer, 1994. 189-196) laten zien dat het publiek van het abelspel van meet af aan geweten moet hebben dat de hoofdpersoon van Lanseloet van Denemerken aan amor hereos leed. Als het publiek dat wist, dan was Sanderijn daarvan ook op de hoogte. Ten onrechte stelt Besamusca dat Sanderijn verkracht (195: raped) wordt.

[3] Later in haar monoloog stelt Sanderijn dat ze het “sonder danc” heeft gedaan. Gewoonlijk wordt dit vertaald met “tegen mijn zin”. Maar volgens het MNW (2, 62) kan die uitdrukking ook “zonder er dank voor in te oogsten” oftewel “zonder een dankjewel” betekenen. Vgl. de door Verdam t.a.p. geciteerde verbinding een arbeit sonder danc: een ondankbaar werk.

Dit bericht is geplaatst in column, letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Als een meisje ja zegt … Een antwoord aan Remco Sleiderink

  1. Wilken Engelbrecht schreef:

    Beste Ludo, bedankt voor je artikeltje. Ja, zoals jij het uitlegt is het in 1928 ook in het Tsjechisch vertaald door de germanist en dramaturg Otokar Fischer en niet zo lang geleden (2015) vertolkt in modern Tsjechisch door mijn collega componist Tomáš Hanzlík. Precies dat maakt de hele situatie ook dramatisch: Sanderijn geeft aan haar liefde toe om haar lief te redden om er dan niet alleen achter te komen dat ze bij de neus is genomen maar bovendien ook nog eens als een stuk vuil wordt behandeld. Erger kun je een mooie jonge vrouw niet beledigen – de algemene mening van mijn studentes was zo ongeveer dat ze die labbekak op zijn minst een flink pak slaag had moeten geven… Groet, Wilken

  2. Maggy R schreef:

    Ludo Jongen is net als ik vast geen jurist. Ik durf me echter wel als pleitbezorger van Severijn en Remco Sleidering op te werpen. Severijn heeft zich tot 3 maal toe duidelijk uitgesproken tegen sex voor het huwelijk.
    Waar ze ja tegen zegt, is het genezen van haar geliefde van amor hereos. Wat anders kon ze doen? Hem laten sterven en daar de schuld van dragen, de rest van haar leven?
    Ze is er op een smerige manier ingeluisd. Ze is haar eerbaarheid, haar maagdelijkheid, haar waarde op de huwelijksmarkt en haar geliefde kwijt. Dat is niet waar ze ja tegen zei. Ze zal er de rest van haar leven de gevolgen van dragen, waarschijnlijk als spoiled goods eenzaam aan het spinnewiel.
    Jongen doet z’n best de Middelnederlandse woorden en daden naar het heden te vertalen, maar heeft zich kennelijk niet ingeleefd in de maatschappij waarin dit verhaal speelt. Enig inzicht in de gevolgen voor het slachtoffer ontbreekt in zijn betoog ten enen male.

Laat een reactie achter