10 keer praten over het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Wat valt er toch veel te vertellen over ons vak! Ik sprak het afgelopen jaar weer met allerlei interessante collega’s met fascinerende verhalen over de Nederlandse taal en literatuur. Soms had ik mijn camera bij me, en dan nam ik die gesprekken op. Hier zijn 9 van die gesprekken die ik dit jaar voerde, en als bonus een belangrijke boodschap van een vooraanstaande dichter aan de jeugd van Nederland en België.

1. Russen vinden ons somber!

Wat vinden Russen van onze taal en onze literatuur? En waarom studeerden ze in de tijd van de Koude Oorlog al Nederlands?
Ik had deze zomer een interessant gesprek in Sint Petersburg met Irina Michajlova, hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde, die me ook de universiteit liet zien. Gelukkig heb ik een stukje van dat gesprek gefilmd.

2. Nederlands op Aruba

Het onderwijs op Aruba is grotendeels in het Nederlands, ook al is dat niet de moedertaal van de meeste leerlingen. Eric Mijts van de Universiteit van Aruba heeft daar veel over nagedacht. Hij kwam langs op het Meertens Instituut om over zijn ideeën te vertellen. Belangrijk voor iedereen die het Nederlands in héél het Koninkrijk ter harte gaat!

3. Gesprek over het gesprek

Waarom leren leerlingen niet beter om een goed gesprek te voeren in plaats van spreekbeurten te houden of te debatteren? Daarover sprak ik met Erwin Mantingh, die me uitlegde dat er in het middelbaar onderwijs soms wel degelijk gewerkt wordt met gesprekken.

4. Levi’s eerste kerstfeest

De bekende journalist en taalhistoricus Ewoud Sanders promoveerde dit jaar op een verbazingwekkend fenomeen: de (kinder)boekjes die – tot op de dag van vandaag – in vooral christelijke kring worden uitgegeven over de bekeringen van Joden. Hij vertelde me een paar dagen voor de promotie onder andere waarom het onderwerp van zijn onderzoek hem soms ging tegenstaan.

5. Hoe werkt Google Translate?

Dit jaar kwam Google Translate met een sterk verbeterde versie van zijn vertaalmachine. Op zijn werkkamer op het Meertens Instituut legde Antal van den Bosch me uit hoe dat nieuwe systeem werkt en waarom we er niet bang voor hoeven zijn.

6. Iedereen houdt al van gedichten

Kila van der Starre doet aan de Universiteit Utrecht een heel leuk onderzoek: naar poëzie in het dagelijks leven, buiten de dichtbundel. Ze presenteerde daarover dit najaar een rapport, en het weer was nog mooi genoeg om daarover op de binnenplaats van de universiteit met haar te praten.

7. Johan Polak en de letteren

Koen Hilberdink van de KNAW publiceerde een biografie over de flamboyante uitgever Johan Polak, die van zijn uitgeverij een puinhoop maakte en ook in zijn dagelijks leven allerlei problemen had. Toch had hij volgens Koen ook grote verdiensten, vertelde hij me in zijn fraaie werkkamer.

8. Het probleem met het Nederlands

De problemen met het schoolvak Nederlands én met de studie Nederlands bleven in 2017 de gemoederen bezighouden. Ik sprak met iemand die zich vooral over het eerste al decennia druk maakt: de Groningse vakdidacticus Theo Witte.

9. Komrij op Kreta

In juni kreeg ik een nieuwe camera, en het leek me een leuk idee om Arie Pos, de biograaf van Gerrit Komrij, in de straten van Rotterdam te filmen (daar was toen Poetry aan de gang). Het resultaat: heel scherpe beelden, heel belabberd geluid, maar wat Arie over Komrij te vertellen had was boeiend genoeg om toch te uploaden.

10 (BONUS). Ilja Leonard Pfeijffer geeft raad

Ik ging dit jaar naar Genua om Ilja Leonard Pfeijffer op te zoeken, en daar gaf hij goede raad aan de jeugd van Nederland en België.

 

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, video, vlog. Bookmark de permalink.

4 reacties op 10 keer praten over het Nederlands

  1. Rob Duijf schreef:

    Gesprek over het gesprek

    Wat mij in dit interview opvalt, is dat er niet wordt gesproken over de dialoog. Want is volgens mij het synoniem van het voeren van een goed gesprek.
    Anders dan bij debat of discussie, waarbij men elkaar toch met retoriek en psychologie tracht te overtuigen van het eigen gelijk, staat men in de dialoog niet tegenover elkaar, maar juist naast elkaar.
    Zonder vooraf ingenomen standpunten of stellingen kun je zo afdalen in om het even welk onderwerp. Niet door elkaar vliegen af te vangen, maar juist door elkaar te ondervragen en met elkaar mee te denken, kun je het onderwerp onderzoeken en uitdiepen. Het is evident dat je hiervoor goed naar elkaar moet luisteren. Dat kan ook in de dialoog, omdat je je niet in de gedachten hoeft voor te bereiden op het volgende scherpzinnige antwoord, wat goed luisteren juist vertroebelt.
    Laat het debat en de discussie maar over aan politici, godsdienstigen en andere betweters.
    Het is juist van het allergrootste belang dat jonge mensen leren om in vrijheid met elkaar van gedachten te wisselen en dat kan niet als je voor anker ligt bij de een of andere ideologie of overtuiging.
    Het is de taak van het onderwijs en de onderwijzer die vraag bij zichzelf neer te leggen, anders zal het de dialoog nooit kunnen aangaan. Dan zal een gesprek niet meer zijn dan het wederzijds betrekken en verdedigen van de stellingen en het onvermijdelijk daaruit voortvloeiende en onterecht geroemde ‘polderen’.
    Onze samenleving is juist gebaat bij samenwerking (met de nadruk op ‘samen’!)
    De dialoog is daarbij het enige fundament dat er werkelijk toe doet.

    • Ik ben het met u eens. Wat u hier met dialoog bedoelt, bedoelden wij met ‘gesprek’. Een potentieel probleem in het onderwijs is dat het lastig is om een punt te geven voor deelname in een dialoog, dat is een onderwerp dat in ons gesprek (in onze dialoog, want deze video is in mijn ogen ook niet echt een interview) ter sprake komt.

      • Rob Duijf schreef:

        Dat is ook lastig, want we raken hier een fundamenteel punt aan, namelijk het ongebonden leren denken. Leren om niet alles voor zoete koek aan te nemen, maar kritisch zijn en de juiste vragen stellen. Daarvoor zul je je boven een onderwerp moeten kunnen ‘verheffen’ om het van alle kanten te kunnen bekijken. Dat kan niet als je ergens voor anker ligt.
        Het is ook een goede wetenschappelijke houding. Daarom stelt het hoge eisen aan het onderwijs en de onderwijzer, dan wel aan opvoeders in het algemeen.
        Het interessante is juist, dat ook dit een leerproces is! Hierover doordenkend is de consequentie, dat het onderwijs fundamenteel anders moet worden ingericht. Ik vrees dat dat nog wel op zich zal laten wachten, maar onderwijzers en opvoeders zouden zich hierin wellicht kunnen vinden.

Laat een reactie achter