Verliefd op de code of conduct

Iemand laat de praktische kant van de zaak over aan professionals in onze managementhorrorserie De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Lieve, lieve mensen!” zei prof. dr. Wouter Pieterse, de in een HR Manager veranderde voormalige hoogleraar Financiële Letterkunde voldaan nadat de notulen van de vorige keer waren besproken. “Ik open de vergadering.” Alle aanwezigen klapten hun laptop open en begonnen erop te typen.

“Ik moet wel om kwart over drie weer aan het werk,” zei Rie, de UHD die als specialisme de geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800 had, waarschuwend tegen haar Apple. “Er staan wel wat te veel punten op de agenda.”

Je hebt gelijk, zei Wouter, die de voorzitter was en zich daarom niet kon permitteren een laptop mee te nemen en zich dus moest behelpen met zijn iPhone X. “Misschien moeten we de nieuwe Code of Conduct met betrekking tot seksuele intimidatie doorschuiven naar de volgende vergadering.” Hij keek naar Sophie, de boomlange voormalige promovenda die juist met een verbeten gezicht iets op haar Powersurface Pro aan het typen was. “Mij best,” zei de auteur van de Code. “Als hij maar per januari in kan gaan. We kunnen de hele vergadering ook wel overslaan. Iedereen zal het met de belangrijkste punten toch wel eens zijn? Aanranding is verboden, net als andere handtastelijkheden.” Ze keek even op van haar scherm, naar de ietwat saaie vakdidacticus Gerard.“Ik voel me hier toch wel een beetje ongemakkelijk bij”, zei deze. “Ik ben heel erg geëmancipeerd, maar de heksenjacht is geopend, denk ik weleens.” Hij plukte aan zijn vale grijze trui.

“We schuiven het door”, zei Wouter. “Het klinkt nu een beetje ingewikkeld, maar als je Sophies Code eenmaal gelezen hebt, zul je zien dat je er verliefd op wordt. Dit is een hamerstuk.” Hij keek naar zijn collega’s die inmiddels allen het typen hadden hervat.

“Dan nu wat anders,” zei Wouter. “Het hoofdpunt van de vergadering, als jullie me toestaan om de notulen van de vorige keer, de mededelingen uit het management team, de mededelingen van de medezeggenschap en de commissie interne zaken vooruit te schuiven naar een andere gelegenheid. Er is namelijk één punt dat we echt moeten bespreken voor we weer ieder onzes weegs gaan… HET CONGRES!” Hij bulderde het uit.

De vakgroep was aangewezen om het vijfjaarlijkse grote Internationale Congres van de Letteren (ICL) te organiseren, een evenement waar neerlandici van over de hele wereld naartoe trokken om zich te vergapen aan de coryfeeën van hun vak, om eens heerlijk Nederlands te praten met elkaar en om zich te houden aan de Code of Conduct.

Wouter had zichzelf tot de president van deze ICNTL benoemd, de dertigste editie, die daarom ICLXXX was genummerd. Het congres zou pas in 2019 plaatsvinden, maar er moest natuurlijk wel alvast af en toe over vergaderd worden. “Ik stel voor”, zei Wouter, “dat we voor de praktische kant van de zaak het universitair Conference Organization Center inhuren. Die zijn niet duur en verstaan hun vak goed, zo hoor ik in de wandelgangen.”

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter