Ochtendthee en herstelwerk

Door Guusje Jol

De ochtend mag ik graag beginnen met een flinke beker thee. Het punt is dat dat niet altijd even lekker combineert met pogingen om de trein te halen. Dus soms neem ik de beker thee mee naar boven en parkeer die op de trap, naast de badkamerdeur. De gedachte is dat de thee dan een beetje kan afkoelen terwijl ik heen en weer loop tussen tandenborstel en rondslingerende schoenen en m’n bril. Tussendoor kan ik dan nog een slok nemen.
Helaas schiet dat er dan toch soms bij in.

Vergeten thee

En zo geschiedde het laatst dat ik fris en fruitig en klaar voor de dag naar beneden kwam. Daar zag ik mijn wederhelft op de bank zitten, met zijn – nog volle – beker thee voor zich op tafel. Dat herinnerde me  aan mijn eigen – eveneens volle – beker thee boven op de trap, bij de badkamer.

Dus ik keek beteuterd naar zijn thee en ik realiseerde me hardop:

ik :          Nou ben ik toch nog vergeten m’n thee op te drinken

Nou had hij hier allerlei dingen op kunnen zeggen. Zoals bijvoorbeeld troostrijke uitspraken: ‘Je had toch thee bij je’ of ‘Dan koop je toch thee op het station’. Maar de dialoog ging als volgt:

ik :          Nou ben ik toch nog vergeten m’n thee op te drinken
hij:         Dat is mijn thee.

Mijn lief behandelde dus mijn opmerking, in combinatie met mijn blik op zijn thee, alsof ik bedoelde dat zijn thee mijn thee was. Als ik dat inderdaad gedacht had, zou er ook het risico zijn dat ik zijn thee in zou pikken. Door duidelijk te maken wiens thee het was, anticipeerde hij op dat risico. En eerlijk is eerlijk, ik geef hem daar geen ongelijk in. Het zou niet de eerste keer geweest zijn, zal ik maar zeggen. Maar in dit geval had ik geen snode plannen.

Rechtbreien

We hadden dus een misverstand. Die kunnen nu eenmaal ontstaan doordat we niet in elkaars hoofd kunnen kijken. Dat wil dus ook zeggen dat ik niet weet of hij daadwerkelijk dácht dat ik zijn thee op zou gaan drinken.

Maar ik kon wél horen dat hij mijn opmerking behandelde als een teken dat waakzaamheid geboden was. Dat bood mij dan weer de gelegenheid om het mogelijke misverstand recht te breien. Dus toen verliep de dialoog als volgt:

ik :          Nou ben ik toch nog vergeten m’n thee op te drinken
hij:         Dat is mijn thee.
ik:           Dat weet ik, mijn thee staat nog boven op de trap.

Met ‘dat weet ik’ behandelde ik zijn verdedigende actie als onnodig: ik beweerde dat ik heus wel in de gaten had dat het zijn thee was. En ik lichtte nader toe wat ik bedoelde met mijn beteuterde opmerking. En zo liet ik zien dat ik zijn reactie opvatte als verdediging van z’n thee én als onnodige zorgen.

Geslaagd begin

En zo was er weer dreigende echtelijke irritatie bezworen. Dankzij de mogelijkheid om voortdurend te monitoren hoe onze wederhelft (of andere gesprekspartner) reageert op wat we zeggen. En om herstelwerk te doen wanneer dat nodig lijkt.

Uiteindelijk ben ik toch nog maar even naar boven gelopen om de thee op te drinken. En ik heb de trein ook nog gehaald. Al met al een geslaagd begin van de ochtend, zou ik zeggen!

Dit bericht is geplaatst in column, taalbeheersing. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter