Gedicht: Carmien Michels – Liefdessonnet XI

Uit We komen van ver, de debuutbundel van Carmien Michels. Op de Coster-site nog een gedicht uit deze bundel.

 

Liefdessonnet XI

Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach

Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos

Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen

En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*

Carmien Michels (1990)
uit: We komen van ver (2017)

* Plaats in Chili. Zowel dit gedicht als het andere gedicht op de Coster-site zijn geïnspireerd op Honderd liefdessonnetten van de Chileen Pablo Neruda. Diens ‘Liefdessonnet XI’ staat hier.

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter