‘Elke jongen leest een ander boek’

Door Marc van Oostendorp

Hoe bepaal je wat een zin betekent? Het moet ongeveer zo gaan: je zoekt in het gigantische woordenboek in je hoofd op wat ieder van de woorden betekent, je bekijkt hoe die woorden zich in de zin tot elkaar verhouden – wat het onderwerp is en wat het lijdend voorwerp, bijvoorbeeld – en dan stel je de betekenis van de zin vast. De betekenis van

Adri leest Turks Fruit.

wordt uniek bepaald door de betekenis van Koos, van lezen en van Turks Fruit, en van de verschillende rollen die deze woorden in de zin spelen.

Maar dan! Hoe zit dat met de volgende zin:

Elke jongen leest een ander boek.

Die zin betekent zoveel als: elke jongen leest een ander boek dan elke andere jongen, dat wil zeggen Adri leest een ander boek dan Jan én een ander boek dan Koos, en Jan leest ook nog eens een ander boek dan Koos. In een wereld waarin we slechts deze drie jongens in beschouwing nemen.

Deze zin roept, zegt de Duitse taalkundige Sigrid Beck in een recent artikeltje, met andere woorden een een vergelijking op van paren jongens, terwijl die nergens expliciet wordt genoemd. Ja, het woord ander heeft er natuurlijk mee te maken, dat woord roept vergelijkingen op. Tegelijkertijd kan dat woord dat ook weer niet in iedere zin doen. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen:

Koos, Jan en Adri lezen een ander boek.

Althans, niet met de gewenste betekenis – dit kan alleen betekenen dat de jongens allemaal een ander boek lazen dan een ongenoemde andere persoon. Om de gewenste betekenis te krijgen moet je elk (of ieder) toevoegen (Koos, Jan en Adri lazen elk een ander boek.) Het is dus de manier waarop een woord als elk(e) en een woord als ander op elkaar reageren in een en dezelfde zin.

Vergrotende trappen van bijvoeglijk naamwoorden reageren weer anders op woorden als elk:

Elke jongen leest een langer boek.
Koos, Jan en Adri lezen elk een langer boek.

Zo’n zin heeft alleen een betekenis in een bijzondere omstandigheden. Je moet de jongens ervoor op een rij zetten. Bijvoorbeeld: er is een festival voor lezende jongens. Een voor een klimmen ze het podium op om een boek te lezen, en elke jongen leest een langer boek. In dit geval betekent de zin dus: Elke jongen leest een langer boek dan de vorige jongen.

Een reden waarom die volgorde wordt afgedwongen, zegt Beck, is dat een paarsgewijze vergelijking hier niet werkt. Als Koos een langer boek leest dan Jan en Adri, dan kunnen Jan en Adri dus onmogelijk een langer boek lezen dan Koos. De zin kan onder paarsgewijze interpretatie dus nooit waar zijn, en daarom ga je op zoek naar een andere betekenis. Een externe ordening van de jongens, bijvoorbeeld door ze een voor een op het podium te roepen, kan die andere betekenis aanreiken.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter