East meets West on Subtitling

Terugblik op een cursus ondertitelen van het Nederlands naar het Hongaars, Pools, Slovaaks en Tsjechisch

Door Agata Kowalska-Szubert

De week van 4 tot 8 september werd de Brusselse campus van de KU Leuven het mekka van een twintigtal neerlandici extra muros die het ondertitelen onder de knie wilden krijgen. De cursus werd aangeboden aan freelancevertalers, universitaire docenten en studenten neerlandistiek in Hongarije, Polen, Slovakije en Tsjechië en werd georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse Taalunie met steun van Erasmus+ en de ambassades.

Het begon allemaal met een gesprek tussen de cultureel attache van de Nederlandse ambassade in Warschau, Martin van Dijk, en Karlijn Waterman van de Taalunie. Daarbij bleek dat er onder meer in Polen een behoefte is aan betere ondertitels voor Nederlandstalige films. Meestal worden Poolse ondertitels gemaakt aan de hand van reeds bestaande Engelse ondertitels en dat heeft vaak een aanzienlijke invloed op de inhoud van de film. De Engelse ondertitels zijn al een ingekorte versie van wat er in de film feitelijk wordt gezegd en als je aan de hand van die ingekorte versie een nog kortere versie in een andere taal maakt, kan het resultaat onmogelijk van hoge kwaliteit zijn.

Het werd hoog tijd hier iets aan te doen door vertalers uit het Nederlands te leren hoe ze moeten ondertitelen, zowel met betrekking tot de techniek (de tekst moet op het juiste moment op het beeld verschijnen en die moet door de kijker kunnen worden gelezen) als tot de taal zelf (men spreekt sneller dan men kan lezen). Luc Dierickx en Luc Loonbeek, docenten aan de KU Leuven Campus Brussel, bleken uitstekende kandidaten om een dergelijke cursus te geven. Afspraken werden gemaakt en in de lente van dit jaar ontvingen neerlandici uit Hongarije, Polen, Slovakije en Tsjechië een uitnodiging in hun mailbox om deel te nemen aan een dergelijke cursus.

De respons was groter dan verwacht. Er kwamen zowat tachtig aanmeldingen binnen, terwijl er maar twintig plaatsen ter beschikking waren. Uiteindelijk werden vijf Hongaren, zes Polen, twee Slovaken en zeven Tsjechen voor deelname geselecteerd. Voor de helft betrof het gevorderde studenten, voor de helft universitaire docenten en/of freelancevertalers.

Het is niet mijn bedoeling om de hele cursus hier samen te vatten. Ik maak liever gebruik van wat ik in Brussel geleerd heb: inkorten en de essentie weergeven. En de essentie is: binnen vijf erg intense dagen hebben de deelnemers heel veel gezien, geoefend en gedaan. De cursus heeft de ideeën van de deelnemers over het ondertitelen aanzienlijk gewijzigd. Als kijker heb je geen enkele notie hoeveel werk het kost om een film goed te ondertitelen en welke uitdagingen de ondertitelaar te wachten staan. De tekst mag niet te lang zijn, anders is die niet binnen de beschikbare tijd te lezen. Je moet het belangrijkste halen uit wat er wordt gezegd en dat op zo’n manier dat je eigen verhaal vlot leest. En dan moet je nog met de ondertitels niet te vroeg in het beeld komen en ook niet te laat, en je mag die slechts een bepaalde tijd op het scherm laten staan. Dit alles bij elkaar is de reden waarom je met een film van vijf minuten soms enkele uren bezig bent. Het is ontzettend moeilijk. Maar tegelijk is het een fantastische bezigheid.

De bekroning van de cursus was een klein filmfestival: de deelnemers (en de docenten), maar ook leden van de Faculteit Letteren en de Taalunie hebben de laatste namiddag naar films gekeken die tijdens de cursusweek naar de verschillende talen zijn vertaald. Op twee beeldschermen kon je tegelijk naar dezelfde film kijken, met ondertitels in telkens twee verschillende talen. U mag me geloven: je eerste ondertitels op het grote scherm zien heeft iets weg van je eerste afgestudeerden de wereld in sturen. Je weet dat je je best hebt gedaan en dat zij er al rijp voor zijn, maar toch blijf je je afvragen of ze het verder zelf redden.

Afgaande op de reactie van onze Vlaamse toeschouwers kunnen we gerust aannemen dat onze filmpjes het hebben gered. Meer nog: de cursusdeelnemers zijn zelf rijp genoeg om het verder zelf aan te durven. Nieuwe films van de ondertiteling voorzien óf de kunst en de techniek van het vak aan de studenten doorgeven.

De cursus was zo succesvol dat we deze hopelijk als een eerste editie kunnen aanduiden. Alles klikte: de deelnemers waren erg gemotiveerd en de docenten waren de besten die je kunt dromen. De films waren moeilijk, maar net niet te moeilijk, hoewel de taalvaardigheid van de deelnemers niet altijd dezelfde was (zelfs de beste student moet nog wel wat leren eer hij of zij zich met een docent of freelancer kan meten). Er was ook een heerlijk aanvullend programma met onder meer een bezoek aan de VRT en een avondwandeling door de Brusselse Art Deco-buurt. Kortom: ik ben erg blij dat ik deel mocht uitmaken van die groep van twintig en tegelijk vind ik het ook erg spijtig. Want dat wil zeggen dat de tweede en volgende edities wellicht niet meer voor mij zijn bedoeld. Intussen kijk ik uit naar verdere samenwerking tussen de Brusselse campus van de KU Leuven en mijn eigen leerstoel voor de neerlandistiek in Wroclaw, en ongetwijfeld ook de universitaire instellingen van mijn cursusgenoten. We hebben elkaar veel aan te bieden en niet alleen op het gebied van ondertitelen.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter