Zachte hoop die langs mijn wangen strijkt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (136)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Ook ik ben omstreeks ’t midden mijner dagen
verdwaald geraakt in levens donker woud,
maar mij heeft geen aardsche wijsheid ontvouwd
den weg uit smart en twijfel, noch gedragen
omhoog, en geen hemelsche oogen zagen
neer op mij, vanwaar hoog’re klaarte blauwt
m’in teed’re zorg omwakend, en met stage
stralen heffend naar waar men waarheid schouwt.

Mij leidt geen gids, als het eigen gemoed,
mij schoort geen steun, dan d’enk’le trouwe handen
die mij opbeuren als de kracht bezwijkt;
mij sterkt geen afgezant uit beet’re landen
dan soms het ruischen, als een vleugel doet,
van zachte hoop die langs mijn wangen strijkt.

Henriëtte Roland Holst (1869-1952)

De beste manier van lezen is, zoals bekend, jezelf dwingen hetzelfde nog een keer te zeggen in een ander taal en dan proberen alle stijlmiddelen na te volgen. Voor wie het talent daartoe ontbreekt is er ook een op één na beste manier: een vertaling naast het origineel leggen. 

Dit is wat John Irons zeven jaar geleden op zijn weblog maakte van dit gedicht:

I too, now somewhere in my middle years,
have lost my bearings in life’s forest dark;
No earthly wisdom though’s revealed the path
that leads away from pain and doubting fears,

nor borne me up; no heav’nly eyes have shone
down on me from those brighter climes above –
rays watching over me with tender love,
and raising me to realms where truth is won.

I have no other guide than my own mind,
no sure support than single faithful hands
that lift my spirits when my strength gives way;

no envoy strengthens me from better lands
than the soft swish of hope I sometimes find
can, winglike, stroke my cheek and fade away.

Het is in veel opzichten een goede vertaling, vind ik, die niet alleen de inhoud goed samenvat, maar ook een aardig eind gaat in de richting van de stijl, al is de taal wat soepeler dan die van Roland Holst. De verwijzing naar Dante aan het begin (zijn Inferno begint met: ‘Nel mezzo del cammin di nostra vita / mi ritrovai per una selva oscura / ché la diritta via era smarrita.’) Wanneer ik het gedicht niet kende en beide teksten voorgelegd had gekregen had ik ook kunnen denken dat het Nederlands een wat moeizame vertaling was geweest van het Engels.

Behalve dat één kenmerk wel verraadt dat het Engels de vertaling, en dat is dat de laatste regel van de Engelse tekst eigenlijk helemaal overbodig is. Je zou hem – met wat kleine ingrepen in de syntaxis – kunnen weglaten en je zou weliswaar geen sonnet overhouden, maar wel een acceptabel gedicht. Is het erg als we zeggen dat het ruisen van de vleugel van de hoop alleen maar de dichteres aanraakt en niet de hoop haar wang? De enige associatie die ik zou missen door het ontbreken van de wang is die met een vluchtige kus, en door het ontbreken van die vleugel het idee dat de hoop een engel is. Maar hoe erg zou dat allemaal zijn? Zijn dat allebei niet wat kitscherige elementen aan het oorspronkelijke gedicht?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter