Ilja Leonard Pfeijffer als gebruiker van het woord ‘gezellie’

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (14)

Door Marc van Oostendorp

In hoofdstuk 18 neemt de roman Het grote baggerboek van Ilja Leonard Pfeijffer een dramatische wending: de o zo keurige psychiater verkracht de vriendin van zijn patiënt de baggeraar, onder het voorwendsel dat zij door dit toe te staan haar man uit de gevangenis kan helpen.

De omslag wordt gemarkeerd doordat de psychiater nu ineens ook schuine praatjes begint uit te slaan, of eigenlijk doordat hij twee talen mengt, de grove taal van de baggeraar (‘Babsie, geil baggerinnetje van me met je soppende baggerkut, deze jongen gaat even romantisch in je huishouden met zijn zuigstang’) en de keurige taal van de macht (‘Je hebt het volste recht te besluiten je medewerking op te schorten, daar ben je geheel vrij in, hoe betreurenswaardig ik dat ook zou vinden, met name met het oog op de benarde situatie waarin je echtgenoot zich bevindt.’)

Verslikken

Temidden van dit alles praat de psychiater bovendien in dit hoofdstuk af en toe even tegen zichzelf in nog weer een andere taal:

Regels zijn regels en de regels maak ik. Toevallie.

Dat laatste woord zou eventueel ontleend kunnen zijn aan het vocabulaire van de baggeraar, want die schrijft in hoofdstuk 9:

Zo van gezellie met z’n tiggen in de boeing, kutkoters erbij en al, neersodekankeren natuurlijk (…)

Dat woord gezellie komt voor zover ik heb kunnen nagaan op zijn beurt nog één keer voor in Pfeijffers oeuvre, namelijk in elegie 17 in de bundel Dolores:

bloemen verpieteren van ellende
met hun rood misbaar en de 0 zo reuze mensen in hun gezellie verslikken want dolores

Uitgang

In dit geval wordt het woord duidelijk bedoeld om mensen te karakteriseren. De dichter zit in de ellende en dan zijn er van die vervelende figuren (jullie weten wel) die alles ‘o zo reuze’ vinden – en gezellie.

Wanneer je ooit een wedstrijd zou uitschrijven voor het meest Nederlandse woord, zou het ook waarschijnlijk gezellie moeten zijn, een woord dat op de keper beschouwd nog gezelliger is dan gezellig: het maakt gebruik van een soort ironische andere uitgang (waarschijnlijk het Engelse –y maar dan gezellig afwijkend geschreven) om bovenop de toch al zo gezellige gezelligheid nog een gezellige knipoog uit te delen: kijk ons eens, wij kennen mekaar. Het is een tijdelijke productiviteit, zoals taalkundigen dat zouden kunnen noemen,

De baggeraar gebruikt het suffix anderzijds op een wat onschuldiger manier, voor hem betekent het geloof ik alleen gezellig, terwijl de psychiater het spottend gebruikt. Zo zijn alle mogelijkheden van de uitgang –ie (voorlopig!) wel ergens in het werk van Pfeijffer vertegenwoordigd.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter