Gedicht: Paul Snoek – Een mergpijp

Een mergpijp

Het was de goedgeefse regen
buigzaam als een buideldier,
die het kleilichaam streelde
van de hond van vanmorgen.

Toen de goochelaars van vannacht
het mengelwerk van de huizen
achterlieten in het achterland,
waar orgelmergpijpen speelden
straalmagere koudmuziek
uit de tijd der weduwen.

Uit hemden van regen vlogen
vogels van melk in mijn ogen
en in mijn handen spartelde een
spierwarm gevoel van zwarte aarde.

Paul Snoek (1933-1981)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter