Gedicht: Johannes Immerzeel – Grafschrift van een filosoof

Grafschrift van een filosoof

Naakt was ik, toen ik werd geboren;
Naakt lig ik onder dezen steen;
‘k Heb, sedert ik op aard verscheen,
Dus niets gewonnen of verloren.

Is ’t wonder, dat de mensch in ’t leven
Het beste spoor zoo moeilijk vindt ?
Twee gidsen, die hem voort doen streven,
En beurtlings wenk en spoorslag geven,
Fortuin en Min zijn beiden blind.

Johannes Immerzeel (1776-1844)

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter