Gedicht: Han G. Hoekstra – Kwatrijnen

Kwatrijnen

Zoolang de oorlog, dwars door zijn alarmen,
Gedoogt dat wij ons aan elkander warmen,
Zal ik het leven niet verbeteren,
Vanavond wil ik slapen in uw armen.

*

Ik zie mijn hand, zij zal mij eens begeven.
Ik zie het zonlicht op het water beven.
Ik hoor de stem, die mij het liefste is.
Ik schrijf: een snel, smal randschrift op het leven.

*

Vanmorgen zei mijn vader: kind sta op.
Vanmiddag plukte ik grijs haar uit mijn kop.
Ik moet nog leven, nog ik weet niet wat doen;
Vanavond geeft het hart zijn laatsten klop.

*

Ook wie het lot in eigen handen neemt,
Den doolweg volgend die ’t gemeen bevreemdt,
Vindt overal de tirannie der raadslen;
En van de vrijheid slechts wat er naar zweemt.

Han G. Hoekstra (1906-1988)
uit: Panopticum (1946)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.