Slowquiz: Wat weten we nog van die neerlandici?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Welkom bij de vierde aflevering van onze nieuwe slowquiz, waarin het niet gaat om het snelste of het beste antwoord, maar om de bevrediging die een weldoordacht of snedig verhaal ons allen oplevert. U krijgt het hele lijstje van neerlandici die we de komende week gedenken. Als u een verhaal hebt over een van hen, voegt u het bij de reacties toe. Het mag ook een persoonlijke herinnering zijn aan de confrontatie met zijn of haar werk, als het maar aardig is om te lezen. Aarzelt u niet om uw persoonlijke herinneringen met de community te delen: de mensen kunnen alleen in uw verhalen echt voortleven. Wie heeft er bijvoorbeeld nog college gehad van Karel Reijnders of van Marijke Spies?

Op deze manier richten we het komende jaar een op gedenksteen in verhalen op voor al onze verscheiden neerlandici. Leest u vooral ook de vorige afleveringen met spannende verhalen over Piet Paardekooper, Ton Vallen, Carel Swinkels, Jac van Ginneken, Enno Endt en Jozef Vercoullie.

En u kunt natuurlijk ook nog altijd omissies in onze lijst signaleren!

Dit zijn de neerlandici die wij de komende week gedenken:

Wat weet u nog van hen?

Dit bericht is geplaatst in quiz met de tags , . Bookmark de permalink.

6 reacties op Slowquiz: Wat weten we nog van die neerlandici?

  1. Marc Beerens schreef:

    Voor zijn reeks ‘Ten huize van’ reisde Joos Florquin op 19 november 1970 af naar de Diependaalselaan 114 te Hilversum, om daar de bewoner van dit pand, Garmt Stuiveling, aan een reeks vragen te onderwerpen. Uiteindelijk ontspint zich een boeiend gesprek over leven en werk van Stuiveling, maar het duurt even voordat de interviewer de juiste toon van zijn vraagstelling weet te vinden:

    Florquin: Het is hier een rustige buurt.
    Stuiveling: Nu heel wat minder.

    Florquin: U werd geboren op 21 december 1907 in Stroobos, klemtoon op stroo neem ik aan.
    Stuiveling: Ja, zoals in hóógmoed en áfgunst.

    Florquin: Stroobos is een dorp dat tot de gemeente Grootegast behoort en Grootegast ligt in de provincie Groningen. U bent dus Groninger.
    Stuiveling: Ik ben helemaal geen Groninger.

    Florquin: Wat interesseerde u het meest in uw Groningse tijd?
    Stuiveling: De meisjes!

    Florquin: Zou het kunnen zijn dat de Tachtigers in uw poëzie naklinken?
    Stuiveling: Misschien wel, ik heb die lui goed bestudeerd.

    De volledige tekst van het interview is te vinden op de DBNL: http://www.dbnl.org/tekst/flor007tenh08_01/flor007tenh08_01_0003.php

  2. Cefas van Rossem schreef:

    Volgens mij heb ik nog nooit met Jo Daan gesproken, maar wel heb ik één keer een briefje van haar gekregen. Ergens in de periode 1993-1995 organiseerde ik de bijeenkomst voor het Werkverband Geschiedenis van de Taalkunde in het P.J. Meertens Instituut op de Keizersgracht. Jo Daan zou niet komen, zo schreef ze heel beslist, aangezien de collegezaal van het P.J. Meertens Instituut zich op de eerste verdieping bevindt en de zaal dus alleen per trap te bereiken was. Toen ik jaren later Het Bureau las, bleek dat deze ergernis, in dit geval natuurlijk van Dé Haan, al langer speelde en zelfs expliciet genoemd wordt door Voskuil. Helaas kon ik de passage niet zo snel vinden.

Reacties zijn gesloten.