Ik heb echt helemaal mijn bekomst van excellentie

De vergadering is afgelopen in ons managershorrorfeuilleton

Door Marc van Oostendorp

“Joop,” zei Gerard, de ooit in een manager veranderde ietwat saaie vakdidacticus tegen zijn collega, de specialist in middelnederlandse voegwoorden na de vergadering. “Ik heb wat voor je.”

Joop was zijn papieren bij elkaar aan het rapen; hij was de enige die nog met papieren naar de vergaderingen kwam. De meeste van zijn collega’s hadden een MacBook Air voor zich waarop ze gedurende de hele vergadering gestadig zaten te typen, alsof er van iedere bijeenkomst zoveel mogelijk verschillende notulen moesten worden gemaakt. Alleen Marie, de UHD Geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800, had geen computer. Maar zij had ook geen papieren: zij nam helemaal niets meer naar de vergaderingen. “De notulen geloof ik wel”, zei ze altijd. “En verder hoor ik graag wat iedereen te zeggen heeft.”

“Het gaat over die column die je voor het universiteitsblad schrijft”, zei Gerard. “‘De verleden tijd van lijken’. Heerlijk. Soms misschien wat aan de scherpe kant, ik denk dat je niet alles altijd maar naar buiten moet gooien. Ik ben zelf meer van de stille diplomatie.”

“Voor zover dat een compliment is”, zei Joop, “dank ik je wel.” Hij had zijn papieren bij elkaar geraapt en gooide ze in de afvalbak.

“Nee, dat bedoel ik niet,” zei Gerard. “Maar ik heb iets voor je! Iets waar je echt een keer over moet schrijven!” Sinds hij in een manager was veranderd had Joop het niet zo zijn glimmen. “Een onderwerp!”

“Zo”, zei Joop enigszins ongemakkelijk. Hij had de column indertijd aangenomen onder voorwaarde dat hij zelf mocht bepalen waarover hij zou schrijven. Hij wilde niet dat andere mensen zich daarmee bemoeiden.

“Het woord excellent!” kraaide Gerard. “Je hoort dat ineens overal! Alles moet maar excellent zijn, het is een gekte.”

De in een manager veranderde voormalige hoogleraar Financiële Letterkunde Wouter, die na de vergadering nog even had staan napraten met zijn eveneens in een manager veranderde vroegere boomlange promovenda Sophie, voegde zich nu bij het groepje. “Ja, het is afschuwelijk”, zei hij. “Excellentie, mijn zolen! Terwijl we natuurlijk ook gewoon harde werkers nodig hebben. Het is alleen al statistisch onmogelijk dat we allemaal excellent zijn.” Hij begon te vertellen dat hij tegenwoordig voorzitter was van een commissie die nieuwe criteria moest bedenken voor wetenschappelijk medewerkers. “En excellentie zal daar niet bij zijn”, zei hij tevreden.

“Precies!” riep Gerard, duidelijk over zijn toeren. “Je moet er nu over schrijven, Joop! Voor het te laat is en we die term niet meer gebruiken.”

“En, dit is even off the record”, zei Wouter, “er komen nu veel betere criteria aan. We moeten risicovol onderzoek belonen! Dan maar wat minder publicaties! Soms moet iets nu eenmaal mislukken! Waarom, Joop, treed jij eens niet uit je comfortzone?”

Joop keek hem neutraal aan.

“Ik bedoel: jij bestudeert nu al jaren middelnederlandse voegwoorden. Waarom nu eens niet overgestapt naar voegwoorden van rond het jaar 0?”

“Omdat er toen nog geen Nederlands was?” opperde Joop.

“Onzin,” zei Wouter beslist. “Voorlopers zijn er altijd. Je moet gewoon zoeken. En als je niks vindt, dan is dat nu eenmaal het riscio van risicovol onderzoek. De naam zegt het al. Dan publiceer je maar een paar jaar niet in A-tijdschriften! High risk, high gain, dat is wat de subsidiegevers willen.”

Joop knikte beleefd en wilde weglopen. “Je mag er best bij zeggen dat je van mij deze tip hebt gekregen,” zei Gerard. “Ik heb echt helemaal mijn bekomst van excellentie.”

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.