De neerlandistiek is veels te wit

Door Marc van Oostendorp

Als er één schandvlek is over ons vak: dat de neerlandistiek veel te wit is. Kijk rond in een collegezaal, op een congres, in de medewerkerslijst van Neerlandistiek: vrijwel allemaal witte gezichten.

Waar ligt het aan? Het is denk ik geen bewuste strategie, laat staan bewust racisme. Ik denk dat veel vakgenoten graag neerlandici zouden verwelkomen met een kleur. De terugloop in de studentenaantallen is trouwens de laatste jaren zo dramatisch dat we sowieso iedereen die zich aanmeldt kunnen gebruiken.

Bovendien kan het vak inhoudelijk ook alleen maar gebaat zijn bij een grotere diversiteit aan visies, op onze geschiedenis, op onze cultuur, op onze taal. Hoe moeten we nu Vondel en Beets lezen vanuit onze samenleving? Hoe kunnen we dat weten als die samenleving maar zo smal vertegenwoordigd is in onze kringen? En er gebeurt onder invloed van migratie van alles met onze taal – waarom bezien we dat vooral uit ogen van ons, die bij wijze van spreken allemaal zijn opgegroeid in de Alblasserwaard?

Sproeten

Ik denk niet dat die vragen controversieel zijn. Ik denk dat veel collega’s graag zo veel mogelijk andere visies zouden verwelkomen. Alleen kennelijk niet graag genoeg om zich daar specifiek op te richten, om te proberen de groeimarkt van studenten met een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Afghaanse, Eritrese of andere achtergrond aan te spreken. Om ervoor te zorgen dat er ook meer leraren komen met een dergelijke achtergrond; en om er zo uiteindelijk voor te zorgen dat iedereen duidelijk wordt dat je niet per se sproeten hoeft te hebben om je voor het Nederlands te interesseren.

Schrijvers worden sommigen wel; dus waarom zou er niet af en toe ook iemand letterkundige kunnen worden?

Gerichter

Het lukt denk ik alleen met gerichte actie. Ik denk niet dat het studieprogramma hoeft te worden aangepast, maar ik denk wel dat duidelijker moet worden gemaakt dat dit studieprogramma voor iedereen interessant is . (Ook voor jou!)

De drempel voor de enkeling is nu nog te groot: je komt toch in een rare, eenzijdige wereld terecht, als enkeling – een wereld waarvan je eigenlijk niet weet of die voor jou geschikt is. Dat is hij wel, maar dat moet die wereld dan ook expliciet zeggen. Veel opleidingen Nederlands voeren nu gerichte acties uit bij scholen in de regio om daar studenten te trekken; misschien moeten die acties nóg gerichter, op specifieke groepen.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op De neerlandistiek is veels te wit

  1. Wouter Steenbeek schreef:

    Ik vind “schandvlek” wel heel overdreven uitgedrukt. Het is hoogstens geen ideale situatie.

    Het is op zich prima dat er voor diversiteit gewaakt wordt, en zeker dat er moeite wordt gedaan om meer hoogopgeleide allochtonen te krijgen. (O nee, dat woord mocht niet meer. Maar goed, dat terzijde.) Want hoe graag je het ook anders zou willen: het zijn de hoogopgeleiden die in de maatschappij alles bepalen, van vergunningen voor parkeerplaatsen tot waar men in de media over praat.

    MAAR: neerlandici bepalen maar in heel beperkte mate de loop der dingen in het land. Praten over een tussen-n meer of minder en af en toe op tv uitleggen dat “hun hebbe” gewoon maar kan als het vaak genoeg gezegd wordt, dat zijn geen wereldzaken. Achtergestelde groepen zijn dus niet bijzonder gebaat bij een studie Nederlands. Je ziet studerende allochtonen relatief vaak rechten of economie doen: daar heb je wat aan, dat biedt perspectief voor je toekomst. Aan letterenstudies heb je over het algemeen erg weinig; dat zeg ik dan maar als promovendus in de muziekwetenschap.

    Letterenstudies ga je misschien pas doen als je thuissituatie al welvarend genoeg is. Maar nog belangrijker: je moet het, veel meer dan ‘nuttige’ studies, echt willen. De Nederlandse taal is vooral het culturele bezit van de autochtonen, hoe naar dat ook klinkt, omdat volkeren vóór alles taalgemeenschappen zijn. Allochtonen spreken het wel, vaak zelfs als eerste taal, maar voelen er een minder sterke culturele band mee. Als je je compleet met het Nederlands identificeert, ben je feitelijk geassimileerd. Dan wijst alleen je kleurtje nog op een vreemde afkomst. Zo’n situatie heerst op dit moment bij een groot deel van de Indische Nederlanders. Die vind je wel in de letterendisciplines. Maar die leveren geen radicaal andere inzichten dan wij inboorlingen…

    Het argument dat allochtonen wel vaak genoeg schrijver worden, gaat niet op: schrijvers gebruiken de taal als middel, neerlandici als doel. Een Nederlandse schrijver is geïnteresseerd in het Nederlands als vehikel voor zijn gedachten, niet zozeer in het Nederlands op zich.

    Verder is ons schuldgevoel selectief. We schreeuwen moord en brand als er verhoudingsgewijs weinig vrouwen of allochtonen studeren, maar ook alleen dan. In diversiteitsdiscussies gaat het steeds weer over “ja, maar in de bètastudies hebben we tóch te weinig vrouwen.” Over de hele linie zijn vrouwelijke studenten op Nederlandse universiteiten juist oververtegenwoordigd, maar daar hoor je weinig over. Het wordt zo wel erg een stokpaardje, en dat kan nooit de bedoeling zijn.

    En toch: ik ben het met u eens dat de geesteswetenschappen gebaat zouden zijn bij meer diversiteit. Om de doodeenvoudige reden dat dit de wijdte der verschillende invalshoeken vergroot. Hoe meer verschillende mensen er meepraten, hoe meer de zaken van verschillende kanten worden belicht en hoe minder onderwerpen er onbedoeld onbesproken blijven. Maar de neerlandistiek en haar zusterdisciplines hebben dat harder nodig dan de minderheidsgroepen zelf.

  2. Taalgaardenier schreef:

    Eerlijk gezegd, als Antilliaan zou ik me wel wat achtergesteld voelen, want waarom worden dié nu weer niet vernoemd.

    Bedoelen jullie eigenlijk: een grotere verscheidenheid van standpunten, met: “een grotere diversiteit aan visies”?
    – gezichtspunt, inzicht, kijk, mening, oordeel, opvatting, standpunt, zienswijze waren niet NederFrEngels genoeg waarschijnlijk?
    Vanwaar die haat tegen eigen taal? Hier stinkt (of bloeit?) entwat, zou boer Bavo mompelen.

    Perspectief kan je hier blijkbaar toch door invalshoek vervangen, dat is al mooi. Maar op diversiteit rust blijkbaar een vervangingsvloek, daar moét de meute gevolgd worden.

Laat een reactie achter