Nieuwe media verminderen de taalklachten

Door Marc van Oostendorp

Een nog weinig onderzochte bron voor taalonderzoek is het Meldpunt Taal. Misschien is het er ook nog te jong voor: de bedoeling ervan is vooral om lange termijnontwikkelingen vast te stellen. Wanneer begint mensen een bepaalde taalverandering voor het eerst op te vallen? Hoe lang klagen mensen nog voort over een modieuze zinswending nadat die wending al niet meer gebruikt wordt? Hoe zit de klacht in elkaar en wat verandert in de loop van de tijd?

Neem nu een recente klacht als deze – misschien wel de gaafste die ooit op het Meldpunt werd gedaan:

Ik hoor steeds vaker – met name op de radio – mensen zeggen ‘hebt u soms een glazen bol dat u dat zomaar kunt voorspellen’. Ik dacht toch echt dat dat een kristallen bol moest zijn, die heeft althans in de ogen van waarzeggers speciale eigenschappen. Als waterstaatsingenieur b.d. ken ik de glazen bol alleen maar in de vorm van de Campbell-Stokes zonneschijnduurmeter. Dit meteorologische instrument is zo op te googelen. Ik vind dit een voorbeeld van slordig taalgebruik, en hoe jan en alleman elkaar maar klakkeloos na zit te bouwen.

Alles is natuurlijk geslaagd aan deze melding: dat de auteur ‘waterstaatsingenieur b.d.’ is, dat hij zich ernstige zorgen maakt over het feit dat mensen in glazen bollen zitten te kijken terwijl de toekomst toch heus alleen in kristallen bollen te zien is, dat hij zijn medemens aanraadt vaker naar de Campbell-Stokes zonneschijnduurmeter te googlen. Zoals ook het taalgebruik (“ik dacht toch echt”, “jan en alleman”, “klakkeloos”) de taalmelder ten voete tekent.

Uitlaatklep

Maar waar het me nu even om gaat: dat de waterstaatsingenieur b.d. zijn melding van de radio heeft. Van de 7325 meldingen die er in de afgelopen 7 jaar gedaan zijn, is dat bij 306 meldingen het geval; ongeveer evenveel als er van de tv komen (310), maar veel meer dan er gaan over taalgebruik van ‘internet’ (85), ‘Twitter’ (19) of ‘Facebook’ (ook 19, deels dezelfde).

Waarom leveren de oude media meer klachten op? De waterstaatsingenieurs b.d. die zich op het Meldpunt Taal melden, kunnen per definitie overweg met internet, anders zouden ze de melding niet kunnen plaatsen. Daar ligt het dus niet aan.

Misschien heeft het ermee te maken dat je met klachten over taalgebruik op het internet makkelijker elders op internet terecht kunt. Wie zich stoort aan een tikfout op Twitter, kan dit rechtstreeks op Twitter melden, terwijl zelden iemand een radio-uitzending heeft kunnen onderbroken om zijn beklag te doen over het absurde feit dat dat de presentator geen kennis heeft van zonneschijnduurmeters. Het Meldpunt Taal is daarom nuttiger als uitlaatklep over oude dan over nieuwe media.

Zinloos

Er is denk ik nog een, verwante, reden. Er wordt vaker geklaagd over taal in de oude media dan over taal in het dagelijks leven. Dat komt, denk ik, doordat je de taal van de radio en de tv alleen over je heen kunt laten komen. Je kunt niets terugzeggen, maar dat betekent ook dat je je, anders dan in een gewoon gesprek of op de sociale media, niet druk hoeft te maken over wat je terug gaat zetten, en hoe. Je kunt je dus exclusief richten op de taal van de ander, en je daaraan ergeren.

Met andere woorden, het is de passieve rol die de traditionele media de luisteraar opdrongen die de oorzaak was van veel taalgeklaag. De voorspelling is dan dat die klachten minder in aantal worden en dat het Meldpunt Taal zinloos wordt als niemand nog naar de radio en de tv luistert.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

7 reacties op Nieuwe media verminderen de taalklachten

  1. Klaas schreef:

    Ho ho, er zijn in ieder geval 6709 meldingen die niet betrekking hebben op taalgebruik op radio of TV (waaronder maximaal 123 over taalgebruik op moderne media…)

  2. Nee, van die meldingen weten we niet waarover ze gaan; mijn indruk is: vaak over de krant.

  3. DirkJan schreef:

    Het komt denk ik vooral omdat naar mijn indruk de taalmelders doorgaans oude verzuurde mannen zijn die het beter denken te weten dan de mensen van radio en televisie, de media waar ze veel naar luisteren en kijken, omdat ze niets beters te doen hebben. Ook zal het woord NRC veel voorkomen, en altijd als kop van jut om de kleinste foutjes in deze ‘kwaliteitskrant’ te signaleren. Voor mij was dat op een gegeven moment de reden om het Meldpunt uit mijn bookmarks te verwijderen.

    • HC schreef:

      Die “taalmelders” zo neerzetten klinkt mij anders ook nogal verzuurd. Ongetwijfeld is er best wel wat variatie in wat (meldingen) én wie (melders), en dus ook in graden van verzuring. Bovendien – zo begrijp ik (alvast een aantal) melders – moet je je toch niet alles laten welgevallen van bv. je geliefde “kwaliteitskrant”, onder het motto ik-zal-maar-niets-melden-want-dan-ben-ik-verzuurd. Soms merk je dingen op die, alle rekkelijkheid ten spijt, echt wel te bar zijn. Of je dat meldt, moet je natuurlijk zelf bepalen, maar het is ook een manier om je medium eraan te herinneren dat je ook “enige kwaliteit” verwacht inzake taalgebruik. Wat dat betreft, zijn de normen voor taalgebruik in de oude media wellicht wat strenger dan in de nieuwe, waar meer vrijheid-blijheid blijkt te bestaan. Misschien dat het ook (mee) verklaart waarom er meer meldingen zijn m.b.t. radio en tv.

  4. Nico Spilt schreef:

    Volgens oprukkend taalgebruik zou de kop “Nieuwe media vermindert de taalklachten” moeten zijn. (Overigens zou ik “lange termijnontwikkelingen” aan elkaar schrijven.)

  5. christianarchie schreef:

    Nabouwen? Nee toch…

  6. andre rodenburg schreef:

    Een ingenieur denkt natuurlijk eerst aan iets nabouwen voordat hij dat gaat nabauwen:
    https://apps.nrc.nl/stijlboek/nabauwen-nabouwen

Reacties zijn gesloten.