Mensen zijn communicatiedieren

Door Marc van Oostendorp

De mens zou geen mens zijn geworden zonder woorden. Zouden we ons ooit over de hele wereld hebben verspreid als we elkaar niet telkens nieuwe woorden hadden geleerd? Zouden we die wereld nu niet bijna kunnen vernietigen? Zouden we wel bewustzijn hebben gehad, en zorgen om de vernietiging van de aarde, zonder woorden?

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett denkt van niet, zo zet hij uiteen in zijn nieuwe, dikke boek From bacteria to Bach and back. Dennett is altijd heel ambitieus geweest, maar je krijgt de indruk dat hij hier een zeer groot deel van zijn werk opnieuw heeft willen samenvatten, in een grote gooi naar zijn eigenlijke doel: begrijpen hoe de menselijke geest – het bewustzijn, de vrije wil – hebben kunnen ontstaan in een wereld die wordt geregeerd door natuurlijke selectie.

Dennett heeft indrukwekkend veel gelezen en hij weet indrukwekkend goed uit te leggen wat de laatste stand van zaken is in allerlei takken van de wetenschap voor hij een interessante, om niet te zeggen: indrukwekkende, gooi doet naar een overkoepelende visie, een bewijs dat het ik, dat lichtje in je hoofd dat besloten heeft nu even naar Neerlandistiek te surfen en dit stukje te lezen, dat het een illusie is dat een heel ingewikkeld biologisch organisme zichzelf voorspiegelt.

Hek

Dennett wijst erop dat je biologische wezens in vier kringen kunt groeperen. De buitenste kring is die van de Darwiniaanse wezens die onderhevig zijn aan natuurlijke selectie; wanneer ze een strategie volgen in hun leven die minder gunstig is, overleven ze die niet. Zo ontstaan er wezens die dingen lijken te doen om een bepaalde reden (uit de weg blijven van giftige zuren) zonder dat ze die reden hebben. Alle levende wezens zijn natuurlijk Darwiniaanse wezens, maar sommige (bacterieën, bomen en planten, insecten, reptielen) zijn alleen maar Darwiniaans.

Andere wezens zijn ook nog Skinneriaans. Zij kunnen leren om hun gedrag enigszins aan te passen: als je steeds een schokje krijgt wanneer je het hek aanraakt, mijd je na een paar keer het hek. Dat geeft natuurlijk een nieuwe flexibiliteit aan je overlevingsstrategie, maar het kan alleen worden toegepast door complexe dieren, met een geheugen voor hekken en een mogelijkheid om hekken te onderscheiden in de werkelijkheid (als je niet weet wanneer je je in de buurt van een hek bevindt, heeft het ook geen zin om het te mijden).

Denktechnieken

Een nog kleinere, complexere groep noemt Dennett Popperiaanse wezens. Ik denk dat in deze groep vooral of alleen sommige zoogdieren zitten (primaten en andere hoog intelligente zoogdieren). Zij kunnen in hun hoofd allerlei scenario’s afspelen voor ze bepalen welke actie ze gaan ondernemen. Complexere planning is daardoor mogelijk: als ik zo loop, ben ik eerder bij het voedsel, maar ik kom dan wel in de buurt van het hek. Om dit alles te kunnen heb je meer nodig dan een stelsel van reflexen, maar een redelijk ingewikkeld brein.

Wij mensen vertegenwoordigen volgens Dennett de binnenste cirkel, de Gregoriaanse. Wij hebben niet alleen onze eigen hersens, maar wij hebben die hersenen volgestopt met woorden, met ideeën, met gewoonten, met denktechnieken die we van elkaar hebben overgenomen en die we voortdurend van elkaar overnemen. De menselijke hersenen staan in voortdurend contact met andere hersenen, waardoor we de producten van elkaars gedachten kunnen overnemen en gebruiken.

Virussen

Zo is de menselijke cultuur ontstaan, die uniek is in het dierenrijk. Dieren kunnen natuurlijk dingen van elkaar afkijken en soms eenvoudige boodschappen over het hier en nu met elkaar communiceren. Maar langdurig gebruik maken van elkaars gedachteproducten, dat kunnen dieren niet.

Dennett noemt alles wat wij met elkaar op die manier uitwisselen in navolging van de Britse bioloog Richard Dawkins memen, en woorden zijn volgens hem de meest prototypische memen, die het mogelijk hebben gemaakt dat we nog weer makkelijker nieuwe memen (laten we zeggen: verhaaltjes, en daardoor weer religies, of geschiedenissen) met elkaar hebben kunnen uitwisselen. Het idee is dan dat die memen uiteindelijk zelf een soort biologische wezens geworden zijn: virussen die geheel en al afhankelijk zijn van hun gastheren, maar die door natuurlijke selectie worden gekozen op zo groot mogelijke verspreidbaarheid.

Communicatiedieren

Dennett bespreekt verschillende bezwaren die er tegen mementheorie zijn geopperd, maar de belangrijkste behandelt hij slechts zijdelings: dat het begrip meme in de afgelopen decennia maar niet precies heeft willen worden. Wat is de omvang van een meme? Is een woord het kleinst? Maar een woord kan verwijzen naar vrij ingewikkelde begrippen? Is de hiphop een meme? Of bestaat die uit verschillende memen, zoals de dab?

Het bewustzijn hebben we in ieder geval te danken aan die memen, volgens Dennett.We zijn wezens geworden die de hele tijd andere mensen scannen op hun gedachten en hun gedrag – steeds op zoek naar nieuwe memen. Die observaties kunnen ook op onszelf terugslaan – daardoor ontstaat de illusie van een ik. Bovendien zijn we erbij gebaat zelf niet alles bloot te geven, onze gedachten te ordenen en te selecteren voordat we ze communiceren – daardoor ontstaat de illusie van een binnenwereld. Het bewustzijn is dus (ik vereenvoudig natuurlijk een beetje wat Dennett zegt) een bijproduct van het feit dat we zulke ingewikkelde communicatiedieren zijn.

Wegklikt

Het is bekend dat de beeldspraak voor de menselijke geest altijd met de techniek meedrijft. Ooit hadden we een klokwerk in ons hoofd, de laatste decennia was het een computer, in dit boek doemt de beeldspraak op van de internet-browser, waarop allerlei informatie kan worden binnengehaald, inclusief vrij ingewikkelde computerprogramma’s (Google Docs of Google Translate, bijvoorbeeld).

Dat beeld zal ooit wel vervangen worden door een nog betere metafoor, maar vooralsnog biedt From bacteria to Bach een inspirerend en interessant overzicht van een diepe, consistente manier van denken over hoe het mogelijk is dat een of andere aap dit stukje tikt, en een andere aap het gelezen heeft en nu weer wegklikt.

Daniel C. Dennett. From bacteria to Bach and back. The evolution of minds. London: Allen Lane, 2017. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags , . Bookmark de permalink.