Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 116

Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, soms versimpeld, dan weer herschreven, hier en daar erotisch gekruid en af en toe voorzien van een persoonlijke noot door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 116 van de in totaal 139 hoofdstukken.

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één grotendeels herzien en verbeterd pdf-bestand: Palmerijn-feuilleton cumulatief van inmiddels 1005 pagina’s A4

Ook on-line leesbaar en downloadbaar als e-book (epub)

Dit bericht is geplaatst in edities, letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.