Baby’s die zinnen in woorden hakken

Door Marc van Oostendorp

Nooit worden we meer zulke sponzen als we in de eerste jaren van ons leven waren. Stel, je bent een paar maanden oud en je wil je moedertaal leren. Het lijkt misschien een goed idee om dan te beginnen met woorden, maar helaas spreken mensen eigenlijk nooit in losse woorden. Ze zeggen alles aan elkaar en je hoort dan bijvoorbeeld dingen als:

Wanneer je Turks spreekt, hoor je de woorden wel, maar dat komt omdat je die woorden al kent. Maar wie geen Turks kent, hoort alleen een lange stroom klanken. Hoe kun je nu bepalen waar  het ene woord begint en het andere ophoudt?

Drie woorden

We weten nog steeds niet precies hoe we dat doen, maar het proefschrift waarop Brigitta Keij vandaag in Utrecht promoveert, geeft wel allerlei nieuwe aanwijzingen – vooral over hoe baby’s klemtooninformatie gebruiken om woorden van elkaar te scheiden.

Dat het scheiden van woorden een functie is van klemtoon, weten we al langer. In talen als het Turks en het Nederlands heeft ieder inhoudswoord precies één lettergreep met hoofdklemtonen. Als je dus iemand hoort praten en je hoort drie keer een lettergreep met klemtoon (die lettergrepen worden wat langer en wat hoger uitgesproken, en misschien ook met wat meer kracht), dan weet je dat er dus drie woorden zijn gevallen.

Verzonnen woorden

In veel talen staat de klemtoon bovendien aan de rand van het woord: in het Nederlands bijvoorbeeld vrijwel altijd aan het begin, en in het Turks vrijwel altijd aan het eind. Dat helpt volwassenen waarschijnlijk ook bij het preciezer scheiden van woorden.

Dat kinderen die een klemtoon-voorop-taal als het Nederlands leren er ook gebruik van maken, wisten we ook al uit eerder onderzoek. Keijs nieuwe onderzoek betrekt nu ook een klemtoon-achteraan-taal als het Turks erbij.

En dat levert een verrassende conclusie op, namelijk dat ook Turkse kinderen van een maand of acht er nog vanuit lijken te gaan dat klemtoon vooraan ligt. Ze lijken in Keijs experimenten verzonnen woorden beter te herkennen als ze zo’n klemtoonpatroon hebben en dat soort verzonnen woorden ook beter te kunnen oppikken uit zinnetjes.

Gebogene

Keij bespreekt een aantal mogelijke verklaringen voor dit fenomeen. Misschien, zegt ze, hebben mensen van nature wel een soort voorkeur voor klemtoon-voorop (‘trocheeën’). Daar zijn in de literatuur wel aanwijzingen voor, maar uiteindelijk vindt Keij een andere verklaring toch aannemelijker: dat kinderen op zulke jonge leeftijd nog niet heel erg bezig zijn met de klemtoon van woorden en meer letten op de vorm en melodie van de hele zin. En daarin lijken het Turks en het Nederlands wat meer op elkaar: de hoofdklemtoon van de zin ligt in allebei de talen betrekkelijk vooraan.

Hoewel Keij vooral heeft willen begrijpen hoe een en ander gebeurt en niet heel erg uit is op adviezen voor jonge ouders, is er toch wel één tip die ze uit haar resultaten kan halen: dat de op het oor overdreven zangerige manier van praten tegen baby’s die menige over de wieg gebogene bezigt, waarschijnlijk niet zo gek is. In die manier van praten wordt namelijk van alles overdreven; ook de klemtoon.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Baby’s die zinnen in woorden hakken

  1. Frank schreef:

    Leuk stukje over Brigitta’s dissertatie! Maar let op: ze heet Keij, niet Kleij.

Laat een reactie achter