Wederwaardigheden bij het editeren: literatuur tussen het puin

                                                                                                       door Viorica Van der Roest

Het was op 3 maart 2009 overal in het nieuws: de instorting van het Historisch Archief in de Severinstrasse in Keulen. Terwijl ik die avond naar het Journaal keek, kwam daar natuurlijk ook de grote hoeveelheid historische bronnen ter sprake die door de aarde was opgeslokt. Wat erg, dacht ik, al die oude handschriften en oorkonden. En toen kwam, met een schok, een andere gedachte: Parthonopeus! Tegenwoordig weet ik alle bewaarplaatsen van de handschriftfragmenten van de Parthonopeus van Bloys uit mijn hoofd, maar zo ver was ik in 2009 nog niet. Ik wist alleen dat er een aantal fragmenten op verschillende plaatsen in Keulen lagen. Ik ben nog nooit zo snel op het repertorium van Kienhorst afgestoven als die keer. Een snelle bladersessie leerde me dat er, helaas, inderdaad twee fragmenten in het Historisch Archief hadden gelegen, afkomstig uit twee verschillende handschriften. Die lagen dus nu tussen het puin. Zouden ze nog gered kunnen worden?

Hoe kon het archief in Keulen instorten? Waarschijnlijk door fouten die gemaakt zijn bij de aanleg van een metrolijn. In de Severinstrasse was op het moment van de instorting al een paar jaar een bouwput voor de nieuwe Noord-Zuidlijn. Een gat in een damwand van die bouwput was bijna zeker de oorzaak van de instorting. Door dit gat spoelde grondwater weg, en dat nam de grond onder het Historisch Archief met zich mee. Zo ontstond een krater, waarin het archief uiteindelijk verdween. Voordat dat gebeurde begon het gebouw te kraken en te beven, waardoor de aanwezige medewerkers en bezoekers gewaarschuwd werden. Ze konden het pand gelukkig allemaal op tijd verlaten, maar in een naburig appartementengebouw, dat ook instortte, kwamen wel twee mensen om. De gemeente Keulen is nog steeds bezig met de juridische vervolging van de verantwoordelijken.

De collectie van het Historisch Archief in Keulen was indrukwekkend groot, en ook voor Nederlandse en Vlaamse onderzoekers van belang. Het archief van het Hanzekantoor in Brugge, in 1594 overgebracht naar Keulen, was er bijvoorbeeld ook. Volgens eigen schatting van het archief behelsde de totale collectie ongeveer 30 kilometer archiefstukken. Na de instorting begon het grote karwei van het bergen en restaureren van wat er nog te redden viel. Een deel van de archiefstukken lag tussen en onder het puin, een ander deel was onderin de krater terecht gekomen en lag daar rampzalig genoeg in het grondwater.

Brandweer, archiefmedewerkers en heel veel vrijwilligers werkten tot september 2009 aan één stuk door om de archiefstukken uit het puin te halen. Daarna moest er een speciale constructie worden gebouwd om de stukken te redden die op 12 tot 28 meter diepte in de krater lagen. Eenmaal uit de krater gehaald, werden ze met water afgespoeld, in folie gewikkeld en gevriesdroogd (een gebruikelijke methode om waterschade aan boeken en papieren te beperken). Deze fase van het bergen duurde tot augustus 2011. Toen het klaar was, was 95 procent van de collectie gered; 85 procent hiervan was uit het puin gehaald en 10 procent uit de krater.

Intussen moesten alle geredde stukken, die tijdelijk ondergebracht waren in archieven elders in Duitsland, ook opnieuw worden geïdentificeerd, omdat heel vaak de signaturen en andere herkenningstekens verloren waren gegaan. Een enorm karwei, waar de medewerkers van het Historisch Archief nog steeds niet helemaal mee klaar zijn. En daarna komt pas het echte werk: het restaureren. Naar schatting kost het 200 restauratoren die constant doorwerken 30 tot 50 jaar om alle stukken van schadelijk (want alkalisch) betonstof te ontdoen. Op de website van het Historisch Archief is meer te lezen over het intensieve proces van het restaureren.

En wat betreft de Parthonopeusfragmenten: ook die zijn gelukkig gered en ze bleken wonder boven wonder zelfs redelijk ongeschonden. Daarmee behoren ze tot de 15 procent van de collectie die slechts licht beschadigd is door de instorting. Over geluk gesproken. Beide zijn kort geleden gerestaureerd, en over niet al te lange tijd reis ik naar Keulen af om ze te bestuderen.

Het Historisch Archief krijgt een nieuw gebouw, dat waarschijnlijk in 2019 af zal zijn, op de hoek van de Luxemburger Strasse en de Eifelwall. En in het digitale Historische Archiv Köln, begonnen in 2009 als project om de collectie in ieder geval virtueel te reconstrueren, zijn steeds meer stukken te raadplegen die al gerestaureerd en gedigitaliseerd zijn.

Dit bericht is geplaatst in edities, letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter