Wederwaardigheden bij het editeren – inleiding

door Viorica Van der Roest

Wat kan er zo interessant zijn, vraagt u zich misschien af, dat iemand drie jaar geen tijd heeft om stukjes te schrijven voor Neerlandistiek.nl? Zulke dingen zijn natuurlijk uitermate zeldzaam, maar ik had een goed excuus: mijn proefschrift over de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys. Soms moet je je even, als het ware, begraven in de periode die je bestudeert. Ik was zo geïntegreerd geraakt in mijn nieuwe leefomgeving, de 13e eeuw, dat het bloggen me volledig vreemd werd. Het proefschrift is nog niet af, maar mijn ontdekkingen tijdens het onderzoek zijn soms echt te leuk om niet alvast te delen met mijn mede-21e-eeuwers. Dus de komende tijd kunt u hier mijn reisverslagen vanuit de Middeleeuwen lezen, vooral met betrekking tot de belangrijkste en grootste klus waar ik mee bezig ben: het editeren van alle fragmenten die er van de Parthonopeus zijn overgeleverd, uit maar liefst zes verschillende handschriften.

Eerst maar even een kleine inleiding, voor degenen die bij de woorden ‘Parthonopeus’ en ‘Bloys’ niet meteen beeld hebben – de meeste mensen dus (meen ik in ieder geval af te lezen aan de wazige blikken die ik ontmoet als ik mensen vertel waarover mijn onderzoek gaat). Een 13e- of 14e-eeuwer zou het wel meteen geweten hebben. De Parthonopeus van Bloys, vermoedelijk ontstaan rond het midden van de dertiende eeuw, behoorde in die tijd zeker tot de meer bekende en populaire teksten. De roman was beroemd genoeg om door Maerlant in zijn Historie van Troyen te worden bekritiseerd als leugenverhaal:

Perthenopeus die favelare                                                                                                           Seghet oec al apenbare                                                                                                                     Van Anchise een dinc                                                                                                                           Dat hy was een vondelinc                                                                                                                       Dat die vals Capus was syn vader.

(De Pauw en Gailliard 1889-1891, vers 30.267-30.271)

In de Parthonopeus is Anchises een man van onduidelijke afkomst, maar, aldus Maerlant, bij Vergilius, Dares de Phrygiër en Dictys Cretensis kun je duidelijk lezen dat hij een koningszoon was. Maerlant had niet zoveel op met fictie en ridderromans.

De Middelnederlandse Parthonopeus is een vroege bewerking van de ook al bijzonder populaire Oudfranse Partonopeus de Blois (ca. 1180). Deze roman vertelt het verhaal van de jonge Partonopeus van Blois, die bij de zwijnenjacht verdwaalt in het bos. Hij zoekt beschutting aan boord van een schip, dat vervolgens zonder bemanning met hem de zee opvaart en hem aan land zet in een prachtige stad. Hij neemt zijn intrek in het mooiste kasteel, maar ziet geen levende ziel. ‘s Nachts krijgt hij in bed bezoek van een geheimzinnige dame, Melior geheten, die hem vertelt dat ze heerseres is over het land waar hij nu is, en dat ze hem als minnaar heeft uitverkozen. Ze zal hem de komende twee en een half jaar elke nacht gezelschap houden, maar hij mag haar niet zien. Met haar toverkracht zal ze hem verborgen houden voor haar onderdanen. Daarna zal ze hem aan haar baronnen voorstellen als haar verloofde en mag hij heerser over haar rijk worden.

Het gaat natuurlijk mis. Partonopeus wordt nieuwsgierig en beschijnt op een nacht zijn geliefde met een lamp. Tot dat moment zou je als argeloze lezer/luisteraar kunnen aannemen dat Partonopeus met een fee te maken had, maar niets is minder waar. Melior is keizerin van Constantinopel, en heeft aan de universiteit zwarte magie gestudeerd. Doordat Partonopeus haar verbod heeft overtreden, is ze haar toverkracht kwijt en kan ze hem niet langer verborgen houden. Partonopeus moet terug naar Frankrijk en Melior moet haar actieve rol in het regelen van haar eigen toekomst opgeven: haar baronnen schrijven een toernooi uit met als inzet een huwelijk met haar. Gelukkig heeft Partonopeus aanleg voor het ridderschap. Hij gaat in training, reist af naar het toernooi en wint met een zeker gemak. Hij weet zelfs de sultan van Perzië, een formidabele tegenstander, te verslaan.

Partonopeus en Melior trouwen en zijn nu keizer en keizerin van Byzantium. Maar iemand die niet van happy endings hield schreef al snel een vervolg, waarin de sultan terugkomt met een groot leger om Melior alsnog op te eisen. Er volgen uitgebreide beschrijvingen van alle gevechten en de contacten over en weer. Het vervolg bleef zeer waarschijnlijk onvoltooid, maar de Middelnederlandse Parthonopeus heeft wel een slot. Hierin wordt de sultan verliefd op de zus van Melior en is er geen reden meer om de oorlog voort te zetten.

Behalve dit slot heeft de Parthonopeus van Bloys nog wel meer te bieden. De tekst is beeldend en met veel humor geschreven. De Oudfranse brontekst is dat ook, maar de bewerking is bijzonder knap gemaakt en is daardoor prettig leesbaar. Een belangrijke reden dat de roman niet breder bekend is op dit moment, is het ontbreken van een moderne editie. En die ben ik dus nu aan het maken. In de hoop dat de tekst daarmee beter beschikbaar wordt voor onderzoek en haar rechtmatige plaats in het rijtje belangrijke romans van de dertiende eeuw kan innemen.

De komende maanden doe ik op Neerlandistiek.nl verslag van mijn wederwaardigheden bij het editeren. Ik beloof spannende verhalen en onverwachte ontknopingen, maar niet de hele tijd want laten we eerlijk zijn: het maken van een editie van een middeleeuwse tekst lijkt vaak meer op een reis in de Transsiberië-express dan een ritje in een achtbaan. In ieder geval is er over zo’n lange reis wel meer te vertellen.

Dit bericht is geplaatst in edities met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Wederwaardigheden bij het editeren – inleiding

  1. Diana Voermans schreef:

    Leuk stukje Viorica! Je hebt me nieuwsgierig gemaakt naar de rest. Ik blijf volgen!

Reacties zijn gesloten.