Trumps fantastische taalgebruik: 3 redenen waarom het werkt (of niet)

Door Christine Liebrecht

Fantastisch was de satirische welkomstboodschap van Arjen Lubach aan Donald J. Trump waarin hij Nederland voorstelde aan de kersverse president van de Verenigde Staten. Amerika mocht in de ogen van de machtigste man van de wereld dan misschien wel op een staan (‘America first!’), maar mag ons kikkerlandje dan op de tweede plaats komen (‘The Neterlands second!’)? De hilarische video ging viral en haalde zelfs mainstream media zoals CNN en de New York Times, inmiddels hebben ook andere landen een dergelijk filmpje gemaakt.

Superlatieven liefhebber

Een van de elementen die het filmpje van Lubach zo sterk maakte, was het taalgebruik. In één klap was duidelijk dat er maar één man in de wereld praat zoals de voice over. De makers sloten met het taalgebruik perfect aan bij het register van Donald J. Trump. En die praat graag in superlatieven. In positieve zin – It’s gonna be great. Fantastic. – en in negatieve zin – It is a disaster, it’s the worst, it’s fake. Een ander kenmerk is zijn argumentatie. Als hij al een argument geeft bij zijn superlatieve uitspraken, dan is Donald J. Trump zélf het argument. Believe me, it’s true. Het is het type expertevidentie die je niet vaak tegenkomt. Vaak worden juist ándere mensen (experts) aangehaald ter onderbouwing van het statement (van het type: professor X zegt dat het zo is, dus dan is het zo).

Hoe overtuigend is zijn taal?

Nog los van hoe sterk of zwak en hoe aanwezig of afwezig Trumps argumenten zijn, ook zijn superlatieve taalgebruik geeft te denken. Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk op te maken dat die superlatieven in het algemeen weliswaar overtuigend kunnen zijn – een sterker geformuleerde boodschap (een fantastisch ponypark) is vaak overtuigender dan een boodschap met minder krachtige woorden (een leuk ponypark) – maar die overtuigingskracht is wel afhankelijk van de personen in de communicatie.

De superlatieven kunnen namelijk om drie redenen ook tegen Trump werken, zo is te baseren op wetenschappelijk onderzoek.

  1. Is Trump geloofwaardig? Een geloofwaardig persoon die superlatieven gebruikt is overtuigend, maar een ongeloofwaardig persoon juist niet. Mensen die we ongeloofwaardig vinden kunnen beter een toontje lager zingen.
  2. Wat vind je zelf van het onderwerp? Als de kern van de boodschap al dicht bij je eigen standpunt ligt, dan kunnen superlatieven net dat extra duwtje geven om je te overtuigen. Maar pleit de president voor zaken waarmee je het minder eens bent, dan werkt zijn taal averechts.
  3. Ook een superlatieven-liefhebber? Het is effectief wanneer iemands taalgebruik in overeenstemming is met je eigen taalgebruik. Dus gebruik je zelf ook veel superlatieven, dan zijn Trumps boodschappen meer overtuigend dan wanneer je zelf meer bescheiden bent.

Implicaties voor Trump

Wanneer ik naar mezelf kijk, dan werkt Trumps taal voor alle drie de punten averechts. Wil hij me overtuigen, dan zal hij minder hard van de toren moeten schreeuwen. En dat is evidence based! Toch is het maar de vraag in hoeverre Trump zich wat aantrekt van dergelijke bevindingen. In zijn optiek is de wetenschap immers maar een mening. Voor zijn eigen feiten heeft hij niet meer ondersteunend bewijs nodig dan zichzelf: believe me, it’s true.

Eerder schreef ik een blogpost over Trumps handgebaren: De ‘chop-chop’ en de ‘bunny’: Trumps non-verbale taalMeer interessante inzichten in de kracht van taal zijn te lezen in mijn boek: Fan-tas-tisch om hier te zijn!

Dit bericht is geplaatst in column, taalbeheersing met de tags , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Trumps fantastische taalgebruik: 3 redenen waarom het werkt (of niet)

  1. Lucas Seuren schreef:

    Hij heeft genoeg mensen overtuigd om president te kunnen worden. Sterker nog, genuanceerd taalgebruik zou hem bij lange na niet zo populair gemaakt hebben bij een groot deel van zijn kiezers. Kortom, evidence based doet hij precies wat hij moet doen.

    Trump moet dus vooral doorgaan op dezelfde voet; veel succesvoller dan hij al is kan bijna niet. In ieder geval hoeft het niet.

  2. Michiel de Vaan schreef:

    Ik vrees inderdaad dat het precies omgekeerd: Er is niet maar “één man die zo praat”, maar bijna iedereen praat zo. Behalve als hij als serieus beleidsman wil overkomen, en dat wil Trump precies niet. En zo heeft hij de verkiezingen gewonnen. Zie ook https://www.nytimes.com/2017/01/21/opinion/sunday/how-to-listen-to-donald-trump-every-day-for-years.html?_r=0

Reacties zijn gesloten.