‘Strijd in onze gelederen’. Bij de verjaardag van de neerlandistiek in Gent

Door Yves T’Sjoen

21 februari 1852-2017. Het was gisteren een memorabele dag voor de taal- en letterkundige neerlandistiek in Gent. Niet dat er velen van wakker liggen. Ik heb nergens een verwijzing zien opduiken. De neerlandistiek verkeert in het moedertaalgebied in zwaar weer. Aan Nederlandse universiteiten is al langer begonnen met de stelselmatige afbraak van het vakgebied. Elders doet men het op zijn manier. Gisteren op de Internationale Dag van de Moedertaal (UNESCO) precies 165 jaar geleden, richtten enkele atheneumleerlingen in Gent ’t Zal Wel Gaan op. De vrijzinnige en flamingantische leerlingenbond is op instigatie van een Antwerpenaar boven de doopvont gehouden. Jacob Frans Heremans, leraar Nederlands verbonden aan het Gentse atheneum en liberaal politicus, enthousiasmeerde zijn leerlingen van de poësis en gaf hen de liefde voor het Nederlands mee. Onder de leerlingen zijn bekende namen Anton Bergmann, schrijver van de realistische roman Ernest Staes, advocaat (1874), Emiel Moyson en Julius Vuylsteke, oprichter van het Willemfonds. Een jaar later, in het academiejaar 1853-1854, studeerde het merendeel van de Heremanszonen – de naam van de leerlingenvereniging – aan de faculteiten rechten en geneeskunde. Door toedoen van de bijzonder ondernemende Vuylsteke, dichter, boekhandelaar en advocaat, groeide ’t Zal Wel Gaan uit tot een studentensociëteit. Het Taalminnend Studentengenootschap opereerde sindsdien onder de kenspreuk: “’t Zal Wel Gaan”. Het is op heden de oudste nog actieve studentenclub van de Universiteit Gent.

In de beginjaren, medio negentiende eeuw, telde de maatschappij tussen zeven en achttien leden. Aan de Gentse universiteit, in vier faculteiten, waren in 1852-1853 318 studenten ingeschreven. Ludo Stynen, auteur van een biografie over Anton Bergmann, stelt dat het studentengenootschap vandaag nog bestaat dankzij de universitaire studie van de oud-leerlingen van het atheneum in Gent. Het is al eerder opgemerkt dat de vrijzinnige studentenbeweging is tot stand gekomen nog vóór katholieke verenigingen zoals Albrecht Rodenbachs Blauwvoeterie.

’t Zal Wel Gaan ligt met J.F. Heremans en zijn leerling en opvolger Paul Fredericq aan de basis van de neerlandistiek in Gent. Dat is niet evident. Het waren in het midden van de negentiende eeuw andere tijden met het Frans als voertaal in het hoger onderwijs en rectoren en politici die het Nederlands soms niet machtig maar zeker niet welgezind waren. In Vlaanderen was nog een ruim deel van de bevolking analfabeet. Er heerste in tijden van industrialisatie gore armoede. De Kerk was een te duchten instituut en trad bestraffend op voor alle ondernemingen die als antiklerikaal konden worden opgevat. Bemiddelde jongeren, van liberale komaf, lieten zich daar weinig aan gelegen liggen en streden voor de Vlaamse zaak. Dat Noord en Zuid, een van de vroegste publicaties van ’t Zal, op de Index terechtkwam en een tweede jaarboek uiteindelijk met véél moeite is tot stand gekomen, heeft met die anti-paapse inslag te maken. De Kerk verzette zich tegen de vrijheid van het onderzoek en in Vlaanderen tegen de ontvoogdingsstrijd van het volk.

De moedige jongeren en leerkrachten, later professoren verbonden aan de Gentsche Hoogeschool, hebben de studie van het Nederlands, twee decennia na de Hollandse tijd onder het gezag van Willem I van Oranje-Nassau, op de kaart van een verfranste universiteit gezet. Vooral Heremans speelt in die vroege geschiedenis een markante rol: in 1864 is hij aangesteld als buitengewoon hoogleraar in Gent en werd later opgevolgd door de begeesterende Paul Fredericq. Heremans is de schrijver van biografieën van romantische dichters, onder wie Karel Lodewijk Ledeganck en Theodoor van Rijswijck, en hij was in Gent aangesteld voor Nederlandse letterkunde. De taalflamingant Constant Serrure stond in voor de cursus geschiedenis.

De Gentse historicus Herman Balthazar heeft zowel in de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging als in een studie over ’t Zal Wel Gaan (1977) aanzetten geformuleerd voor onderzoek. Aan de onderzoeksvragen die hij formuleert kan worden toegevoegd dat een geschiedverhaal over het reilen en zeilen van de neerlandistiek in Gent stilaan ook aandacht mag worden besteed. In dat verhaal figureren professoren die de afgelopen anderhalve eeuw voor de wetenschappelijke studie van onze moedertaal hebben geijverd. Strijden is misschien een betere omschrijving van hun handelingen. Sommigen waren politiek actief, anderen vooral met esthetische paradigma’s in de weer. Wat hen verbindt, is een gedeelde liefde voor het Nederlands. Het is een vaststelling die in compleet andere tijden de nodige aandacht en bewondering verdient.

In die historiek krijgt ’t Zal Wel Gaan, de vrijzinnige studentenbeweging, de rol van protagonist. Ik herlas Ernest Staes, advocaat van de Lierenaar Tony (Anton Bergmann), waarin de leerjaren en de betrokkenheid bij ’t Zal in het atheneum en korte tijd later aan de universiteit worden gefictionaliseerd. Anderhalve eeuw na de stichtingsvergadering in het atheneum van Gent, op 21 februari 1852, en het inspirerende voorbeeld van Jacob F.J. Heremans, wordt de studie van de negentiende-eeuwse Nederlandstalige literatuur aan mijn alma mater niet meer systematisch ondernomen. Dat is jammer maar zo gaat dat in een wetenschapsdiscipline. Het mag niet verhinderen dat we blijven pleiten voor wetenschappelijk onderzoek en academisch onderwijs op het gebied van de Nederlandse taal- en letterkunde. Dat we het pleidooi onderstutten met kennis van het verleden, vanuit een historisch bewustzijn, lijkt mij evident. Niet alleen ter gelegenheid van de viering van de stichtingsdatum van ’t Zal Wel Gaan en ruim tien jaar later, op instigatie van ’t Zal, de instelling van een leerstoel Nederlandse letterkunde aan de Franstalige Gentse universiteit.

Aan onze universiteit die in oktober tweehonderd jaar bestaat wordt dat heuglijke moment niet in herinnering gebracht. Dat is jammer. Het is symptomatisch voor het zwaar weer waarin de discipline zich dezer dagen beweegt.

Gisteren werd de oprichting van ’t Zal wel Gaan gevierd in het Van Crombrugghe’s genootschap in Gent.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.