Gedicht: Julius Vuylsteke – De jongeling in het woud

De jongeling in het woud
Treurige ballade

Der vogelen liederen galmen
zoo liefelijk door het woud;
der bloemekens geuren walmen
als wierook door het woud.

Daar zit een jongling in het woud,
eenzaam onder ’t lommer;
op ’t voorhoofd ligt de smart geprent,
in ’t harte woont de kommer.
En of hij angstig hoort en ziet,
hij ziet of hoort zijn liefste niet.

Der vogelen liederen galmen
zoo liefelijk door het woud;
der bloemekens geuren walmen
als wierook door het woud.

Gij ook vergeet mij? Ach! genoeg:
mochte mijn hart nu breken!
En doodstil zweeg zijn bleeke mond;
hij kon niet verder spreken.
En zuchtend boog hij terneer den kop.
en hief hem nimmer weder op.

Der vogelen liederen galmen
zoo liefelijk door het woud:
der bloemekens geuren walmen
als wierook door het woud.

Julius Vuylsteke (1836-1903)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter