Gedicht: Hendrik van Teylingen – Vedergewicht

Vedergewicht

Het kind was, hoorde hij, weer druk
vandaag en moest voor straf naar bed.
Zijn vrouw kan, merkt hij, nog maar net
de last aan van haar zwaar geluk.

Er gaat vanavond een goed stuk,
leest hij, dat moest maar aangezet.
De stamppot kan dan in die tijd,
voelt hij, doorzakken naar de buik.

Het stuk is echter uitgesteld,
verneemt hij; niet direkt voorhanden
blijkt een reservestuk – volgt sport.

Een oude bokser, ziet hij, wordt
ontslagen van zijn laatste tanden.

Hij slaapt, van verre uitgeteld.

 

Hendrik van Teylingen (1938-1998)
uit: De baron fietst rond (1966)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter