Gedicht: Hendrik van Teylingen – Roof

Roof

Hoe blank is de receptioniste
achter haar kristallijne ruit.
Haar parelmoeren ogen mistig,
lacht ze de glimlach van een bruid.

Een lokroep die haar lippen tuit
elk donker welkom dat ze lispelt.
Haar adem floerst uitheems gekruid
door het loket, innig en kwistig.

Een doodverlegen employee,
ze kent hem van zijn rood gezicht,
bestraalt haar met een röntgenblik.

Ze groet hem met een vage knik,
haar vormen naar hem opgericht.

Hij voert haar in zijn borstkas mee.

Hendrik van Teylingen (1938-1998)
uit: De baron fietst rond (1966)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.