Gedicht: Gaston Burssens – Zelfportret

Leefde Gaston Burssens nog, dan was hij vandaag 121 geworden.

 

Zelfportret

De dood, zegt men, is een ontsporing,
fantastisch, om er door bekoord te zijn.
Ik weet het nu, de dood is een bekoring
zoals men door een moord
– of een halsstarrig woord –
bekoord kan zijn.

Maar eerst moet ik vertellen
hoe eens een trein
mij zozeer ongenadig heeft ontspoord
dat ik niet meer tot drie kon tellen.
Doch ’t was genoeg om driemaal te verliezen
een ongereprte drang naar eerzaamheid,
plus drie gebroken kiezen.

Maar goed. Terugkomend op de bekoring:
het doodshoofd van de dood was dit van mij,
mijn zelfportret met de gelijkenis erbij.

Gaston Burssens (1896-1965)
uit: Posthume verzen of le Silence tel qu’on le parle (1961)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter